Editoriaal: Prins Laurent laat zich voor de kar van Israël spannen

Op uitnodiging van het Joods Nationaal Fonds (JNF) bracht de Belgische prins Laurent in juni een “privébezoek” aan Israël. Het is niet de eerste keer dat prins Laurent naar Israël trekt. Enkele jaren geleden al bezochten hij en prinses Claire het land. Ook het Joods Nationaal Fonds is voor hem geen onbekende. Naar aanleiding van de 65ste verjaardag van de eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring van Israël woonde het prinselijk koppel dit jaar een feest bij van de Belgische afdeling van dit Fonds. De directrice van de Belgische afdeling van het JNF is Betty Dan, voormalige directrice van de pro-Israëlische Franstalige “radio Judaïca” en huidige voorzitster van de Zionistische Organisatie van België. Het is wellicht zij die ervoor gezorgd heeft dat de Belgische Prins werd uitgenodigd om in Neveh Ilan, in de buurt van Jeruzalem, een boom te planten voor het Joods Nationaal Fonds. Dit Fonds reikte hem een diploma uit voor zijn twintigjarige inzet voor de natuur en vroeg hem om samen te werken. Ook de huidige koning van Nederland, Willem-Alexander, kwam als prins in opspraak door zijn betrokkenheid bij projecten van dit fonds

 

Het Joods Nationaal Fonds (Keren Keyameth le-Yisrael) wordt door Israël voorgesteld als een milieuorganisatie, maar niets is minder waar. Dit fonds ontstond in 1901 tijdens het vijfde zionistencongres in Bazel en had als opdracht door middel van wereldwijde donaties grond in het toenmalige Palestina voor joodse zionisten te verwerven. Het betrof toen vooral vruchtbare landbouwgrond in de kuststreek dat eigendom was van afwezige (Libanese, Syrische en Turkse) grootgrondbezitters. Tijdens de catastrofale oorlog van 1948-1949 bemachtigde het Fonds hectaren grond met militaire middelen. Honderdduizenden Palestijnen werden met geweld verdreven: 531 Palestijnse dorpen en 11 steden of stadswijken werden verwoest en ontvolkt. Deze etnische zuivering herhaalde zich tijdens de zesdaagse oorlog van juni 1967 toen nog eens 350.000 Palestijnen van hun gronden werden verdreven. Doorheen de jaren verwierf het JNF 13,5 procent van de gronden van het Israëlisch grondgebied. Maar het JNF bekleedt ook een belangrijke positie binnen de Israëlische Land Authority, een overheidsdienst die 79,50 procent van het grondgebied beheert. Het JNF heeft dus feitelijk het beheer van 93 procent van het totale grondgebied in handen, dat exclusief wordt voorbehouden aan joden.

 

Onder de mantel van milieuvriendelijkheid realiseerde het Joods Nationaal Fonds haar bosprojecten en parken op sites waar zich vóór 1948 ooit Palestijnse dorpen en steden bevonden. Het planten van een boom voor het JNF is zelfs meer dan een politieke daad. Bomen planten op vernielde dorpen is steun verlenen aan een staat die alleen joodse belangen behartigt en dus niet democratisch is. Het is dan ook onaanvaardbaar dat onder het mom van een privéaangelegenheid de Belgische minster van Buitenlandse Zaken Didier Reynders (MR) aan Prins Laurent de toestemming gaf om op de uitnodiging van het JNF in te gaan.

 

Prins Laurent, Didier Reynders maar ook politici zoals Kris Peeters en Yves Leterme die in Israël een boom hebben geplant, zouden beter moeten weten. Wanneer zullen ze een einde maken aan het blindelings samenwerken met Israël. Hoe lang nog sluiten ze de ogen voor de voortdurende mensenrechtenschendingen en de stille etnische zuivering in de Negev, de Westbank en Oost-Jeruzalem?

 

De redactie                                                                                     Brussel, 2 juli 2013