Nieuws

Vijf maanden na Gaza-akkoord blijven cruciale Belgische sancties dode letter

Vijf maanden na het politieke akkoord dat de federale regering op 2 september 2025 sloot als antwoord op het geweld in Gaza en de Westelijke Jordaanoever, blijven cruciale maatregelen dode letter.

Dat blijkt uit een grondige doorlichting van koepelorganisaties 11.11.11 en CNCD-11.11.11. Vooral nationale sancties tegen individuen en een importverbod op producten uit illegale nederzettingen laten op zich wachten.

“Wat hier gebeurt, is geen technische vertraging, maar politieke onwil van specifieke ministers en partijen,” zeggen de organisaties.

Dit artikel werd overgenomen van de website van 11.11.11 . 

Lees het volledige rapport hier.

Het akkoord van 2 september kwam er pas na ongeziene maatschappelijke druk. Brussel kleurde rood tijdens massale ‘rode lijn’-betogingen, de grootste protesten in tien jaar tijd, na maandenlange nationale manifestaties. Ook elders in het land vonden talloze acties plaats. De boodschap was duidelijk: België moest stoppen met vrijblijvende verklaringen en effectieve maatregelen nemen tegen de Israëlische genocide en oorlogsmisdaden in Gaza en de Westelijke Jordaanoever.

Exact vijf maanden later maken 11.11.11 en haar Franstalige zusterorganisatie CNCD-11.11.11 de balans op. Op basis van parlementaire vragen, een bevraging van ministeriële kabinetten en een eigen analyse concluderen de organisaties dat slechts negen van de veertien maatregelen die België autonoom kan nemen effectief werden uitgevoerd. Vijf blijven onuitgevoerd — net die maatregelen die een grote impact hebben.

Het gaat onder meer om een nationaal importverbod op producten uit Israëlische nederzettingen en om nationale sancties zoals inreisverboden, het bevriezen van tegoeden en het verbod op financiële transacties. “Dit zijn geen randmaatregelen, maar de kern van het akkoord,” zegt Willem Staes, Midden-Oostenexpert bij 11.11.11. “Terwijl Spanje er nauwelijks twee weken over deed om een politiek akkoord om te zetten in concrete wetgeving, is er in België na vijf maanden zelfs geen tijdslijn. Dat is onthutsend.”

Nochtans sleept het genocidaire geweld voort, ondanks een zogenaamd ‘staakt-het-vuren’. Palestijnse, Israëlische en internationale mensenrechtenorganisaties waarschuwen dat de genocide doorgaat. Israël vermoordde sinds oktober 2025 minstens 492 Palestijnen. Duizenden gebouwen werden verder verwoest, om zo de terugkeer van Palestijnse burgers onmogelijk te maken. Eind 2025 zette Israël tientallen internationale hulporganisaties uit Gaza, en nog steeds laat het slechts een fractie van de beloofde humanitaire hulp binnen. In de Westelijke Jordaanoever bereikt het kolonistengeweld en de bouw van nieuwe nederzettingen ondertussen historische proporties. ​

N-VA-ministers slepen voeten en weigeren inzage

Opvallend is dat net die onuitgevoerde maatregelen hoofdzakelijk onder de bevoegdheid vallen van ministers van de N-VA en MR. Volgens de organisaties is dat geen toeval. “Sinds het begin van de genocide slepen deze partijen met de voeten,” zegt 11.11.11-directeur Els Hertogen. “Protest tegen de genocide werd weggezet als ‘geruis uit de buitenwereld’ en Israël werd zonder nuance aan ‘de kant van het licht’ geplaatst. Dat discours vertaalt zich vandaag in politieke inertie.”

Die houding wordt volgens de organisaties bevestigd door de manier waarop ministers omgaan met parlementaire controle en maatschappelijke verantwoording. Alle bevoegde kabinetten werkten mee aan de evaluatie, behalve die van N-VA. Zij beperkten zich tot een nietszeggende standaardreactie en weigerden om inhoudelijk te antwoorden.

‘Dit akkoord was het absolute minimum’

De organisaties benadrukken dat het akkoord van 2 september geen radicale breuk inhield, maar het absolute minimum om het internationaal recht te respecteren. Ze roepen alle federale regeringspartijen op om de niet-uitgevoerde maatregelen opnieuw op de regeringstafel te leggen en eindelijk werk te maken van hun onmiddellijke uitvoering. “Wie deze vertragingspolitiek laat passeren, draagt mee verantwoordelijkheid voor het feit dat België zijn eigen engagementen niet nakomt,” klinkt het.

Daarnaast dringen ze aan op bijkomende stappen, zoals een nationaal verbod op investeringen die de Israëlische bezetting mee in stand houden en de uitbouw van een volwaardig nationaal sanctiemechanisme. Regeringspartijen CD&V en Vooruit deden daar al concrete voorstellen toe, maar een concrete behandeling blijft voorlopig uit.

“België kan niet blijven schipperen tussen verontwaardiging en passiviteit,” besluit 11.11.11. “Wie zegt dat mensenrechten fundamenteel zijn, moet dat des te feller verdedigen wanneer anderen geweld en straffeloosheid laten begaan.”