Nieuws

Waarde Antwerpse schepenen, waar zijn jullie bang voor?

Waarde Antwerpse schepenen,

 

Eerst een vraag: waar zijn jullie eigenlijk zo bang van?

 

Dan een beetje context: al twintig weken sluit ik me wekelijks aan bij de acties van de Antwerpse coalitie voor Palestina.

Twintig weken lang komen we samen aan de Suikerrui, in de schaduw van ons stadhuis, waar jullie onze belangen behartigen.

Twintig weken lang staan we daar omdat we de gruwel tegen de Palestijnen niet meer kunnen aanzien – al twee jaar lang staat de feed van onze sociale media vol beelden die je van je hele leven niet meer vergeet. Kinderen die in het hoofd zijn geschoten – je ziet hun hersens door hun kapotte schedel steken. Kinderen die krijsend op een operatietafel liggen met een arm of een been aan flarden, terwijl dokters wanhopig proberen het bloeden te stelpen. Een vader die zijn peuter de lucht in steekt – nu ja, een romp zonder hoofd. Een tiener die de resten van zijn broertje meedraagt in een plastic zakje. Een radeloze moeder die vertelt hoe ze even wat brood was gaan zoeken, maar bij terugkomst alleen een berg puin aantrof; haar kinderen liggen er hoogstwaarschijnlijk onder. En ga zo maar door. Duizenden verhalen, tienduizenden tragedies.

 Ik neem aan dat jullie even geschokt zijn als wij door de nietsontziende afslachting van het Palestijnse volk, door de bewuste moorden op journalisten, dokters en ambulanciers in Gaza, door de taal van ontmenselijking en de accelererende brutaliteit op de Westelijke Jordaanoever. Je hoeft daar helemaal geen ‘kant’ voor te kiezen. Wie ziekenhuizen bombardeert, kinderen en journalisten met drones aan flarden schiet en mensen uithongert, daar kun je toch onmogelijk sympathie voor opbrengen? Een regime dat zoiets doet, moet je stoppen – klaar.

 Jullie hebben net als wij kinderen, ouders, broers, zussen, vrienden. Jullie kunnen zich dus ook wel inbeelden hoe het zou zijn als ze dagelijks geconfronteerd werden met bommen, beschietingen, honger, haat. Ik ga er dan ook van uit dat jullie het met ons eens zijn als we zeggen – nee, eisen – dat die onmenselijkheid moet stoppen. Dat is het minimum minimorum, toch?

 Al twintig weken lang staan we daar om jullie luidkeels te vragen om actie te ondernemen. Om te stoppen met ons medeplichtig te maken aan deze ellende, aan dit nieuwe ijkpunt van onvoorstelbare horror. Moet dat per se luidkeels? Blijkbaar wel, want de brief met eisen van de Antwerpse Coalitie voor Palestina valt al maandenlang in dovemansoren. En dat terwijl onze stad een verpletterende historische schuld meedraagt op het vlak van mensenrechtenschendingen.

 In augustus 1942 werkte de Antwerpse politie – zoals jullie weten – immers actief mee aan het oppakken van ongeveer duizend joodse Antwerpenaren. Ze werden uit hun huizen gesleurd, geslagen, op vrachtwagens geladen en afgevoerd naar kazerne Dossin. Velen werden later vermoord in Auschwitz. Het stadsbestuur heeft zich in 2007 officieel verontschuldigd voor haar rol in die gruwelepisode. Een mooi symbolisch gebaar, maar wat is het plan dit keer? Gaan jullie wéér zestig jaar wachten om dan plots een diepe buiging te maken en “oeps, sorry” te zeggen? Oeps, omdat jullie de wapenleveringen zijn blijven faciliteren, ook al wisten we donders goed dat er Palestijnse burgers mee afgemaakt werden? Oeps, omdat jullie de vriendschapsbanden met Israël zijn blijven aanhalen en – ’t kan er nog wel bij – de vlag van dat land zijn blijven hijsen, ook al was allang duidelijk dat het regime in kwestie een volk aan het uitmoorden was? Dat laatste was geen onnozele fabel die de ronde deed op sociale media, maar een feitelijke vaststelling door de hoogste rechtsinstanties ter wereld.

 Face it: dát is waarom wij al twintig weken protesteren. Soms luidkeels, ja. Maar wat is dat uurtje met een beetje lawaai vergeleken met de angstaanjagende geluiden waarmee Palestijnse burgers al jaren leven? Het gesnerp van drones, het gefluit van raketten, de donder van inslaande bommen, het gehuil van kinderen onder ingestorte gebouwen? Ik denk dat de buurt rond de Suikerrui onze ‘overlast’ wel zal overleven. Ik zet het trouwens expliciet tussen aanhalingstekens – ‘overlast’. Want wij komen op straat vanuit ons hart en ons geweten, en we vragen jullie om te stoppen met ons collectief medeplichtig te maken aan wat nu al een van de grootste misdaden tegen de menselijkheid is in de eenentwintigste eeuw. Dat is geen overlast, dat is democratie. Wij hebben het recht onze stem te laten horen op de plek die wij zelf kiezen. Ja, dat kan vervelend zijn. Maar dat zijn de Antwerpse marathon en het Bollekesfeest ook voor sommigen.

 

Bijna twintig weken lang verliepen die protesten trouwens vlekkeloos. Loop er een halfuur nadat onze actie is afgelopen eens langs en je zou zweren dat we er niet eens stonden. Er ligt zelfs geen papiertje op de grond.

 Maar hoe jullie ons de afgelopen weken behandelden, dat had ik in m’n kwaadste dromen niet kunnen verzinnen. Ik kende zulke beelden wel, maar dan van op televisie. Zo gaat het er immers aan toe in landen waar autoritaire regimes aan de macht zijn. Een cordon politieagenten met schild en wapenstok. Arrestatiewagens die de toegang tot de Grote Markt blokkeren. Een waterkanon in de zijstraten. Agenten met honden. Agenten in burger die ons in bijzonder intimiderende bewoordingen bevelen komen toeblaffen. Euh, hallo?

 En het gaat van kwaad naar erger. Waarom waande ik me afgelopen maandag op een protest in een bezette stad en niet in mijn eigen geliefde Antwerpen? Waarom stond ik, toen ik van de Suikerrui naar het Steenplein wandelde zoals de politie vroeg, plots oog in oog met een bende gemaskerde – ja, wat waren het eigenlijk? Ik denk politieagenten, want de geüniformeerde politie legde hen geen strobreed in de weg. Maar ze droegen geen rode politiearmband, dus wat mij betreft hadden het ook extreemrechtse hooligans kunnen zijn. Wat deden die daar eigenlijk? En waarom waren ze niet als politieagent herkenbaar?

 Waar zijn jullie in godsnaam zo bang voor, dat jullie deze buitenproportionele politiemacht op ons afsturen? Op burgers die opkomen voor menselijkheid en tegen geweld, onderdrukking en genocide? Was het niet zo triest en verontrustend, het was gewoon potsierlijk.

 Wat is jullie plan eigenlijk? Ons zozeer te intimideren dat we verzaken aan ons recht op vreedzaam protest? Dat we vanaf nu maar thuisblijven en denken: “Ach ja, Gaza, ge kunt daar toch niks aan veranderen”? Sorry, maar zo werkt democratie niet.

 In een democratie zullen meningen onvermijdelijk botsen. Maar je werkt dan samen aan een oplossing door te luisteren, door je in te leven in andermans situatie, door te luisteren naar argumenten en te kijken naar feiten. Waarom gaan jullie niet in gesprek met de Antwerpse coalitie voor Palestina? En dan bedoel ik een echt gesprek, waarin jullie met argumenten – ik ga ervan uit dat jullie die wel degelijk hebben – voor de dag komen. Zou dat niet constructiever zijn dan de stoottroepen af te sturen op burgers die opkomen tegen onrecht?

 Misschien denken jullie dat wij toch niks beters te doen hebben dan op straat te komen, maar ik verzeker jullie: niemand staat daar voor de lol. We staan daar omdat we voelen dat het de enige manier is om iets te veranderen. We buigen niet voor intimidatie, maar zullen blijven opkomen voor gerechtigheid, voor menselijkheid en voor verbinding. Voor de kinderen, de moeders, de vaders, de journalisten, de dokters en alle burgers van Gaza. Voor iedereen die onderdrukt en ontmenselijkt wordt. Vreedzaam, dat spreekt. We hebben de voorbije weken bewezen dat we dat soort mensen zijn. En ja, we zullen daarbij gebruik blijven maken van onze luide franke teut, want ge zijt van ’t Stad of ge zijt niet van ‘t Stad. En we vragen jullie met klem om ons te behandelen als volwaardige burgers, niet als een zootje criminelen.

 Met beleefde doch verontruste groet,

Een zeer verontruste Antwerpenaar