14) Zionisme en het conflict waartoe het aanleiding geeft.

Ter herinnering, voor het geval u het wezen van het zionisme uit het oog verloren bent.

Vladimir Jabotinsky (1880-1940) is de politieke en spirituele vader van vijf Israëlische eerste-ministers: Menachem Begin, Yitzhak Shamir, Ehud Olmert, Ariel Sharon en Binyamin Netanyahu.

B. Netanyahus vader, Benzion, was de privésecretaris van Jabotinsky tijdens de laatste maanden van diens leven.

Hierna volgen uitgebreide fragmenten uit zijn terecht beroemd geworden artikel "De ijzeren muur" (O Zheleznoi Stene), gepubliceerd in 1923 in het Russischtalige dagblad Rassvyet (Dageraad).

Van een compromis tussen de Palestijnse Arabieren en ons kan geen sprake zijn, op dit moment niet en ook in de voorzienbare toekomst niet. Ik spreek deze innerlijke overtuiging van mij zo categorisch uit, niet omdat ik ook maar enigszins de wens heb aardige mensen [dat wil zeggen, matige Zionisten] te ergeren, maar, integendeel, omdat ik hen voor ergernis wil behoeden. Al die aardige mensen, behalve de congenitale blinden, hebben allang begrepen dat het volslagen onmogelijk is om ooit de goedkeuring te verkrijgen van de Arabieren van Palestina, om datzelfde Palestina om te vormen van een Arabisch land tot een land met een Joodse meerderheid.

Iedere lezer heeft een algemeen idee van de geschiedenis van de kolonisatie van andere landen. Ik stel voor dat hij alle gekende voorbeelden in herinnering brengt; laat hem de gehele lijst doorlopen en proberen één enkel voorbeeld te vinden van een land dat gekoloniseerd werd met de instemming van de inboorlingen. Er is geen dergelijk voorbeeld. De inboorlingen — of ze nu geciviliseerd waren of niet — hebben altijd hardnekkig strijd geleverd tegen de kolonisten — om het even of zij geciviliseerd waren of niet. …

Elk inheems volk, hetzij beschaafd of wild, zag zijn land als zijn nationaal tehuis, waarover zij volledig heersen. Ze zullen niet alleen nooit vrijwillig nieuwe heersers accepteren, maar ook geen nieuwe mede-eigenaars of partners.

Dat geldt ook voor de Arabieren. Compromisgezinden onder ons proberen ons ervan te overtuigen dat de Arabieren dwazen zijn, die kunnen worden misleid door een "afgezwakte" formulering van onze ware doelen, of een omkoopbare stam die zal afzien van zijn geboorterecht over Palestina voor culturele en economische voordelen. Ik verwerp botweg deze kijk op de Palestijnse Arabieren.

Cultureel staan ze 500 jaar achter ons, geestelijk bezitten zij noch ons uithoudingsvermogen, noch onze wilskracht; maar afgezien daarvan, zijn er geen inherente verschillen tussen ons. Ze zijn even subtiele psychologen als wij, en precies zoals wij hebben ze eeuwen van opleiding gehad in geraffineerde casuïstiek [Hebreeuws: pilpul]. Wat we ze ook vertellen, ze doorzien ons net zo goed als wij hen doorzien. En ze hebben voor Palestina dezelfde instinctieve liefde en intrinsieke ijver die de Azteken hadden voor hun Mexico of de Sioux voor hun prairie. ... Elk volk zal tegen kolonisten strijd voeren, zolang er een vonk van hoop is dat ze zich kunnen ontdoen van het gevaar van kolonisatie. Dat is ook wat de Palestijnse Arabieren doen en zullen doorgaan met doen, zolang er een vonk van hoop is. …

Kolonisatie heeft slechts één doel; dat doel is onaanvaardbaar voor de Palestijnse Arabieren. Dat is in de aard der dingen. Die aard wijzigen is onmogelijk. …

Zelfs als het mogelijk was (wat ik betwijfel), de toestemming te verkrijgen van de Arabieren van Bagdad en Mekka, alsof Palestina voor hen een soort klein, onbelangrijke grensgebied was, zou Palestina voor de Palestijnse Arabieren nog altijd niet een grensgebied blijven, maar hun enige thuisland, het centrum en de basis van hun eigen nationale bestaan. Het zou daarom noodzakelijk zijn met de kolonisatie door te gaan tegen de wil van de Palestijnse Arabieren, wat dezelfde situatie is als deze die nu bestaat. Maar een akkoord met niet-Palestijnse Arabieren is ook een niet te realiseren fantasie. Opdat de Arabische nationalisten van Mekka, Bagdad en Damascus ertoe zouden bereid zijn, een voor hen zo hoge prijs te betalen, namelijk ermee akkoord gaan, om af te zien van het behoud van het Arabische karakter van Palestina — een land gelegen in het centrum van hun [toekomstige] "Federatie" en dat die middendoor snijdt — zouden we hun iets even waardevols moeten aanbieden. Dit kan duidelijk slechts twee dingen betekenen: geld of politieke steun, of beide. Maar dat kunnen wij geen van beide aanbieden. Voor wat geld betreft, is het belachelijk om te denken dat wij Mesopotamië of Hejaz kunnen financieren, als we al niet genoeg hebben voor Palestina. ... En politieke steun voor het Arabisch nationalisme zou volstrekt oneerlijk zijn. Het Arabisch nationalisme stelt zich dezelfde doelen als deze die werden gesteld, bij voorbeeld, door het Italiaans nationalisme voor 1870: éénwording en politieke onafhankelijkheid. In klare taal: dit zou de uitzetting van Engeland uit Mesopotamië en Egypte betekenen, de uitzetting van Frankrijk uit Syrië en dan wellicht ook uit Tunesië, Algerije en Marokko. Voor ons zou het ondersteunen van een dergelijke beweging, zelfs op afstand, zelfmoord en verraad zijn. We opereren onder Brits mandaat; in San Remo steunde Frankrijk de Balfour-verklaring. Wij kunnen niet deelnemen aan een politieke intrige waarvan het doel is om Engeland te verdrijven van het Suezkanaal en de Perzische Golf en Frankrijk volledig te vernietigen als koloniale macht. We kunnen niet zo'n dubbel spel spelen; we moeten er zelfs niet over denken. Ze zullen ons verpletteren — met welverdiende schande — vooraleer we een stap in die richting kunnen zetten. …

Conclusie: we kunnen niets geven aan de Palestijnse of andere Arabieren in ruil voor Palestina. Daarom kan er van hun vrijwillige toestemming geen sprake zijn. Dus wie voorhoudt dat een dergelijke overeenkomst een essentiële voorwaarde is voor het Zionisme, kan nu onmiddellijk al "nee" zeggen [Frans: non] en afzien van het zionisme. Onze kolonisatie moet ofwel worden beëindigd, of doorgaan tegen de wil van de inheemse bevolking in. Deze kolonisatie kan daarom alleen doorgaan en zich ontwikkelen onder de bescherming van een van de lokale bevolking onafhankelijke kracht — een ijzeren muur die de inheemse bevolking niet kan doorbreken.

Dat is de som van ons beleid ten aanzien van de Arabieren. … Waartoe dient de Balfour-verklaring? Waartoe dient het mandaat? Voor ons betekenen ze, dat een externe grootmacht heeft toegezegd, de voorwaarden voor een dergelijke beveiliging te scheppen, dat de plaatselijke bevolking, hoezeer die het ook zou gewild hebben, niet zou kunnen tussenkomen, administratief of fysiek, in onze kolonisatie.