Editoriaal : EU-sancties tegen Israël zijn meer dan ooit noodzakelijk


Op 11 augustus jl. heeft de Israëlische minister van Huisvesting Uri Ariël de bouw aangekondigd van 1187 huizen voor joodse kolonisten in het sinds juni 1967 bezette  Palestijns gebied (793 in Oost-Jeruzalem en 394 op de rest van de Westelijke Jordaanoever). Op 5 augustus had de Israëlische regering al een lijst goedgekeurd van plaatsen die prioritair in aanmerking komen voor subsidiëring. Op de lijst staan 91 Israëlische kolonies die zich op de bezette Westelijke Jordaanoever bevinden. Ze krijgen extra geld voor de verdere ontwikkeling. Israël zal ook zes nieuwe kolonies staatssteun geven. Drie van de zes nieuwe kolonies zijn zonder toestemming van de Israëlische regering gesticht en werden pas daarna door Israël erkend. Deze beslissing kwam pas een week na de nieuwe start van de vredesgesprekken met de Palestijnse Nationale Autoriteit. Men kan zich dan ook afvragen in hoeverre Israël werkelijk geïnteresseerd is in vrede en er wel iets met het vredesoverleg zal bereikt worden. Alleen door interventie en druk van buitenaf kan Israël tot een duurzame en rechtvaardige vredesregeling gedwongen worden.

Een eerste schuchtere stap in die richting is het besluit van de Europese Unie in juni jl. dat Israëlische bedrijven die zich in bezet Palestijns gebied bevinden, vanaf 2014 geen financiering van de Europese Unie meer kunnen krijgen.

De Israëlische premier Benjamin Netanyahu reageerde heftig en beschouwde dit als een zoveelste aanval op Israël. Hij vindt dat de EU de verkeerde prioriteiten stelt en de aandacht moet vestigen op de burgeroorlog in Syrië en op het Iraanse nucleaire programma. De uitbreiding van de Israëlische kolonies noemt hij geen dringend probleem voor de EU.

Wederom tracht Netanyahu Israël voor te stellen als een modelstaat, vrij van discriminatie, apartheid en sociocide (dit is de bewuste vernietiging van allerlei facetten van een bepaalde maatschappij, zoals cultuur, economie, onderwijs, enz.). Dezer dagen is het echter weer zeer duidelijk dat Israël verre van een vrije democratie is.

De EU-lidstaten moeten Israël sancties opleggen zolang deze staat de rechten van de Palestijnen en het internationaal recht blijft schenden.

 

Eind juni keurde het Israëlische parlement het ‘Plan Prawer-Begin’ goed dat de verplaatsing voorziet van 30.000 à 70.000 bedoeïenen uit de Negev-woestijn, en de inbeslagname van hun land, om ze te concentreren in achtergestelde stedelijke gebieden. Zonder zich iets aan te trekken van de aanbevelingen van de Verenigde Naties en van het Europees parlement tegen de vernieling van die Negev-dorpen en de uitdrijving van hun bewoners, vermits het slechts ging om “verbale aanbevelingen” waaraan geen sancties verbonden worden, zal de Israëlische regering haar dreigementen dus uitvoeren.

Israël kondigt tevens aan nieuw land van Palestijnen in beslag te zullen nemen in de streek van Nablus, om het tot “militair gebied” om te vormen.

Ook eind juni vernielde het Israëlische leger de tenten, serres, waterputten en zonnepanelen die waren geïnstalleerd in het Palestijnse dorp Susya, ten zuiden van Hebron, die deel uitmaakten van een programma van duurzame ontwikkeling van de Europese Unie. De viceconsul van Frankrijk in Jeruzalem was getuige van de scène, en dus van het goede gebruik dat Israël maakt van het geld van de Franse en Europese belastingbetaler.

Maar zoals gewoonlijk, zullen de Europese regeringen geen directe acties ondernemen tegen deze vernielingen. Duidelijke signalen zoals de non-financiering van bedrijven in Israëlische kolonies blijven zeer noodzakelijk én dienen opgevoerd te worden. De EU-lidstaten moeten Israël sancties opleggen zolang deze staat de rechten van de Palestijnen en het internationaal recht blijft schenden. Zo zouden bijvoorbeeld de Belgische universiteiten hun samenwerking met Europese onderzoeksprojecten waaraan ook Israëlische vliegtuig- en wapenbedrijven deelnemen, onmiddellijk moeten stopzetten.

 

Het redactieteam                                                                          Brussel, 20 augustus 2013