Foltering van Rasmea Odeh Verzoek om rechterlijke uitspraak levert een nauwkeurige beschrijving van Rasmea Odeh’s foltering door Israëlische cipiers

 

Voorgelegd door Charlotte Silver op donderdag 31/7/2014

rasmea_yousef_odeh.jpg

Rasmea Yousef Odeh (Arab American Action Network)

Nota: Dit rapport bevat grafische details van de marteling die door sommigen als storend kunnen worden ervaren.

In wat naar verwachting een cruciaal voorverhoor zal worden voor Rasmea Yousef Odeh, zullen zowel de advocaten van de eisende partij als van de verdediging op 31 juli gedagvaard worden in de VS district gerechtszaal in Detroit, Michigan. Zij zullen daar verscheidene verzoeken tot rechterlijke uitspraak bepleiten; verzoeken die een belangrijke invloed kunnen hebben op de manier waarop het proces, dat op de agenda staat om in september te beginnen, zich zal ontwikkelen.

Odeh, een Palestijnse Amerikaanse, wordt beschuldigd van “immigratiefraude” omdat ze zogezegd niet naar waarheid “nee” heeft geantwoord op de vraag of zij ooit voor een misdaad werd veroordeeld; een vraag die stond op een formulier voor aanvraag van immigratie.

In 1969 veroordeelde een Israëlisch militair gerechtshof Odeh van deelname aan het plegen van 2 bomaanslagen in Jeruzalem, een veroordeling gebaseerd op een bekentenis die, zo zegt Odeh, werd verkregen door marteling, waaronder verkrachting.

Odeh heeft onschuldig gepleit op deze aanklacht van immigratiefraude. Indien zij veroordeeld wordt, kan riskeert zij 10 jaar gevangenisstraf, 250.000 $ in boetes, het verlies van haar VS staatsburgerschap, en deportatie.

In één van de verzoeken om een rechterlijke uitspraak zal de rechter in dit verhoor, Paul D. Borman, verzocht worden om zichzelf van deze zaak te verwijderen. Dit omdat diens substantiële financiële steun aan uitgesproken pro-Israëlische organisaties en activiteiten bewijst dat hij zich niet onpartijdig kan opstellen.

De advocaten voor de verdediging hebben op 14 juli deze motie ingediend en op 30 juli hebben ze nog meer bewijsmateriaal voorgelegd, waaronder het feit dat Borman duizenden dollars heeft geschonken aan de Friends of the Israel Defense Forces, alsook aan de Near East Report, een publicatie van de Israëlische lobby groep AIPAC, door middel van zijn filantropische stichting The Borman Fund.

De rechter zal ook een motie van de verdediging in overweging nemen om gedurende het proces geen enkele referentie te vernoemen met betrekking op Odeh’s arrestatie, veroordeling en gevangenneming in 1969. Dit alles werd immers uitgevoerd door het Israëlische bezettingsregime, wiens tactieken niet overeenkomen met de in de VS geldende procedures en evenmin met de fundamentele rechten die het internationaal recht verleent.

In een gesprek met The Electronic Intifada, zei Hatem Abudayyeh, directeur van de Arab American Action Network (AAAN):, “Het zou wijzen op bevooroordeling indien de regering de veroordeling vanuit Israël – of bewijs aangaande de misdaad waaraan Rasmea verondersteld was te hebben meegedaan – mag voorleggen. Rasmea en haar advocaten verwerpen deze veroordeling en noemen deze onwettig, daar deze veroordeling onder foltering werd verkregen.

Odeh is mededirecteur van de AAAN.

Geslagen, geëlektrocuteerd en verkracht

In een aparte motie die ook op donderdag behandeld zou kunnen worden, legt de verdediging bewijs voor van de verregaande foltering, ondergaan door Odeh gedurende haar 10 jaren in een Israëlische gevangenis. Odeh’s verdediging zou kunnen pleiten dat de martelingen die zij moest verduren geleid hebben tot verminderde vaardigheid op het moment van haar aanvraag tot immigratie en naturalisatie in de V.S.

Klinische psychologe Mary Fabri heeft op 18 juli een beëdigde verklaring afgelegd met de details van Odeh’s marteling en de daarop volgende post traumatic stress disorder (PTSD).

Fabri bezit een ruime achtergrond in de behandeling van slachtoffers van marteling. Acht jaar lang maakte zij deel uit van the Executive Committee for the National Consortium of Torture Treatment Programs.

Tijdens haar beëdigde verklaring in de gerechtszaal, beschrijft Fabri in ondraaglijk detail wat Odeh haar gedurende hun sessies verteld heeft.

Odeh was 19 toen zij voor het eerst werd gearresteerd door Israëlische soldaten. Ze werd naar een ondervragingscentrum in Jeruzalem gebracht waar zij met houten stokken en ijzeren staven werd geslagen. Ze kreeg klappen en vuistslagen en ze werd geschopt door soldaten met zware laarzen. Odeh beschreef wat ze voelde na die langdurige afranseling. Ze zei “Het was alsof er een vuur in mijn hoofd brandde, zoals een hoge elektrische lading; alsof mijn hoofd ging ontploffen”.

Tijdens de eerste week van haar gevangenschap menstrueerde Odeh. De bewakers gaven haar geen enkel maandverband. Ze mocht ook niet naar de badkamer. Ze vertelde dat Odeh, tijdens de 25 eerste dagen van haar 45-daagse hechtenis in Jeruzalem, werd belet om (met regelmaat) te slapen en dat ze voortdurend werd geslagen en vernederd.

Eén bewaker, bekend als “Abulhani,” stompte haar regelmatig op haar oren, met als resultaat dat ze twee jaar lang slecht kon horen.

De meeste tijd moest Odeh naakt rondlopen, in het bijzijn van mannelijke cipiers en van mannen die daar ook gevangen zaten.

Eens werd Odeh gedwongen te kijken naar de marteling van een gevangene, waarbij de bewakers de genitaliën van die man verbonden met elektrische draden en hem elektrische schokken toedienden. Odeh vertelde dat ze zag hoe hij stierf tijdens deze foltering.

Kort nadat zij getuige was van die elektrocutie werd Odeh zelf gemarteld met elektrische schokken; de draden waren vastgemaakt aan haar genitaliën, borsten, buik, armen en benen.

In nog een ander incident werd Odeh’s vader naar een kamer gebracht waar zij naakt op de vloer lag, en werd hem bevolen seks met haar te hebben. Het was deze bedreiging die Odeh, zo zegt zij, uiteindelijk dwong tot het tekenen van de bekentenis.

En toch maken we op uit Fabri’s beëdigde verklaring dat de martelingen niet ophielden, zelfs nadat Odeh de bekentenis had ondertekend.

De bewaker, “Abulhani,” dreigde haar te verkrachten, maar zei haar “dat zij het niet verdiende door een man ontmaagd te worden”. Soldaten hielden haar tegen de grond en “Abulhani” duwde “een ruwe, dikke houten stok” in haar vagina. Odeh vernam later dat haar vader gedwongen was naar haar verkrachting te kijken.

Omdat Fabri geen bewijs kon vinden van ook maar iets dat kon wijzen op “veinzen of simuleren”, concludeerde zij dat Odeh’s symptomen en de beschrijvingen van haar symptomen overeen kwamen met PTSD, en dat enige pogingen om haar aan die martelingen te herinneren de symptomen van PTSD opnieuw tot leven zouden roepen. Hierdoor zou zij, zoals allen die onder een extreem trauma geleden hebben, het liefst willen vermijden aan die ervaring te denken, laat staan erover te praten.

De organisatoren van The National Rasmea Defense Committee vragen de supporters om zich op 31 juli om 2.00 u. te verzamelen voor het Gerechtshof.