Lees eens :Een schreeuw om recht Een tragedie van het Palestijnse volk Dries van Agt

Dries van Agt, Een schreeuw om recht – Een tragedie van het Palestijnse volk, De Bezige Bij, Amsterdam, 2009, 368 pagina’s[1].  

Over “Een schreeuw om recht” van de Nederlandse oud-premier Dries van Agt (CDA) zegt de Nederlandse oud-ambassadeur Koos van Dam dat het een goed geïnformeerd boek over de Palestijnse kwestie is[2]. Dit boek is niet alleen goed geïnformeerd maar leest bovendien heel vlot.

Dries van Agt[3] is op 2 februari 1931 in Geldrop geboren. Van 1968 tot 1971 was hij  hoogleraar strafrecht aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Van 1971 tot 1977 was hij tweemaal minister van Justitie en van 1977 tot 1982 was hij driemaal minister-president van Nederland. Nadien is hij ambassadeur van de Europese Unie geweest in Japan en de Verenigde Staten. In 2005 bezocht hij Israël en de bezette gebieden met een internationale delegatie. In een interview met Frank Schlömer in De Morgen (18.9.2009 http://www.driesvanagt.nl/index.php?type=tekst&item=110) spreekt hij zich uit voor de opschorting van het Associatieverdrag tussen de Europese Unie en Israël. Op 10 december 2009 lanceert hij The Rights Forum voor een rechtvaardig Midden-Oostenbeleid (http://www.rightsforum.org/). Begin oktober 2011 nam Dries van Agt nog een aantal oud-ministers, waaronder Jan Pronk (PvdA), Jan Brinkhorst (D66) en Bert de Vries (CDA), mee naar de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever (De Volkskrant, 7.10.2011 en

http://www.rightsforum.org/media/doc/usr/7ecaa89504d0cdb870dad67a216cf1d1.pdf)

Door zijn vurige inzet voor de rechten van het Palestijnse volk werd hem tot nu toe de titel van minister van staat niet toegekend.

 

Zijn boek is in 30 hoofdstukken ingedeeld, voorafgegaan door een dankwoord en een chronologie van het Israëlisch-Palestijns conflict gaande van 1896 tot juni 2009.

In de hoofdstukken 18-19 bespreekt hij de “onzalige verbintenis” tussen Amerika en Israël (185-198), alsook de pro-Israëlische lobby in de Verenigde Staten (199-210).

In het hoofdstuk 20 komt de Europese Unie en Israël aan bod (p. 211-223). Over het Associatieverdrag tussen de EU en Israël schrijft hij het volgende:

 

Palestijnse producten die, ondanks alle hindernissen, door de afsluitingen heen komen en dus kunnen worden geëxporteerd, worden vaak opgekocht door Israëlische exporteurs en dan als 'made in Israël' naar Europa verscheept. Dan zijn het de Israëlische bedrijven die het voordeel opstrijken van de preferentiële toegang tot de Europese markt.

Volgens de 'oorsprongregels' die zijn opgenomen in het EU-Israël-Associatieakkoord komen uitsluitend producten uit Israël zelf in aanmerking voor belastingvoordelen in de vorm van vrijstellingen van invoerrechten of reductie hiervan bij de invoer in de EU. Producten uit nederzettingen in de bezette Palestijnse gebieden vallen niet onder dit akkoord. Desondanks heeft Israël het Associatieakkoord ook toegepast op producten, vervaardigd of verbouwd op land dat aan de Palestijnen is ontstolen. In reactie op deze flagrante schending had de EU het akkoord kunnen opschorten, maar dit gebeurde niet. Zo kon Israël jarenlang producten uit de nederzettingen afzetten op de Europese markt zonder hiervoor de eigenlijk verschuldigde invoerrechten te betalen. Feitelijk heeft de EU de kolonisatie van bezet gebied gesubsidieerd. Bovendien werden de consumenten in Europa door de etikettering 'made in Israël' misleid over de ware oorsprong van deze producten.” (p, 214-215)

 

En over de schroom van Europa om het Associatieakkoord op te schorten zegt hij:

Zelfs de talrijke en ernstige schendingen van de mensenrechten waaraan Israël zich als bezetter schuldig maakt, hebben de EU er nimmer toe gebracht een beroep te doen op artikel 2 van het Associatieakkoord en dat akkoord op te schorten. (...) Opschorting zou een gematigd antwoord zijn op Israëls wanbeleid. Opschorting is immers geen bestraffing als het instellen van een handelsembargo of het opwerpen van financiële blokkades, maar het tijdelijk onthouden van bijzondere preferenties of privileges. Tegen andere staten die zich vergrepen aan mensenrechten, heeft de EU wel sancties uitgevoerd. Israël mag zich blijkbaar meer veroorloven, is kennelijk minder onderhorig aan het internationale recht dan andere staten.”   (p, 215-216)

 

Over de in 2008 gevoerde besprekingen met betrekking tot de opwaardering (upgrade) van de bilaterale relatie tussen EU en Israël:

Dit bracht de EU in een ideale positie om strikte voorwaarden aan Israël te stellen. Israël zou zich veel coöperatiever moeten gedragen in op vrede gerichte onderhandelingen. Het zou in ieder geval dadelijk moeten ophouden met activiteiten die steeds verder uitzicht benemen op een levensvatbare Palestijnse staat. Israël zou zich eindelijk moeten schikken naar het internationale recht, de eerbiediging van mensenrechten hierbij inbegrepen. (...) Als Europa niet de fut of het lef heeft Israël de duimschroeven aan te draaien door het EU-Israël-Associatieakkoord en het in vervolg daarop in werking gestelde actieplan stil te leggen, dan zou het Israël minstens moeten voorhouden dat er van additionele tegemoetkomingen door Europa geen sprake kan zijn zolang dat land zich maar blijft misdragen. Eindelijk dus het middel van de politieke conditionaliteit[4] inzetten, dat zou de EU minimaal moeten doen.” (p, 217)

 

Over dezelfde besprekingen citeert hij de Israëlische journalist Gideon Levi die in de krant Haaretz[5] het volgende schreef:

Europa moet deze week verstandig worden. Het naar een hoger plan tillen van de relatie met Israël mag alleen plaats vinden op voorwaarde dat Israël een aantal maatregelen neemt, conform de principes die het belijdt. Een betere relatie? Hou je aan de internationale wetten, eerbiedig fundamentele mensenrechten, hef het kordon om Gaza op. Zo reageert de EU ook als er andere landen op de deur kloppen of binnen mogen. Als de relatie zonder bijkomende voorwaarden wordt opgewaardeerd, is dat een vrijbrief voor nederzettingen, muren, afzettingen en honger. Is dat hoe Europa liefst ziet? Mensen die bezet zijn boycotten, hun bezetter bedelven onder cadeautjes, een marionet van Amerika worden?” (p, 218-219)

 

En hij besluit dit hoofdstuk over Europa en Israël:

Europa heeft Israël tot op de dag van vandaag laten doorgaan met het kapen van land en het wegdrukken van de Palestijnse bevolking. Het is helaas niet te verwachten dat de EU in de toekomst als nog een ferme houding jegens israël zal aannemen. (...) Er is gerede twijfel of het Midden-Oostenbeleid van de EU en haar leden wel overeenkomen met de opvattingen van hun burgers.“ (p, 223)

 

In de hoofdstukken 21 en 22 heeft de auteur het over de kritische joodse stemmen binnen Israël: Uri Averny, Jeff Halper, Hulamit Aloni, Avraham Burg, Avraham B. Ush Shalom, Israeli Committee Against House Demolition (ICAHD), Public Committee Against Torture in Israel (PCATI), Physicians for Human Rights (PHR), Machsom Watch, Rabbis for Human Rights, Zochrot, Breaking the Silence. Buiten Israël vermeldt hij: Jews for Justice in the Middle East, Jewish voice for Peace, European Jews for a just Peace. de Duitse joden van de Berliner Erklärung, de Nederlandse[6] joden van Een Ander Joods Geluid (http://www.eajg.nl/) en van Gate48. Als Nederlandse niet-joodse organisatie wil hij het Nederlands Palestina Komitee (NPK) en hun tweemaandelijks tijdschrift Soemoed[7] niet onvermeld laten.

 

Het hoofdstuk 23 is gewijd aan de medeplichtigheid van private bedrijven zoals Cterpillar, Veolia Transport, Agrexco (nu Mehadrin), Soda-Club, Unilever, Riwal, Cement Roadstone holdings (CRH), ...

In het hoofdstuk 24 (Waarom in touw voor de Palestijnen?) legt Dries van Agt aan de hand van een aantal voorbeelden uit hoe zijn tegenstanders op de man spelen in plaats van de discussie aan te gaan over de inhoud: “Besmeur de boodschapper is het parool, ten einde de boodschap aan het zicht te onttrekken”. (p, 259)

De berichtgeving door de westerse media wordt ontleed in Hoofdstuk 25. De auteur van het boek bespreekt er de invloed van de Israëlische propaganda (Hasbara of het Hebreeuws woord voor uitleggen) en van de Ambassador's Course[8].

In de hoofdstukken 26 en 27 legt hij het hoe en het waarom uit van de grote aanval op Gaza (p. 270-296). In hoofdstuk 30 verdedigt hij de éénstatenoplossing. In het naschrift heeft hij het over de redevoering van de Amerikaanse president Obama op 4 juni 2009 in Caïro en over de toespraak van de Israëlische premier Netayahu op 14 juni 2009 in de Bar Ilan Universiteit. En in zijn open brief aan regering en parlement besluit hij:

De crisis die de bezette Palestijnse gebieden, bovenal Gaza, teistert, heeft catastrofale proporties. De veerboot naar de toekomst waarop de Palestijnen zich bevinden, is zinkende. Het is uw ereplicht te doen wat in uw vermogen ligt om deze mensen te redden.” (p. 328)



[1]    Lees de voorstelling van het boek door Dries van Agt  http://driesvanagt.nl/index.php?type=tekst&item=31

[2]    “De VVD zit in de greep van de pro-Israël-lobby”, interview van Koos van Dam door Harm Ede Botje, in Vrij Nederland, 24 augustus 2013, p, 41

[3]    Dries van Agt heeft ook een website: http://www.driesvanagt.nl/

      In zijn “nederzettingsmonitor” http://www.rightsforum.org/nederzettingenmonitor#monitor geeft hij de laatste stand van de uitbreidingen van de joodse kolonies op de Westelijke Jordaanoever

[4]    Politieke conditionaliteit bestaat erin de toekenning van privileges of hulp afhankelijk te maken van goed gedrag, bijvoorbeeld op het gebied van mensenrechten en democratische principes.

[5]    Gideon levi, A dubious Israeli spring in Europe, in Haaretz, 15 juni 2008

[6]    In België heb je de UPJB Union des Progressistes Juifs de Belgique (http://upjb.be/ )

[8]    Trainingscursus (van het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken) om docenten, studenten, activisten en anderen die Israël zijn toegedaan, te instrueren hoe het “conflict” in het buitenland te presenteren in een voor Israël zo gunstig mogelijk daglicht. Daarnaast heb je ook nog de pr-campagne van Brand Israel (http://electronicintifada.net/content/behind-brand-israel-israels-recent-propaganda-efforts/8694 ). Bovendien ontwikkelde het Israëlische ministerie van Binnenlandse Zaken voor bloggers en internetsurfers The Internet Megaphone met een aanzienlijke gegevensbank en dagelijkse artikels waarop moet worden gereageerd.