Editoriaal: Israël discrimineert op alle niveaus

 

In de vredesgesprekken met de Palestijnse onderhandelaars eisen de Israëli’s van de Palestijnse onderhandelaars dat ze Israël als een joodse staat erkennen. Dit zou niet alleen nefaste gevolgen hebben voor het recht op terugkeer van de Palestijnse vluchtelingen naar hun dorp of stad binnen de grenzen van voor juni 1967 maar ook voor de Palestijnen die in Israël wonen. Het zou de bestaande discriminatie van de Palestijnse burgers binnen de grenzen van Israël nog versterken.

 

 

De discriminatie van de Palestijnen in Israël is minder bekend dan de positie van de Palestijnen binnen de bezette gebieden

 

 

De discriminatie van de Palestijnen in Israël blijkt minder bekend te zijn dan de situatie van de Palestijnen binnen de sinds juni 1967 bezette Palestijnse gebieden.

 

Eerst en vooral is er de politieke discriminatie. De Palestijnen vormen zowat 20% van de totale bevolking van Israël, maar de Palestijnse politieke partijen behaalden bij de Israëlische parlementsverkiezingen van 22 januari 2013 slechts 11 op de 120 zetels. Bij de regeringsonderhandelingen worden de Palestijnen systematisch uitgesloten. Tot nu toe werd geen enkele Palestijnse partij in een regeringscoalitie opgenomen En nu de kiesdrempel verhoogd wordt, dreigen de Palestijnse partijen zelfs geen vertegenwoordigers meer in het Parlement te hebben.

 

Naast de politieke discriminatie is er de economische discriminatie. Het begon al in 1948 met de Israëlische landverwervingspolitiek waarbij de oorspronkelijk Palestijnse bevolking in een minimum van tijd maximaal onteigend werd. Een wet van 1950 (Absentee Property Act) gaf de Israëlische overheid het recht om “afwezige” Palestijnen te onteigenen. Begin 1947 bezat de joodse gemeenschap 7% van de grond in Palestina. In 1951 was dat al 92% van de grond. De in beslag genomen gronden werden beschouwd als “staatsgrond” en aan het beheer van het Joods Nationaal Fonds toevertrouwd. Dit Fonds wees grote delen van de gronden toe aan joodse immigranten.

 

De Palestijnen die wel nog grond bezitten, kunnen geen extra grond verwerven. Landbouwgrond wordt steeds schaarser. Het gemiddeld grondbezit sinds 1949 is teruggevallen van 1,9 hectare tot 0,07 hectare landbouwgrond per persoon.

 

Ook op de arbeidsmarkt worden Palestijnen gediscrimineerd: bij het Israëlische Elektriciteitsbedrijf werken in totaal 13 000 werknemers waaronder slechts 6 Palestijnen. Het Israëlische telecombedrijf Bezeq heeft 10 000 mensen in dienst. Ook hier werken slechts 6 Palestijnen. Beide cijfers komen uit het boek “De andere kant van Israël” van Susan Nathan (2005, p. 99). De Israëlische vakbond Hisdratut doet hier niets tegen. De Palestijnen die toch werk vinden in de Israëlische industriële sectoren van de mijnen en de bouw, ontvangen een lager loon dan de joodse werknemers. De industriële zones en de nederzettingen worden uitsluitend toegekend in gebieden waar veel joden wonen.

 

De financiële middelen voor het joods onderwijs in staatsscholen zijn vier maal zo  hoog als voor het Arabisch onderwijs dat apart wordt georganiseerd. Voor religieuze joodse scholen wordt er zelfs twaalf keer zoveel geld uitgetrokken (Susan Nathan, De andere kant van Israël, 2005, p, 110).

 

En dit is nog maar het topje van de ijsberg. De Palestijnen in Israël worden aan nog heel wat andere al dan niet subtiele vormen van discriminatie onderworpen. Er zijn wetten waarin discriminatie letterlijk vastgelegd werd en er bestaan ook meer indirecte vormen van discriminatie. Een van de gevolgen van deze discriminatie is een duidelijke sociale en economische achterstelling van de Palestijnse bevolking in Israël: er zijn veel meer Palestijnen werkloos, het analfabetisme is driemaal hoger bij de Palestijnen en ook de kindersterfte ligt vier maal hoger, en dan hebben we het nog niet gehad over verkrotting, de woningnood en het weigeren van bouwvergunningen aan Palestijnen.

 

Om heel deze problematiek van discriminatie nog eens extra in de verf te zetten organiseerde Palestina Solidariteit op 26 april een conferentie “Palestijn in Israël: ongewenst burger ?” met als sprekers Khulood Badawi (politica van Nazareth) en Neve Gordon (professor aan de Ben Goerion Universiteit).

 

 

Het redactieteam                                                                                 Brussel, 4 mei 2014