EDITORIAAL: België moet invoer van producten uit de kolonies verbieden

Dit is een van de eisen van de campagne “Made in illegality” die op 27 februari door 22 Belgische organisaties (waaronder 11.11.11 en CNCD) werd gelanceerd. Sinds juni 1967 werden in de bezette Westelijke Jordaanoever 250 Israëlische kolonies gebouwd en hebben zich er 530 000 kolonisten gevestigd, waaronder 200 000 in Oost-Jeruzalem. Sinds de Oslo-akkoorden van september 1993 is de bevolking van deze kolonies verdubbeld. Deze kolonies slokken 80% van het water van de bezette Palestijnse gebieden op en een kolonist beschikt over zes keer meer water dan een Palestijn. Elk jaar keert de Israëlische regering minstens 330 miljoen euro meer uit aan voordelen voor kolonisten dan aan burgers die in Israël zelf wonen. In België worden heel wat producten uit de Israëlische kolonies verkocht: dadels, amandelen, olijven, avocado’s, perziken, granaatappels, meloenen, pompelmoezen, nectarines, kerstomaten, zoete aardappelen, aromatische kruiden, bloemen uit de Jordaanvallei en wijnen uit de geannexeerde Syrische Golan. Door deze handel en roof van de Jordaanvallei worden de kolonies versterkt en de Palestijnse economie ondermijnd.

Ook de werkomstandigheden van de Palestijnen in de kolonies laten te wensen over: blootstelling aan giftige stoffen, vaak geen ziekteverzekering en lonen onder het minimumloon.

Europa is de belangrijkste markt van twee fabrikanten in de kolonies: Ahava (schoonheidsproducten) en Sodastream (toestellen om gashoudende frisdranken te maken). Door de label “made in Israël” genieten al deze producten preferentiële douanetarieven bij hun import in de Europese Unie. Ook een aantal Europese bedrijven zijn in de Israëlische kolonies actief. De Brits-Deense multinational G4S levert beveiligingsdiensten en – materiaal aan Israëlische gevangenissen waar Palestijnse politieke gevangenen zitten opgesloten. De bankengroep Dexia NV waarvan de Belgische staat de hoofdaandeelhouder is, kent leningen toe aan Israëlische kolonies via zijn Israëlische filiaal Dexia Israël. En ook de Franse multinationals Alstom en Veolia waren betrokken bij de bouw van een tramlijn tussen Jeruzalem en de Israëlische kolonies.

Europa en België veroordelen regelmatig het Israëlische kolonisatiebeleid. De voerders van de campagne “Made in illegality” vinden dat het nu tijd is om van woorden naar daden over te gaan. Ze eisen daarom dat de Belgische regering de invoer van producten uit de Israëlische kolonies verbiedt en deze kolonies uitsluit uit de bilaterale akkoorden en samenwerking met Israël. Ze organiseren ook op 28 maart een studiedag “Israëlische nederzettingen, struikelblok voor vrede” in de Congreszaal van het federaal parlement. 

Palestina Solidariteit die lid is van het platform “Made in illegality”, wil echter verdergaan en is voorstander van de opschorting van het Associatieverdrag tussen de Europese Unie en Israël. Palestina Solidariteit pleit ook voor een economische, culturele en academische boycot van Israël en voor een militair embargo, met inbegrip van het stopzetten van universitaire deelname aan Europese onderzoeksprojecten met Israëlische wapenbedrijven.

 

Ook binnen Israël, dus buiten de Palestijnse bezette gebieden, ondergaan Palestijnen allerlei discriminerende maatregelen qua onderwijs, huisvesting, tewerkstelling of bewegingsvrijheid.

Daarom organiseert Palestina solidariteit op 26 april een conferentie in Brussel: “Palestijn in Israël, ongewenst burger?

De redactie                                                                                       Brussel, 8 maart 2014