Schrijf eens een brief

Het is heel belangrijk om te reageren op de berichtgeving en om uw mening bekend te maken. Volg het voorbeeld van onderstaande personen die volgende brieven schreven:

 

Een park in Israël. 

(reactie van Jan Van Herzele op het planten van een boom door prins Laurent in Israël, opgenomen in De Morgen, 21.6.2013, p. 18)

In 2009 maakte ik een reis in Palestina (Westelijke Jordaanoever en Israël). Ziehier een stukje herinnering aan die reis. 

We wandelen door de resten van, of beter gezegd: op de plaats van, een “verlaten” dorp. Zeg niet “uitgemoord” of “verdreven”, dat past niet in de Israëlische geschiedenisboeken. Alle plaatsen waar Palestijnen verdreven zijn, zijn “verlaten”. ‘Verlaten’ land wordt uitgeroepen tot “staatsland”, op grond van een Ottomaanse wet die bedoeld was om land dat niet gebruikt werd, ter beschikking van iedereen te stellen, om er bij voorbeeld schapen te laten grazen. Comités die zich baseren op de grondbeginselen van de Israëlische staat, bepalen of je je op dat land mag installeren of niet. Voor niet-joden is dat in de praktijk dus nooit mogelijk. Alle van de oorspronkelijke bewoners afgenomen land in Israël is op grond van die wet ingepalmd door Joden. Dat de mensen gevlucht zijn voor het geweld, doet niet ter zake. Wat verder zien we de nieuwe joodse kolonie. Ter plekke zien we nog een paar overblijfselen van het oude, verwoeste dorp. De graven zijn afgebakend door wat stenen. Ze onderhouden, wordt aan de nazaten verboden. De plaats heeft meer van een ietwat wild park dan van een verlaten dorp. Een bioloog in de groep zegt, dat je aan de begroeiing alleen al kan zien, dat hier een nederzetting geweest is. We vinden er nog een paar duidelijke resten van, onder meer een kerk (een kleine minderheid van de Palestijnen is christen). 

De Palestijn bij wie we logeren, Ali, vertelt. Ali’s familie werd verdreven uit Jaffa. Het dorp waar Ali nu woont met zijn vrouw Trees, ondertekende destijds, toen de grote etnische zuivering van 1948-49 plaatsvond (door Palestijnen de ‘Nakba’ genoemd, de catastrofe), een verdrag met de Israëlische legercommandant waarbij het afzag van verzet. Het dorp werd gespaard. Ali kreeg van een familielid een stuk land in dat dorp, en wou erop bouwen. De helft van Ali’s land is echter uitgroepen tot groene bufferzone door het bestuur van het nabije dorp, joods, dat een belangrijk deel van het land van Ali’s dorp heeft ingepalmd. In een groene bufferzone mag je natuurlijk niet bouwen. Ali krijgt dus geen bouwvergunning. Zoals tienduizenden huizen van Palestijnen in Israël en in door Israël gecontroleerd gebied in de Westbank, is zijn huis dus, uit noodzaak, zonder bouwvergunning gebouwd. Voor het huis is een slooporder uitgevaardigd. Ali geeft hier uiteraard geen gehoor aan. Weerom elders naartoe vluchten is ook geen optie: wie zegt, dat hem elders niet opnieuw hetzelfde overkomt? Ali heeft het betalen van boetes, na jaren, opgegeven. Hij zit nu af en toe een gevangenisstraf uit voor zijn onvergunde huis. Dank zij de status van zijn vrouw als Nederlandse, is het sturen van wat kleren en zo, wanneer Ali in de gevangenis zit, een enkele keer soms mogelijk, door de bemoeiingen van de Nederlandse ambassade.

Een ander nabijgelegen dorp werd ten tijde van de Nakba door zijn bewoners verlaten, nadat de Israëlische legercommandant hen de schriftelijke verzekering had gegeven, dat ze er na een paar weken, als de gevechten gedaan waren, konden terugkeren. Vandaag, meer dan 60 jaar en enkele rechtszaken later wachten die mensen en hun nazaten nog altijd op het fiat van de Israëlische autoriteiten voor hun terugkeer.

We verlaten de plaats van het verwoeste dorp. Beneden, aan de rijweg, staat een bord met in het Hebreeuws (en misschien ook in het Arabisch, dat herinner ik me niet precies) de vertrouwd klinkende richtlijnen: “Dit is het park van … (gevolgd door de naam van de nabije joodse nederzetting). Hou het proper, respecteer het”. 

Jan Van Herzele

Brief aan Herman Van Goethem, curator van Dossin Karerne in Mechelen

Ik bezocht gisteren voor het eerst de vernieuwde Dossin Kazerne.

Ik was zwaar onder de indruk van het geheel, de getuigenissen, de documenten, de veelzijdige weergave van de geschiedenis die zich nooit meer zou mogen herhalen.

Ik wens dan ook mijn bewondering uit te drukken en u te feliciteren samen met uw ploeg.

Toch zou ik één bemerking willen maken, is er één groot gemis.

Bij de aanvang van de tentoonstelling keken we naar de filmmontage op het gelijkvloers en luisterden we met behulp van de audiogids naar de commentaar. Deze is naar inhoud en opzet weer zeer knap.

Men spreekt er over pesten, uitsluiting, discrimineren als begin van alle mogelijke geweld. Er worden jongeren getoond, situaties in Amerika, Zuid-Afrika, Rwanda en ook recent dicht bij ons in een fabriek arbeiders onder elkaar.

Daar stopt het echter.

 

Onmiddellijk bedacht ik: waarom spreekt men hier niet over de Palestijnen en hun lot sinds 1948?  Waarom toont men niet hoe ze gediscrimineerd en vernederd worden? Hoe hun land afgenomen werd en wordt met geweld van wapens en bulldozers, hun olijfboomgaarden vernield, hun families en dieren afgesloten van mekaar, van drinkbaar water, van de buitenwereld?

 

Het is voor mij en voor velen samen met mij onbegrijpelijk hoe een volk dat door de eeuwen heen zozeer te lijden had onder de ergste vormen van vervolging en uitroeiing nu toelaat dat een ander volk (dat hen niets misdaan had, waar zij in vrede mee samenleefden tot 1948), verjaagd, vervolgd en opgesloten wordt. Dat het joodse volk dat volledig het slachtoffer werd van de opruiende propagandamachine van de nazi’s, nu zelf de grootste propaganda ontwikkelt en voortdurend zeer opruiende taal verkondigt in de scholen, in de kranten op radio en tv. Er wordt een extreem wij/zij denken gepropageerd.

Is het nu net niet dat ‘wij/zij’ denken dat u aanklaagt in de film? Is dat niet het begin van alle onheil, onrecht en onmenselijk leed? Omdat discriminatie, vernederingen en apartheid een gevoel van totale onmacht oproepen en ook weer tot geweld leiden?

Aangezien we dit zo goed weten (het wordt zo duidelijk uitgelegd in uw museum) is het toch zeer belangrijk dit met alle macht een halt toe te roepen, door wat er nu gebeurt in Israël tegenover de Palestijnen te benoemen als discriminatie, vernederingen en apartheid.

Als de boodschap van de film in het museum van de Dossin Kazerne geloofwaardig wil overkomen, dan moet het museum de moed hebben de huidige discriminatie en vernederingen van de Palestijnen in Israël heden ten dage te vermelden. Dat zou een wezenlijke stap zijn om dit onrecht aan te kaarten. Pas als het probleem erkend wordt, met naam genoemd en besproken wordt, kan er hoop zijn op veranderingen.

Zou het niet fantastisch zijn dat er in joodse scholen campagnes tegen discrimineren en vernederen van Palestijnen zouden opgezet worden, zoals in onze scholen campagnes tegen het pesten, in plaats van het huidige opruien en militaristisch trainen ‘tegen de vijand’, zoals heden ten dage spijtig genoeg gebeurt.

Ik las net nog onderstaand artikel waarin een generaal openlijk pocht dat hij talrijke Palestijnse dorpen liet vernielen en zegt dat hij er zich goed bij voelt.

http://www.imemc.org/article/65690

Kan u alstublieft dit onrecht ook opnemen in uw film?

Zo zal u meewerken aan een wereld die zich blijvend verzet tegen discriminatie en alle onrecht dat daaruit voortvloeit. Waarvoor mijn dank

Hoogachtend,

Denise Puttaert

De reclamestunt van Sodastream verzwijgt betrokkenheid bij de Israëlische bezetting (reactie van Werner De Bus op een artikel in De Morgen van 11 juni 2013)

De NGO 5Gyres en het drankenbedrijf Sodastream willen het gebruik van plasticflessen beperken (De Morgen, 11 juni, p. 11) om onder andere de vervuiling van de zee tegen te gaan. Ze willen dat Minister van Consumentenzaken Vande Lanotte daaraan iets doet. Ze vergeten erbij te vertellen dat de geconcentreerde limonadesiropen die bij het systeem passen, wellicht ook in PET-flessen verpakt zijn ... weliswaar in kleinere flessen, maar het blijven plastiek flessen. Dat je met een flesje meerdere liter limonade kan maken doet er niet toe. 

Sodastream produceert siropen en machines om zelf vruchtenproducten te maken. Welnu, deze producten komen uit Israël en worden in de sinds juni 1967 bezette Palestijnse gebieden geproduceerd en als "made in Israël" naar Europa uitgevoerd. Met die bepaling "made in Israël" hoeft Sodastream geen Europese importtaks te betalen, wat normaal wel moet voor producten die uit de Israëlische kolonies komen. Het hoofdkwartier van dit Israëlisch bedrijf ligt in de joodse kolonie Maale Adumin op de bezette Westelijke Jordaanoever. Met de verkeerde labeling overtreedt het Israëlische bedrijf de wetgeving inzake herkomstbepaling. Minister Vande Lanotte wil werk maken van de implementering van de Europese aanbeveling inzake juiste labeling van producten afkomstig uit de Israëlische kolonies.  Hij kan misschien al beginnen om aan de Belgische verkopers te vragen de juiste herkomstnaam van de producten van Sodastream te vermelden.

Met vriendelijke groeten,

Werner De Bus