Israëls schending van het recht op gezondheidszorg

 

Op zondag 11 augustus weigerden Israëlische soldaten aan een checkpoint in Nablus medische hulp aan een Palestijnse jongen die gebeten werd door een slang.  Muhammad Abu Aoun werd in de buurt van de Hamra-checkpoint door de slang gebeten en verloor het bewustzijn.  Zijn vader vroeg de Israëlische soldaten om hem de controlepost te laten passeren en een ambulance te bellen, maar ze weigerden.  De soldaten vertelden Abu Aoun dat hij de checkpoint aan het belemmeren was en verhinderde hem om in de rij te staan om de checkpoint door te gaan.  Een ambulance van de Palestijnse Rode Halve Maan sloeg er na anderhalf uur in om toegang te krijgen tot het gebied en brachten de jongen naar het Rafida-ziekenhuis, waar hij nog steeds in een kritieke toestand verkeert.  De vader van de jongen doodde de slang en nam het mee naar het ziekenhuis, zodat de artsen in staat zouden zijn om het juiste tegengif te bieden.  Hij zei dat de soldaten lachten wanneer ze het gebied verlieten.

 

Dit voorval is het zoveelste voorbeeld van de moeilijke toegang tot gezondheidszorg door de beperkte bewegingsvrijheid van de Palestijnen.  De toegang tot gezondheidszorg is een cruciaal onderdeel van het recht op gezondheid. Het beperken van de toegang tot gezondheid schendt de fundamentele mensenrechten.

 

Het verkrijgen van een Israëlische vergunning om naar een gespecialiseerd ziekenhuis te gaan is ingewikkeld en moeilijk en de onzekerheid en het last-minute karakter van de Israëlische respons maakt het proces des te meer belastend voor patiënten en hun families. Kinderen kunnen de toegang worden geweigerd, indien het vergezellende familielid niet is goedgekeurd door de autoriteiten.  Patiënten uit de Gazastrrok kunnen daarbij ook nog eens worden opgeroepen voor zogenaamde  veiligheidsinterviews vóór of tijdens de overtocht. In 2012, werden 206 patiënten, van wie de meesten 18-40 jaar oud waren, opgeroepen door de Israëlische veiligheidsdiensten voor een gesprek als onderdeel van de aanvraagprocedure.

De beperkingen beïnvloeden ook ambulance transfers en de werking van de ziekenhuizen in Oost-Jeruzalem: in 2011 werd slechts 5% van de Palestijnse Rode Halve Maan ambulances uit de Westelijke Jordaanoever toegestaan om hun patiënten naar Jeruzalem te voeren, terwijl 95% van de patiënten van een ambulance met een Palestijnse nummerplaat naar een ambulance met een Israëlische nummerplaat moest worden overgebracht bij de controlepost.  1.053 artsen en gezondheidswerkers met Westoever of Gazastrook-identiteitskaarten die werken in Oost-Jeruzalem-ziekenhuizen, ontvangen slechts kortlopende vergunningen met voorwaarden die hun toegang tot Jeruzalem beperken. 21 ziekenhuismedewerkers werden vergunningen geweigerd om naar hun werk te gaan.

De vertragingen en het niet toekennen van de toegang tot gezondheidszorg schenden het recht van patiënten op toegang en kan leiden tot een verslechtering van hun gezondheidstoestand.

 

De Israëlische Civil Administration (ICA) weigerde in 2011 en 2012 de toegang tot gezondheid of reageerde vertraagd op de verzoeken voor één op de vijf Palestijnse patiënten en patiëntenmetgezellen op de Westelijke Jordaanoever. De meest voorkomende reden voor het weigeren van een vergunning aan patiënten was 'veiligheid'.

In 2011 werd één op de 10 patiënten uit de Gazastrook de doorgang in het Erez checkpoint geweigerd of kreeg vertraagde vergunningen voor de toegang tot medische; mannelijke patiënten van 18-40 jaar oud hadden de minste kans om goedkeuringen te ontvangen.

 

Naar een artikel van Maan News Agency: http://www.maannews.net/eng/ViewDetails.aspx?ID=620082

Meer info op  de website van de Wereldgezondheidsorganisatie: http://www.emro.who.int/countries/pse/