Solidariteit met volkeren, niet met regimes
De recente aanvallen van de Verenigde Staten en Israël op Iran markeren een nieuwe en gevaarlijke fase voor een regio die al decennia wordt getekend door oorlog, sancties en geopolitieke machtspolitiek. Wie zich beroept op internationaal recht en het principe van zelfbeschikking kan dergelijke militaire escalatie niet relativeren. Unilaterale militaire beslissingen zonder duidelijke parlementaire goedkeuring of internationaal mandaat ondermijnen het internationaal recht en vergroten het risico op een bredere regionale oorlog. Ze tasten bovendien de stabiliteit van bondgenootschappen en multilaterale structuren aan waarop zowel Europa als de Verenigde Staten formeel steunen. Analisten waarschuwen bovendien dat verdere escalatie vooral burgers treft die nu al in permanente crisis leven. Grootmachten spelen schaak. Burgers betalen de prijs.
Aanvallen op civiele infrastructuur zoals scholen, ziekenhuizen of dichtbevolkte woonwijken hebben voorspelbaar een diep demoraliserend effect op de bevolking. Onafhankelijk van de intentie van de aanvaller vergroten dergelijke acties de druk op burgers en verschuiven ze de kosten van het conflict naar de civiele samenleving.
Zowel in de Gazastrook als in Libanon is herhaaldelijk vastgesteld dat Israël disproportioneel burgers treft. Met de bombardementen op een meisjesschool, ziekenhuizen en andere civiele infrastructuur in Iran, zien we de contouren van hetzelfde patroon opduiken. Het humanitair recht vereist een strikt onderscheid tussen militaire en civiele doelen en proportionaliteit in het gebruik van geweld. Wanneer dat onderscheid vervaagt, wordt de burgerbevolking het feitelijke slachtoffer van de oorlog.
1953: de geopolitieke oorsprong van het wantrouwen
Wie vandaag over Iran spreekt zonder 1953 te vermelden, vertelt slechts de helft van het verhaal.
In dat jaar organiseerden de Amerikaanse en Britse inlichtingendiensten een staatsgreep tegen de democratisch verkozen premier Mohammad Mossadegh, nadat hij de Iraanse olie-industrie had genationaliseerd. De coup herstelde de macht van de sjah, Mohammad Reza Pahlavi, die met westerse steun een autoritair bewind uitbouwde. De Amerikaanse inlichtingendiensten (CIA) hebben hun rol in deze operatie later officieel erkend.
De staatsgreep legde de structurele basis voor het diepe wantrouwen tegenover de Verenigde Staten in Iran en droeg bij aan de revolutie van 1979. De huidige poging om een regimewissel via militaire druk te bekomen, herhaalt een historisch patroon van buitenlandse inmenging dat de regio niet heeft gestabiliseerd, maar juist langdurig heeft ontwricht.
Geen steun aan bombardementen, geen steun aan repressie
Historische verantwoordelijkheid van het Westen betekent echter niet dat het Iraanse regime vrijuit gaat.
Internationale mensenrechtenorganisaties documenteren al jaren hoe de Iraanse autoriteiten vreedzaam protest beantwoorden met buitensporig geweld, willekeurige arrestaties en systematische repressie. Dissidenten, vrouwenrechtenactivisten, studenten en minderheden worden geconfronteerd met een veiligheidsapparaat dat politieke oppositie als existentiële bedreiging behandelt.
Dit creëert een dubbele wurggreep: interne autoritaire onderdrukking en externe militaire dreiging versterken elkaar. Onderzoek naar eerdere interventies toont aan dat buitenlandse militaire druk zelden democratische transitie oplevert. Ze versterkt vaak precies die krachten die floreren bij confrontatie. Bombardementen verzwakken autoritaire staten zelden. Ze versterken hun interne veiligheidsstructuren.
Hetzelfde mechanisme geldt voor de sancties. De decennialange economische druk op Iran, vooral na de herinvoering en aanscherping in 2018 onder Amerikaanse druk, heeft de economie zwaar ontwricht, de levensstandaard drastisch verlaagd en sociale spanningen verdiept. Die crisiscontext wordt door het regime vervolgens aangewend om vrijheidsbeperkingen en repressieve maatregelen te legitimeren en te intensifiëren, waarbij economische ontbering wordt voorgesteld als louter het gevolg van externe vijandigheid in plaats van eigen beleidskeuzes.
De diaspora: tussen democratische hoop en reactionaire nostalgie
De Iraanse diaspora is politiek divers en ideologisch gefragmenteerd. Buiten Iran bestaan uiteenlopende visies: van seculiere democratische hervorming tot monarchistische nostalgie rond de pre-1979 periode.
Voor sommigen symboliseert de tijd vóór de revolutie een seculier en westers georiënteerd Iran. Wat daarbij vaak onderbelicht blijft, is dat het sjah-regime een autoritaire politiestaat was waarin politieke oppositie werd onderdrukt en marteling systematisch werd toegepast.
Wanneer delen van de diaspora pleiten voor buitenlandse militaire druk of interventie om een regimewissel af te dwingen, ontstaat een gevaarlijke convergentie met de geopolitieke agenda’s van grootmachten. Legitiem protest binnen Iran mag niet worden ingezet als hefboom voor externe machtsprojecten, noch worden herleid tot een reactionaire beweging.
Tegen campisme: internationalisme zonder blindheid
Een consequente ‘anti-imperialistische’ positie betekent dat geen enkel machtsblok wordt geromantiseerd.
Tegen Amerikaanse militaire dominantie zijn, betekent niet dat men autoritaire regimes moet vergoelijken. Evenmin betekent kritiek op het Iraanse regime dat men westerse interventies moet ondersteunen. Internationalisme vraagt om solidariteit met volkeren, niet met staten.
Niet met Washington.
Niet met Teheran.
Niet met monarchistische nostalgie.
En al zeker niet met Tel Aviv.
Wie werkelijk dekoloniaal en anti-imperialistisch denkt, verwerpt zowel externe militaire overheersing als interne repressie.
De omkering van het veiligheidsdiscours
Die dubbele afwijzing wordt bijzonder scherp zichtbaar in het dominante veiligheidsdiscours rond Israël en Iran.
De huidige escalatie past binnen een lange politieke lijn waarin Israëlische regeringen – en in het bijzonder premier Netanyahu – Iran consequent hebben voorgesteld als de centrale existentiële dreiging voor de staat Israël, en hebben aangedrongen op internationale isolatie en harde militaire opties. Dat veiligheidsframe domineert het internationale debat. Maar wanneer men de feitelijke verhoudingen bekijkt, blijkt dat de logica grotendeels wordt omgedraaid.
Iran beschikt volgens internationale inspecties niet over een erkend nucleair arsenaal. Het land is ondertekenaar van het Non-Proliferatieverdrag (NPT) en staat onder toezicht van het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA), dat periodiek inspecties uitvoert en rapporten publiceert over het Iraanse nucleaire programma.
Israël daarentegen heeft het NPT nooit ondertekend, laat geen IAEA-inspecties toe op zijn nucleaire installaties en wordt algemeen beschouwd als een staat met een substantieel, maar officieel niet erkend nucleair arsenaal.
De asymmetrie gaat verder dan nucleaire capaciteit. Iran wordt voorgesteld als primaire agressor in de regio, maar Israël heeft herhaaldelijk aanvallen uitgevoerd buiten zijn eigen grondgebied – in Libanon, Syrië, de Gazastrook, de Westbank en elders – en beroept zich daarbij op een doctrine van permanente veiligheidsinterventie.
Dit betekent niet dat het Iraanse regime geen destabiliserende rol speelt via regionale bondgenoten of proxy-structuren. Maar het dominante discours waarin Israël louter defensief handelt tegen een existentiële dreiging verdoezelt de werkelijke machtsverhoudingen. Een nucleair bewapende staat buiten het non-proliferatiekader presenteert zich als slachtoffer van een staat die wél formeel binnen dat kader opereert.
Wanneer veiligheid wordt gedefinieerd vanuit militaire suprematie in plaats van wederzijdse ontwapening en internationaal recht, wordt het begrip zelf uitgehold.
Libanon: een staakt-het-vuren dat nooit werd gerespecteerd
De gevolgen van een veiligheidsdoctrine gebaseerd op militaire suprematie in plaats van wederzijdse ontwapening worden scherp zichtbaar in Libanon.
De escalatie tegen Libanon staat niet los van de confrontatie met Iran. Hezbollah vormt voor Israël de belangrijkste regionale bondgenoot van Teheran. Het verzwakken of provoceren van Hezbollah maakt integraal deel uit van dezelfde strategische logica die ook de aanvallen op Iran drijft.
Ook de bombardementen op dichtbevolkte wijken in Beiroet worden vaak voorgesteld als een louter defensieve reactie. Die voorstelling verhult de chronologie.
Binnen het kader van VN-resolutie 1701 werd een staakt-het-vuren overeengekomen tussen Israël en Hezbollah. Sindsdien zijn er herhaaldelijke schendingen geweest van het Libanese luchtruim, gerichte bombardementen en voortdurende militaire bezetting in delen van Zuid-Libanon. Dat ondermijnt de geloofwaardigheid van het staakt-het-vuren als stabiel kader.
Het is essentieel om te benadrukken: Hezbollah heeft gedurende ruim een jaar géén grootschalige escalatie ingezet ondanks deze systematische schendingen. Dat verandert niet de politieke kritiek die men op Hezbollah kan hebben, maar het plaatst de recente gebeurtenissen in hun juiste context. Pas na de gerichte moord op Ali Khamenei en de open oorlog tegen Iran volgde een militaire reactie van Hezbollah. De daaropvolgende Israëlische bombardementen op dichtbevolkte wijken in Beiroet moeten dus niet begrepen worden als een geïsoleerde defensieve reactie, maar als een voortzetting van een reeds bestaande militaire agressie tegen Libanon.
Internationale humanitaire instellingen herinneren er consequent aan dat aanvallen in dichtbevolkte gebieden die geen onderscheid maken tussen militaire en civiele doelwitten, in strijd zijn met het humanitair recht. Alle partijen in een conflict hebben de plicht om voortdurend zorg te dragen voor de bescherming van burgers.
Wanneer woonwijken worden gebombardeerd onder het mom van vergelding, dreigt collectieve bestraffing genormalis
Is Europa blind voor de jarenlange droom van Israël?
Israël heeft jarenlang gepoogd om de VS achter hun droom te scharen; wat niet is gelukt bij de vorige VS-presidenten. Met Trump hebben ze eindelijk wat ze willen. Trump startte samen met Israël de oorlog, zogenaamd met als doel een regimewissel. Aangezien het regime van de moellahs niet zomaar valt na de dood van Khamenei, bewapenen ze nu de Koerden. Chaos creëren of een burgeroorlog ontketenen: het is allemaal goed voor Israël. Zelfs de belangen van de VS zijn ondergeschikt aan de Israëlische belangen.
Ook de Europese leiders zwijgen, uit schrik voor repressie van Trump, en ook al worden de Europese belangen geschaad. Wanneer gaan Europese regeringen inzien dat Israël met een racistische ideologie geen vrede wil in het historische Palestina en ook niet met de buurlanden?
Onze positie
Wij veroordelen:
- De militaire aanvallen van de VS en Israël op Iran als een escalatie die het internationaal recht ondermijnt en regionale instabiliteit verdiept.
- De repressie van het Iraanse regime tegen zijn eigen bevolking.
- Elke poging om legitiem protest te instrumentaliseren voor geopolitieke regimewisselprojecten.
- De systematische ondermijning van het staakt-het-vuren in Libanon en de bombardementen op dichtbevolkte wijken.
Solidariteit betekent kiezen voor mensen: voor arbeiders, vrouwen, studenten, vluchtelingen, en burgers; niet voor regimes en niet voor machtspolitieke strategieën.
Echte bevrijding komt niet uit luchtaanvallen. En ook niet uit autoritaire staatsmacht.
Ze groeit van onderuit: uit zelforganisatie, sociale rechtvaardigheid, en het recht van volkeren om hun toekomst zelf te bepalen.
