Fragmentering en BDS: het resultaat na 20 jaar Oslo-akkoorden

Onderstaand artikel vormt een samenvatting van de conclusies die getrokken werden tijdens de negende jaarlijkse conferentie van de SOAS Palestine Society in Londen (5-6 oktober 2013): Self-Critique two Decades after Oslo.

 

Twintig jaar na de ‘Verklaring van Principes over de Reglementen van Interim Zelfbestuur’ of de Oslo-akkoorden maken velen de balans op.  Een balans die er niet goed uitziet: een reeks van mislukkingen en achteruitgang.  Adam Hanieh van de School of Oriental and African Studies merkte tijdens de jaarlijkse Palestine-conferentie in Londen (5-6 oktober 2013) echter op dat “Oslo levend en succesvol is”.  Inderdaad, als we kijken naar de achterliggende bedoeling van de Oslo-akkoorden, zien we dat Israël er in geslaagd is om een Palestijns leven te consolideren in een controlesysteem waarvan de Palestijnse Autoriteit de mede-uitvoerder is. Bovendien heeft Israël haar regionale positie versterkt door haar relatie met haar Arabische buurlanden te normaliseren waardoor internationale bedrijven geen schrik meer hebben voor een Arabische olieboycot wanneer men investeert in Israël.

 

Met een chronologisch overzicht van de verschillende onderhandelingen wordt het duidelijk dat Oslo een zeer onevenwichtig plan was waarin Israël steevast als de sterke partij uitkwam.  De Oslo-akkoorden waren het resultaat van geheime onderhandelingen tussen Israël en Palestina die voorbijgingen aan de Madridconferentie van 1991 en de tien daaropvolgende bilaterale samenkomsten in Washington.  Het akkoord voorziet in de erkenning van de PLO door Israël en de Israëlische terugtrekking binnen de vijf jaar uit de Gazastrook, Jericho en andere niet gespecificeerde delen.  In ruil daarvoor moet de PLO Israëls bestaansrecht herbevestigen en terrorisme uitsluiten.  De centrale kwesties Jeruzalem, vluchtelingen, kolonies, grenzen, water en de toekomstige Palestijnse staat worden achterwege gelaten voor latere ‘final status’ onderhandelingen.

 

Het zogenaamde ‘peace process’ zet zich verder met de Caïro-overeenkomst van mei 1994, waarin de Israëlische terugtrekking wordt beperkt en Israël de verantwoordelijkheid voor de veiligheid aan de grenzen krijgt, terwijl de oprichting van de Palestijnse Autoriteit wordt voorzien.  Ook wordt de einddatum voor de ‘final status’ onderhandelingen op mei 1999 vastgelegd.  In september 1995 wordt in Taba overeengekomen (‘Oslo II’) om de Westelijke Jordaanoever in drie delen te verdelen (zones A, B, C).  In januari  1997 volgt het Hebron Protocol over de Israëlische militairen in Hebron.  In de ‘Wye River Memorandum’ van oktober 1998 – waarin men het heeft over het Palestijnse engagement ten opzichte van de Israëlische veiligheid en de terugtrekking van het Israëlische leger uit de Westelijke Jordaanoever – moeten de laatste interimregelingen gevat zijn voor er wordt overgegaan tot de ‘final status’ onderhandelingen. 

 

In 1999 wordt echter terug bijeengekomen in Sharm el-Sheikh en verstrengt Ehud Barak de veiligheidsovereenkomsten en eist hij dat de onderhandelingen over de terugtrekking van het Israëlische leger worden uitgesteld tot de ‘Camp David II-top’ die in juli 2000 plaatsvindt. Op dat moment spreekt de reële situatie de bepalingen van de onderhandelingen helemaal tegen en zorgt de Israëlische ‘alles of niets’ houding ervoor dat de conferentie faalt.  Aanvankelijk is de Palestijnse bevolking zeer hoopvol over de akkoorden over een autonoom gebied, en keren duizenden Palestijnen terug uit ballingschap.  Er treden echter geen veranderingen op die werkelijke verbetering brengen in hun leven.  Alleen al tussen 1992 en 1996 stijgt het aantal inwoners in de joodse kolonies met 48 procent in de Westelijke Jordaanoever en met 62 procent in de Gazastrook.  Daarnaast zorgt Oslo ervoor dat de Westelijke Jordaanoever opgedeeld wordt in enclaves die doen denken aan de zogenaamde ‘bantoestans’ van Apartheid Zuid-Afrika.  Palestijnse huizen worden vernield, landbouwgrond wordt in beslag genomen, duizenden olijfbomen worden ontworteld, Israël begint met de bouw van de Apartheidsmuur, etc.

 

Het verzet van de Palestijnen hiertegen blijft niet uit.  Reeds in 1991 spreken de PFLP, DFLP en Hamas zich uit tegen de top in Madrid.  Hamas schuwt het gewapend verzet niet en begaat in april 1993 een eerste zelfmoordaanslag.  Ook het geweldloos verzet wordt voortgezet, zij het aanvankelijk op kleine schaal.  De meeste Palestijnen hadden een “wait-and-see-houding’ aangenomen.  Burgers die zich toch verzetten, hebben niet alleen te kampen met de Israëlische autoriteiten maar ook met het autocratische en autoritaire beleid van de Palestijnse Autoriteite (PA).  Palestijnse uitgevers en journalisten die schrijven over de corruptie van de PA worden gearresteerd en krijgen huisarrest.  Binnen de Groene Lijn groeit het aantal Palestijnse ‘civil society organisaties’ om tegemoet te komen aan de noden van de Palestijnse bevolking.  Daarnaast zijn er Palestijnse politieke partijen die deelnemen aan de Israëlische politiek, maar hun resultaten zijn zeer beperkt.  Vele Palestijnen boycotten de Israëlische verkiezingen.  De slechte dagelijkse omstandigheden waaraan de Palestijnen onderworpen zijn en de façade-onderhandelingen, maken dat de woede en frustratie aanzwellen.  De diplomatieke impasse en boosheid wordt nog verergerd door het provocatieve bezoek aan de tempelberg of Haram al-Sharif door de Israëlische leider van de oppositie Sharon op 28 september 2000.  Dit vormt één van de directe aanleidingen voor de al-Aqsa Intifada. 

 

Als men vandaag naar de Palestijnse samenleving kijkt, ziet men dat er niet alleen zeer grote fysieke afstanden zijn tussen de mensen in de Westelijke Jordaanoever, de Gazastrook, binnen de Groene Lijn, in de naburige Arabische landen, en over de rest van de wereld, maar ook grote ideologische en politieke verschillen.  Het neoliberalisme dat zich met de Oslo-akkoorden stevig heeft doen gelden binnen de Palestijnse maatschappij heeft voor een zeer grote fragmentering geleid.  Niet alle Palestijnen strijden nog voor dezelfde zaak, voor een Palestijnse autonome staat, zelfbeschikkingsrecht, het recht op terugkeer voor alle vluchtelingen…  Erger nog, vele Palestijnen hebben baat bij een status-quo van de huidige situatie omdat ze de onderaannemers zijn van de Israëlische apartheidsstaat.  Het zijn deze Palestijnen die deel uitmaken van de Palestijnse Autoriteit en rijk worden met het uitdragen van de Palestijnse neoliberale ontwikkelingsstrategie.  Deze strategie waarmee Israël en het Westen zeer tevreden zijn, zorgt ervoor dat er grote verschillen tussen rijk en arm ontstaan in de Palestijnse samenleving en dat de traditionele structuren die eens de steunpilaren van het Palestijnse verzet waren, verdwijnen. 

 

Vele Palestijnen zijn zich echter bewust van deze zaak en laten zich er niet door ontmoedigen.  Nieuwe strategieën worden uitgedacht en nieuwe structuren worden op poten gezet.  Zo draagt de BDS-beweging (Boycott – Divestment – Sanctions) de kiemen van een succesvolle verzetsbeweging, vergelijkbaar met die ten tijde van het Apartheid Zuid-Afrika.  Men is er zich van bewust dat er enkele zeer fundamentele voorwaarden moeten zijn om te slagen als verzetsbeweging.  De beweging moet van uit de basis gefundeerd zijn.  De eisen moeten van het volk komen en niet van bovenaf opgelegd worden.  Men moet zich organiseren in een institutionele vorm die het volk vertegenwoordigt en in hun naam praat.  Velen zien hierin een rol weggelegd voor de PLO, als enige rechtmatige spreekbuis en vertegenwoordiging voor alle Palestijnen, waarin mannen en vrouwen zetelen van alle geledingen van de bevolking.  Om succesvol te zijn, dient er beroep gedaan te worden op steun van de internationale solidariteitsbewegingen.  Door middel van BDS-campagnes dienen zij druk uit te oefenen op hun beleidsmakers en bedrijfsleiders om zich niet meer medeplichtig te maken aan Israëls Apartheidspolitiek.  Dat is de vraag van het Palestijnse maatschappelijke middenveld aan ieder van ons.  Een ‘wait and see-houding’ is voor niemand van ons nog langer geoorloofd.  Zelfs kleine, individuele acties maken het verschil.  Kijk daarom steeds bij het winkelen naar de streepjescode van het product dat u wenst te kopen.  Begint die met 7290, koop dat Israëlisch product dan niet, maar zoek een alternatief.  Dat is een kleine actie voor u, een grote voor Palestina.

 

Meer info over BDS: www.bdsmovement.net

                              www.palestinasolidariteit.be

A P