Donald Trump heeft een nieuw orgaan gelanceerd om “vrede” te brengen in de Gazastrook: de Board of Peace. De naam klinkt als satire, maar de samenstelling en het mandaat zijn dat allerminst. Met figuren als Tony Blair, Jared Kushner en Marco Rubio aan tafel – en met berichten dat landen tot één miljard dollar zouden moeten betalen om permanent lid te mogen worden – wordt Gaza opnieuw het toneel van een oud experiment: bestuur zonder vertegenwoordiging, pacificatie zonder rechtvaardigheid.
Wie de geschiedenis van Palestina kent, herkent het patroon onmiddellijk. Grote machten die, onder het mom van stabiliteit en humanitaire wederopbouw, beslissen over het lot van een bevolking die systematisch wordt uitgesloten van echte politieke zeggenschap. De Board of Peace is geen breuk met het verleden, maar een verfijnde herhaling ervan – aangepast aan de neoliberale en post-VN-wereldorde van vandaag.
Vrede als bestuursprobleem
Wat Trump en co presenteren, is vrede, niet als een politieke kwestie van rechten, zelfbeschikking en dekolonisatie, maar als een managementprobleem. De Gazastrook wordt herleid tot een dossier: te reconstrueren infrastructuur, te controleren veiligheid, te stroomlijnen administratie. In deze logica zijn Palestijnen geen politieke actoren, maar objecten van beleid – passieve ontvangers en uitvoerders van beslissingen die elders worden genomen.
Dat er geen Palestijnse vertegenwoordiging is in de kern van dit orgaan, is geen toevallige omissie. Het is structureel. Net zoals tijdens het Britse Mandaat, de Oslo-jaren, en alle opeenvolgende “vredesprocessen”, wordt Palestijnse agency gezien als een ‘risico voor orde,’ niet als een voorwaarde voor rechtvaardigheid. Bestuur wordt uitbesteed, soevereiniteit opgeschort.
De vertrouwde gezichten van permanente mislukking
De aanwezigheid van Tony Blair is emblematisch. Als voormalig gezant voor het Midden-Oosten en boegbeeld van de post-9/11-orde belichaamt hij een benadering waarin Westerse economische belangen en veiligheid systematisch primeren op de politieke rechten van de bevolking. Blair verkoopt de fantasie dat je bezetting kunt omzeilen met investeringen, checkpoints kunt verzachten met “good governance”, en koloniale structuren kunt neutraliseren met managementtaal – een benadering die zowel in Afghanistan, Irak, als Palestina reeds aantoonbaar heeft gefaald.
Kushner: vrede met belangenconflict
Het is niet te verwonderlijk dat de Board of Peace is gestructureerd als een bedrijf. Het hoofdorgaan binnen deze Board heet dan ook de Gaza Executive Board. Naast Blair en Trump zetelen er dan ook verschillende zakenmannen: Steve Witkoff (vastgoedontwikkelaar, investeerder en oprichter van de Witkoff Group), Marc Rowan (miljardair en CEO van Apollo Global Management), en Yakir Gabay (Cypriotisch-Israëlische miljardair en vastgoedmagnaat).
Vooral de rol van Jared Kushner onderstreept hoezeer deze Board of Peace doordrenkt is van belangenvermenging. Kushners investeringsfonds, Affinity Partners, verwierf recent een aanzienlijk aandeel in Phoenix Financial, een grote Israëlische verzekerings- en investeringsgroep. Onderzoeksjournalisten en monitoringorganisaties wijzen erop dat Phoenix via dochterondernemingen en financiële diensten actief is in Israëlische kolonies in bezet Palestijns gebied.
Kushners fonds profiteert dus rechtstreeks van een economisch ecosysteem dat volgens internationaal recht illegaal is. Dat iemand met zulke financiële belangen mee de politieke toekomst van de Gazastrook mag vormgeven, ondergraaft elke claim op neutraliteit. Vrede wordt hier niet alleen beheerd, maar ook verhandeld: politiek gezag vermengd met private winstlogica.
Een parallelle wereldorde, buiten de VN
Misschien is het meest verontrustende element niet wie er aan tafel zit, maar welke tafel dit is. Trumps Board of Peace opereert bewust buiten de Verenigde Naties en bestaande multilaterale kaders. Diplomatieke bronnen waarschuwen dat dit orgaan een precedent schept voor parallelle besluitvorming, los van internationaal recht en zonder democratisch mandaat.
De VN, hoe gebrekkig ook, blijft gestoeld op principes van zelfbeschikking en formele gelijkheid. De Board daarentegen is ad-hoc, selectief, en afhankelijk van macht en kapitaal. De ganse Gazastrook fungeert hier als laboratorium voor een nieuw bestuursmodel: flexibel, privaat, en juridisch ongrijpbaar. Wat vandaag in Palestina wordt getest, zal morgen elders worden toegepast. Ook dat patroon kennen we ondertussen al lang.
Humanitaire taal, koloniale uitkomst
De ironie is scherp. Terwijl het Board spreekt over wederopbouw en stabiliteit, blijven de kernoorzaken van het geweld onaangeroerd. Bezetting wordt niet benoemd, apartheid niet erkend, terugkeer niet besproken. Het Zionisme als koloniale racistische ideologie blijft onaangeroerd. Vrede wordt losgekoppeld van rechtvaardigheid en herleid tot rust: een stilte na de verwoesting, beheerd door externe actoren, bewaakt door veiligheidsmechanismen, en gefinancierd door wie kan betalen en een graantje wil meepikken.
Dit is geen vredesproject. Het is pacificatie om de verdere kolonisering en exploitatie van Palestina te faciliteren.
De echte vraag
De vraag is niet of Trumps Board of Peace zal slagen. De vraag is: slagen waarvoor? Slagen voor wie? Voor de amorele geesten die vrede slechts begrijpen als het tijdelijk tot zwijgen brengen van verzet ten gunste van een roofkapitalistisch investeringsklimaat, waarbij snelle winst primeert op duurzame rechtvaardigheid, lijkt dit misschien een logisch model. Wie vrede ziet als de uitkomst van gelijkheid, vrijheid, en herstel van historische onrechtvaardigheid, weet dat dit project gedoemd – en ontworpen – is om te falen.
De Palestijnse bevolking heeft geen nieuwe raad van machtige mannen nodig die vrede uitroepen terwijl zij de voorwaarden van geweld intact laten. Wat hier wordt opgelegd is geen vrede, maar een beheer van verwoesting. Trumps Board of Peace herverpakt louter de koloniale macht: met contracten, commissies en investeringsfondsen, maar gebouwd op dezelfde ruïnes – en voorbestemd om er nieuwe te produceren.
