De nieuwe kolonistenregering: wat zeggen ze?

De Likoedpartij van Benjamin Netanyahu won de Israëlische parlementsverkiezingen van 17 maart 2015 en vormde op 6 mei een coalitieregering die in het parlement over een meerderheid van 61 zetels op 120 zetels beschikt. Hoe ziet de vierde regering Netanyahu (de 34e Israëlische regering) eruit? Zie hierna een aantal ministers en hun visie of uitspraken.

Voor de voltallige regering (21 ministers en 9 viceministers of staatssecretarissen) zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/34e_regering_van_Isra%C3%ABl

  • Eerste Minister en Minister van Buitenlandse Zaken: Benjamin Netanyahu (Likoed).
    Voor de verkiezingen zei hij dat hij tegen een Palestijnse staat is en dat de huisvestingscrisis kan opgelost worden door woningen voor de kolonisten in de Palestijnse bezette gebieden te bouwen.
     
  • Minister van Defensie: Moshe Ya'alon (Likoed).
    Ik verwacht geen stabiel akkoord met de Palestijnen tijdens mijn leven, en ik ben nog van plan om nog een tijdje te leven.” (De Standaard, 10.6.2015, p. 16).
     
  • Minister van Cultuur en Sport Miri Regev (Likoed).
    Zij heeft beloofd dat haar departement geen subsidies meer zal toekennen aan Israëlische kunstenaars, instellingen en toneelhuizen “die deelnemen aan de boycot en het delegitimeren van ons land.” Zo kreeg het toneelhuis van Haifa geen subsidies meer omdat een van de acteurs Norman Issa weigerde te spelen in een kolonie op de bezette Westelijke Jordaanoever. Ook “El Mina”, de toneelvereniging van Norman Issa in Jaffa, krijgt geen subsidies meer.  (Le Soir, 11.6.2015, p. 11). Ze noemde in 2012 de aanwezigheid van asielzoekers uit zwart Afrika een “kanker in ons lichaam” en ze bestempelde de Palestijnse volksvertegenwoordigers in het Israëlische parlement als “verraders” en “paarden van Troje”. (Le Monde, 16.6.2015, p. 5).
     
  • Viceminister van Buitenlandse Zaken Tzipi Hotovely (Likoed).
    Het is belangrijk te zeggen dat dit land van ons is. Het is allemaal van ons. We zijn niet gekomen om daar onze verontschuldigingen voor aan te bieden.” (De Standaard, 22.5.2015, p. 16). In juli 2012 verklaarde ze: “We moeten de soevereiniteit opeisen over heel Judea en Samaria (n.v.d.r: de Westbank), niet meer of niet minder dan dat.” (Le Monde, 16.6.2015, p. 5).
     
  • Minister van Justitie Ayelet Shaked (Het Joodse Huis).
    Ze zette zich als parlementslid hard in voor een wetsvoorstel dat van Israël een joodse staat wil maken. Shaked en haar partij willen dat Israël zijn bouwpolitiek voor de kolonisten in de Palestijnse bezette gebieden verder uitbreidt en grote stukken grond simpelweg annexeert. Ze wil de macht van het Hooggerechtshof inperken, is gekant tegen buitenlandse subsidies aan ngo's die in Israël ijveren voor meer begrip onder de bevolkingsgroepen, en wil de immigratie uit zwart Afrika aan banden leggen. (DS Weekblad, 16.5.2015, p. 11).
     
  • Minister van Onderwijs en Diasporazaken Naftali Benett (Het Joodse Huis).
    Hij pleit voor een ongebreidelde kolonisatie en gedeeltelijke annexatie van de Westbank. In de scholen wil hij het jodendom nieuw leven inblazen, alsook “de traditie van Eretz Israël (groot Israël) en van de historische aanwezigheid van de joden in hun land.” (Le Soir, 7 mei 2015, p. 10). Zoals zijn collega Shaked weigert hij de subsidiëring van de voorstelling in de scholen van het toneelstuk “De parallelle tijd” van de toneelgroep Al Midar (Haifa). Het stuk gaat over het leven van de Palestijnse gevangene Wallid Daka; ( Le Soir, 11.6.2015, p. 11).
     
  • Minister van Landbouw Ouri Ariel (Het Joodse Huis).
    Mijn ambitie is om in Judea-Samaria (n.v.d.r: de Westbank) voldongen feiten te creëren zodat men niet meer naar de situatie van voor de Zesdaagse Oorlog (n.v.d.r.: 5-10 juni 1967) kan terugkeren.” (Le Soir, 7.5.2015, p. 10).