Uit “Gaza op mijn hoofd” van Inge Neefs (4)

Wat ga je hun vertellen ?

Ga je hun vertellen wie de terrorist is? Want wie vermoordt er kinderen? Wie?

Umm Tariq schreeuwt tegen me in een razernij van rouwend verdriet, ongeloof, pijn, rauwe woede en machteloosheid.

“Begrijp je mij?!”, roept ze.

 

“Ze spelen hier elke dag voetbal van 15 tot 17 uur! Wat zijn zij die kinderen vermoorden?”

 

Ze pauzeert een seconde om mijn gezichtsuitdrukking op te nemen. Anaah vertaalt en tussendoor versta ik haar woede en begrijp ik meer woorden dan me lief zijn.

“Wist je dat Mohammed zijn hoofd ontplofte? Een kind van tien jaar! Mijn neefje…”

haar warme adem mept haar zinnen tegen mijn slapen en in een reflex wend ik mijn hoofd af. Enkele vrouwen willen tussenkomen om haar te bedaren en zeggen dat dit toch geen zin heeft, dat ik haar niet versta. Ik gebaar dat het in orde is, waarop ze haar hand stevig om mijn schouder klemt en haar brandende woorden in mijn oor spuwt.

“Ze spelen daar elke dag voetbal! Van 15 tot 17 uur! Elke dag! Iedere dag na school! Wat zijn zij die kinderen vermoorden? Wat zijn zij?”

Ze schreeuwt. Haar kreten halen me uit mijn evenwicht en bij gebrek aan troostende woorden beantwoord ik haar toorn met tranen, die ook over haar wangen rollen.

Ze zegt dat ze de eerste was om het gruwelijke slagveld te aanschouwen. Dat Tariq haar vijftienjarige zoon, daar ook aan het voetballen was. Dat hij nu in het ziekenhuis ligt met een hand minder. Dat een andere jongen uit de straat, vanwege de gebrekkige medische infrastructuur in Gaza en vanwege zijn complexe verwondingen, werd doorverwezen naar een ziekenhuis in Israël. Off all places: Israël! Het is een caritatieve pleister op koelbloedig, structureel onrecht, waar waarschijnlijk dankbaarheid voor wordt verwacht. Dat de wereld pervers is.

“Al die gewonde kinderen! Vertel jij jouw mensen wie de echte terrorist is? Vertel jij het hun?”

Snikkend spuwt Umm Tariq haar zinnen uit. In haar blik ligt onvervalste woede. Ze beschouwt me als een vertegenwoordiger van het Westen dat schijnheilig jongleert met woorden als mensenrechten, maar dat pas ingrijpt als de economische belangen gediend kunnen worden. Hoe hard zou ze de buitenwereld haten? Maar ze laat me alleen haar hand vasthouden.

“Ik hoop dat je de wereld zegt dat we geen terroristen zijn, dat we normale mensen zijn. We hebben alleen brute pech dat we geen olie hebben, anders had de NAVO de Palestijnse zaak al lang gesteund.”

 

(Inge Neefs, Gaza op mijn hoofd, EPO, Berchem, 2013, p. 30-31)