Een analyse van twee ‘oorlogen’, één patroon, en de religieuze retoriek die ze mogelijk maakt.
Ergens in de winter van 1098, toen uitgehongerde kruisvaarders de Syrische stad Ma’arrat al-Numan innamen, gebeurde er iets wat de Arabische kroniekschrijvers met afgrijzen vervulde. Ze begonnen volwassenen en kinderen te koken en op te eten. Het was geen hongersnoodkannibalisme uit pure overlevingsdrang, maar een daad van terreur. De “Franken”, zoals de Europeanen werden genoemd, waren niet gekomen als brengers van een hogere beschaving.
Bijna duizend jaar later, op 28 februari 2026, werd een meisjesschool in de Iraanse stad Minab getroffen door Amerikaanse precisie-Tomahawks. Meer dan 150 meisjes tussen de leeftijd van 7 en 12 jaar kwamen om (UNESCO, 28 februari 2026). Onderzoeken van The New York Times, CBC, NPR en BBC Verify concludeerden dat de VS hoogstwaarschijnlijk verantwoordelijk was. Tomahawks worden geprogrammeerd met specifieke coördinaten. Beelden tonen drie afzonderlijke inslagen met een tussenpoos van enkele minuten. Mensenrechtenonderzoekers en Al Jazeera kwalificeerden dit patroon als vermoedelijk opzettelijk; de VS en bondgenoten spreken van een targeting error. Wie de beelden ziet, trekt zijn eigen conclusie. In de agressie en het geweld van Israël en haar bondgenoten in West-Azië, waar kinderen al de meerderheid van de doden vormen, was het geen uitzondering maar patroon.
Om te begrijpen wat dat betekent, hoeven we niet ver te zoeken. Op 13 maart 2012 verongelukte een bus met Belgische schoolkinderen in de Sierre-tunnel in Zwitserland. 22 kinderen en 6 begeleiders kwamen om. België stond stil. Wekenlang was er niets anders in de kranten, op de radio, aan de keukentafel. Een heel land rouwde samen, omdat iedereen begreep wat het verlies van een kind betekent. In Minab kwamen er op één dag bijna evenveel kinderen om als in Sierre. Maar dan tien keer. De mensen die nu in Iran door diezelfde rouw gaan, door datzelfde gevoel dat de wereld niet meer klopt, verdienen dezelfde stilte die wij onszelf gunden.
Elke vergelijking tussen lijden is hachelijk. Je loopt altijd het risico dat het unieke van elk leed vervaagt, of dat het wordt ingezet in een morele concurrentiestrijd. Toch moeten we vergelijken om patronen te zien. Mij gaat het niet om de vraag “wat is erger?”, maar om de vraag “wat is hier aan de hand?” En waarom reageert de wereld zo verschillend? De term ‘onrust in het Midden-Oosten’ is geen neutrale beschrijving, maar een politieke keuze: een taal die geweld herformuleert als iets diffuus en onvermijdelijks.
Het Beleg van Ma’arrat, 1098
Amin Maalouf documenteerde in zijn meesterwerk De Kruistochten door Arabische ogen de verbijstering van Arabische kroniekschrijvers over de wreedheid van de “Franken”. De kruisvaarders waren geen brengers van een hogere beschaving, maar religieuze fanatiekelingen die de lokale bevolking minder dan mens zagen, en hen dus navenant behandelden. Het beleg van Ma’arrat al-Numan was een daad van terreur die een blijvend trauma achterliet en het beeld van de indringer voor altijd bepaalde.
Tijdens de kruistochten werden moslims ontmenselijkt door ze af te schilderen als “ongelovigen” en “dienaren van de duivel”, waardoor ze buiten de christelijke morele gemeenschap vielen. Door dierlijke metaforen zoals “honden” en “wilde beesten” te gebruiken, werd hun menselijkheid ontkend en werden normale morele grenzen opgeheven. De rijke Arabische cultuur werd genegeerd en moslims werden weggezet als primitieve barbaren die de heilige plaatsen bezoedelden. Deze retoriek rechtvaardigde gruweldaden en mobiliseerde de bevolking voor een “heilige oorlog” tegen een vijand die niet langer als menselijk werd gezien, een mechanisme dat zo diep werkte dat Arabische christenen hetzelfde lot ondergingen: de kruisvaarders vermoordden hen omdat ze, met hun donkere uiterlijk en oosterse kleding, niet te onderscheiden waren van de moslims. Pas bij het doorzoeken van de lijken vonden ze de kruisjes en Bijbels die bewezen dat ze hun eigen geloofsgenoten hadden afgeslacht.
Precies deze logica van eigen superioriteit keert vandaag terug, alsof de tijd heeft stilgestaan. Waar de kruistochten het Heilig Land zouden bevrijden en zuiveren van de ‘goddeloze Mohammedanen’, zien we nu hun moderne equivalenten: termen als “menselijke dieren” (minister Gallant) en “beesten op twee benen” (voormalig premier Begin). De aanval op de meisjesschool in Minab is de 21e-eeuwse versie van het beleg van Ma’arrat: een daad van extreme gewelddadigheid die niet als “collateral damage” kan worden weggezet, maar die de boodschap uitzendt dat geen enkel leven veilig is. Waar de kruisvaarders fysiek kookten en aten, “kookt” de moderne oorlogsvoering haar slachtoffers met precisiewapens. De technologie is geëvolueerd; de logica niet.
De statistische kloof
De aard van oorlogsvoering laat zich het beste lezen in cijfers: wie er sterft, in welke verhoudingen, en volgens welke logica. Door de Russische oorlog in Oekraïne naast Israëls gelijktijdige campagnes in de Gazastrook, Libanon, Syrië en tegen Iran te leggen, zien we twee verschillende vormen van georganiseerd geweld.
In Oekraïne zijn sinds de grootschalige invasie in februari 2022 volgens OHCHR (31 januari 2026) 15.172 burgers omgekomen, onder wie 733 kinderen. Dat zijn verwoestende cijfers, maar de verhoudingen zijn cruciaal. Tegenover honderdduizenden gesneuvelde soldaten vormen burgers een minderheid van het totale aantal doden. De meeste doden vallen door artillerie, drones en raketaanvallen op militaire en strategische doelen.
In de Gazastrook is het beeld omgekeerd. Het officiële dodental van ruim 72.000 is slechts het absolute minimum (Gaza Health Ministry, februari 2026), terwijl The Lancet waarschuwt dat het werkelijke aantal, inclusief indirecte sterfgevallen, kan oplopen tot 186.000. Zeventig procent van de Palestijnen gedood in woongebouwen was vrouw of kind; wetenschappers schatten dat circa 80 procent van alle gedode Palestijnen burger is (OHCHR). Zelfs tijdens het zogenaamde staakt-het-vuren blijven kinderen sterven. Precisiewapens met specifieke coördinaten treffen scholen en woonwijken. Het zijn geen vergissingen, maar de statistische handtekening van een genocide.
Wie de burgerdoden in de Gazastrook wegwuift met het argument van ‘menselijke schilden’, hanteert een redenering die nergens anders wordt aanvaard. De NAVO-basis Kleine Brogel ligt midden in de Belgische Kempen, omgeven door dorpen, scholen en kinderopvangplaatsen. Als een vijandige mogendheid die basis zou aanvallen en daarbij de kleuterschool in Peer zou treffen, zou niemand in België aanvaarden dat de dode kinderen ‘menselijke schilden’ waren van de F-16’s. De logica die men toepast op de Gazastrook, namelijk dat de aanwezigheid van een militair doelwit in de buurt de dood van burgers rechtvaardigt, geldt kennelijk alleen voor bepaalde burgers. De vraag is welke.
Massale ontheemding: de bevolking wordt ontworteld
Wie niet sterft, wordt verdreven. In Iran zijn volgens UNHCR (12 maart 2026) tussen de 600.000 en 1 miljoen huishoudens tijdelijk ontheemd, circa 3,2 miljoen mensen, oftewel 3,4 procent van de totale bevolking. In Libanon, een land van slechts 5,9 miljoen inwoners, overschreed het aantal geregistreerde ontheemden de 822.000, verspreid over 592 opvangcentra (Libanese minister voor Sociale Zaken), bijna 14 procent van de bevolking en een van de hoogste ontheemingspercentages ter wereld in zo’n korte tijd.
Onder deze ontheemden bevinden zich honderdduizenden kinderen. Zij zijn niet alleen hun huis kwijt, maar ook hun school, hun vrienden, hun toekomst.
De vernietiging van burgerinfrastructuur: de levensaders worden doorgesneden
Wat deze oorlog onderscheidt van conventionele conflicten, is de gerichte vernietiging van de infrastructuur die burgers nodig hebben om te overleven. Het is alsof er een checklist bestaat van alles wat een samenleving draaiende houdt, en elk item wordt doelbewust van de kaart geveegd.
Gezondheidszorg is volgens het internationaal humanitair recht expliciet beschermd. Toch documenteerde de WHO 18 aanvallen op medische faciliteiten in Iran en 25 in Libanon, waarbij 24 zorgverleners zijn gedood (8 in Iran, 16 in Libanon) en tientallen ziekenhuizen en gezondheidscentra zijn gesloten, in Libanon alleen al 49 centra en 5 ziekenhuizen na Israëlische evacuatiebevelen, waardoor zorg voor duizenden mensen onmogelijk wordt.
Energie en milieu vormen een tweede front. Bij aanvallen op brandstofdepots en olieopslagfaciliteiten boven Teheran ontstonden giftige rookwolken en viel “zwarte regen” met oliepartikels neer over de stad. Bewoners klaagden over huidirritatie, ademhalingsproblemen en een bittere smaak in de mond. WHO-directeur-generaal Tedros Adhanom Ghebreyesus waarschuwde dat “beschadigde oliefaciliteiten voedsel, water en lucht verontreinigen”, met “ernstige gevolgen voor de volksgezondheid, vooral voor kinderen, ouderen en mensen met onderliggende aandoeningen”. VN-secretaris-generaal António Guterres uitte zijn “speciale bezorgdheid” over de “ernstige milieu-gevolgen” voor drinkwater, lucht en voedselveiligheid in de hele regio.
Onderwijs is ook doelwit. UNESCO noemde de aanval op de meisjesschool in Minab een “ernstige schending van de bescherming die scholen genieten onder het internationaal humanitair recht” en uitte haar “diepe bezorgdheid” over het feit dat scholen, leerlingen en onderwijspersoneel in meerdere landen in de regio worden blootgesteld aan militair geweld. Hoewel exacte aantallen nog niet zijn geverifieerd, wijst het patroon op een gerichte aanval op de plekken waar kinderen leren en een toekomst zouden moeten opbouwen.
Deze vernietiging van gezondheidszorg, energie, milieu en onderwijs is geen bijvangst van militaire operaties. Het is een strategie die het leven in brede lagen van de bevolking onmogelijk wil maken.
Twee verschillende logica’s
Rusland heeft sinds het begin van de invasie ten minste 20.000 Oekraïense kinderen gedeporteerd, aldus Oekraïne voor de VN Algemene Vergadering. Ze worden naar kampen gestuurd voor ‘heropvoeding’, onderworpen aan indoctrinatie en soms illegaal gerekruteerd voor het Russische leger. Het doel is niet om hen te doden, maar om hun Oekraïense identiteit uit te wissen. Ze moeten blijven leven, maar als Russen. Een dood kind dient geen enkel doel in deze berekening.
De oorlog die Israël en de Verenigde Staten nu voeren in de Gazastrook, Libanon en Iran volgt een andere logica. Een dood kind is hier geen mislukking, maar een oplossing voor een demografisch probleem. Een leeg klaslokaal is een bouwperceel voor een nederzetting. Een verwoest ziekenhuis is een gemeenschap die geen zorg meer krijgt. Rusland wil het land met de mensen, getransformeerd tot Russen. Het Groot-Israël-project wil het land van de Eufraat tot de Nijl zonder de mensen die er nu wonen. Een moskee vervangen door een tempel is vervulde profetie.
De religieuze trom slaat gelijk
De kruistochten waren een religieus gemotiveerde onderneming. Paus Urbanus II riep op tot de bevrijding van het Heilige Land, wat voor de gelovigen een daad van godsvrucht was. Maalouf toonde echter aan dat deze religieuze retoriek voor de Arabische wereld een façade was die een brutale machts- en veroveringspolitiek verborg. De “Franken” kwamen niet alleen met het kruis, maar ook met het zwaard om te plunderen en te heersen. De religieuze rechtvaardiging maakte excessen mogelijk, want de strijd was niet tegen mensen, maar tegen “ongelovigen”.
Onder moderne westerse politieke systemen zijn religie en staat officieel gescheiden, een principe dat voortkwam uit Europa’s lange geschiedenis van geloofsconflicten. Toch duikt religieuze taal herhaaldelijk op in momenten van geopolitieke confrontatie. Na de recente aanvallen op Iran meldden Amerikaanse militairen aan de Military Religious Freedom Foundation (MRFF) dat hun commandanten de operatie omschreven als onderdeel van “Gods plan”, met verwijzing naar het bijbelse Armageddon uit de Openbaring van Johannes. Dat bijbelboek plaatst het land Israël centraal in een eindtijdstrijd tussen goed en kwaad.
Volgens expert Richard Falk is de intense religieuze steun voor Israël in de VS deels gebaseerd op een verkeerde lezing van dit bijbelboek, met name binnen evangelische kringen. Ook in de Israëlische politieke retoriek duikt religieuze symboliek op. Kort na de aanvallen beschreef premier Netanyahu Iran als “Amalek”, een bijbelse vijand uit de Thora die herinnerd en bestreden moet worden: “We read in this week’s Torah portion, ‘Remember what Amalek did to you.’ We remember, and we act.” In de Thora is de opdracht over Amalek niet slechts “herinneren”, maar “uitwissen” (Deuteronomium 25:17-19). De genocidale ondertoon van deze retoriek is niet te missen.
Pete Hegseth en de Derde Tempel
Minister van Oorlog Pete Hegseth, een uitgesproken christen-zionist, sprak in 2018 in Jeruzalem de wens uit voor een derde Joodse tempel. In een video noemde hij de stichting van Israël, haar oorlogen met Arabische staten en de uitroeping van Jeruzalem als hoofdstad “een wonder”. Hij steunde de bouw van de Derde Tempel in Jeruzalem op de plaats die moslims Haram al-Sharif noemen, waar de Al-Aqsa-moskee staat, de op twee na heiligste plek in de islam.
Hegseth zei dat Israël gebruik moest maken van Trumps ambtsperiode om “te doen wat ze in de regio moesten doen”, omdat er “ware gelovigen” in Washington zaten die hen zouden steunen. Binnen het Amerikaanse leger ontving de Military Religious Freedom Foundation (MRFF) meer dan tweehonderd klachten over commandanten die christen-zionistische retoriek gebruikten om de oorlog tegen Iran te rechtvaardigen. Een onderofficier schreef in een e-mail aan de MRFF dat zijn commandant de troepen vertelde dat de operatie “deel uitmaakt van Gods goddelijke plan”, met verwijzing naar passages uit de Openbaring over Armageddon en de wederkomst van Jezus Christus.
Net zoals in de middeleeuwen dient deze religieuze taal om de eigen achterban te mobiliseren en morele bezwaren te overstemmen. Als God het wil, als de overwinning van het Licht op de Duisternis historisch onvermijdelijk is, dan is elke gruweldaad geoorloofd. De timing van de aanval op Iran tijdens Ramadan en Poerim verdiept dit: het conflict wordt bewust ingebed in de heilige kalenders van beide zijden, waardoor het een theatraal en kosmisch karakter krijgt dat ver uitstijgt boven politieke strategie.
De machtsstructuur achter de retoriek
Hegseth staat niet alleen. Andere prominente Amerikaanse politici hebben soortgelijke opvattingen geuit, waaronder senator Lindsey Graham en Mike Johnson, de Republikeinse voorzitter van het Huis van Afgevaardigden. Johnson is tweede in de lijn van presidentiële opvolging, na de vicepresident, en zou het presidentschap overnemen als de president zou overlijden, aftreden of zijn ambt niet zou kunnen uitoefenen.
Mike Johnson beschreef Iraniërs als aanhangers van een “misleide religie”, verwijzend naar de islam, de meerderheidsgodsdienst van het land. Senator Lindsey Graham noemde de confrontatie een “religieuze oorlog” en stelde dat Irans geestelijke leiderschap wordt gedreven door een ideologie die de vernietiging van Israël nastreeft. Dit zijn echo’s van het verleden, toen de islam werd voorgesteld als een duivelse sekte. Paus Urbanus II, die opriep tot de Eerste Kruistocht, beschreef moslims als een “vervloekt ras” dat “de tempels van God heeft vernield en christenen heeft gemarteld”. De strijd was daarmee niet tegen mensen, maar tegen demonische krachten.
De profeet Mohammed zelf werd afgeschilderd als “De valse profeet”, “De voorloper van de Antichrist” of “het Beest”: de ultieme demonisering, die Mohammed in een apocalyptisch kader plaatste als handlanger van Satan. Door de religieuze leider zo neer te zetten, werden zijn volgelingen automatisch meegesleept in dat beeld. Zij waren de aanhangers van een valse profeet, verblind door de duivel.
De eeuwige Ander
Maaloufs boek is een monument voor de traumatische ontmoeting tussen twee beschavingen die elkaar niet begrepen. Voor de Arabieren waren de kruisvaarders een primitieve, agressieve cultuur die uit het niets kwam. Voor de Europeanen waren de moslims de “ongelovige” vijand.
In het hedendaagse discours wordt dit verwoord door de “Clash of Civilizations” these van Samuel Huntington. De oogluikende stilte tot openlijke steun van veel Europese landen en van verre blanke christelijke landen als Australië en Canada voor Israël is vanuit dit perspectief geen strategisch belang, maar een daad van beschavingssolidariteit. Waar de kruisvaarders de “Franken” waren die een bedreiging vormden voor de islamitische wereld, zijn het nu Israël, de Verenigde Staten en hun bondgenoten die de belichaming zijn van het Westen in een strijd tegen Irak, Libië, Syrië en nu Iran. De terminologie is veranderd, het structurele wereldbeeld van “wij” versus “zij” niet. De moslim wordt nog steeds gezien als de fundamentele buitenstaander van de westerse beschaving.
Saladins afwezigheid
Een cruciaal thema in Maaloufs werk is de interne verdeeldheid van de moslimwereld. Toen de kruisvaarders arriveerden, was de regio politiek versplinterd tussen rivaliserende emirs en kalifaten. Deze verdeeldheid maakte de verovering mogelijk. Pas met de opkomst van leiders als Saladin, die erin slaagde een zekere eenheid te smeden, kon een effectief tegenoffensief worden ingezet.
De geopolitieke situatie van vandaag vertoont een sterke gelijkenis. In de regio is Iran het enige land dat zich actief verzet tegen Israël. De meeste regeringen in de buurt hebben hun banden met Israël genormaliseerd: Turkije fungeert als doorvoerroute voor olie en gas, Egypte helpt bij de blokkade van de Gazastrook, Jordanië en Saoedi-Arabië onderschepten Iraanse raketten, en landen als de VAE, Bahrein, Marokko en Soedan tekenden de Abraham-akkoorden. Tel Aviv acht de tijd rijp om definitief met Iran af te rekenen, al hebben prominente Israëlische figuren, waaronder voormalig premier Naftali Bennett, Turkije al expliciet aangewezen als de “nieuwe dreiging”.
Veertig jaar voorbereiding
Volgens premier Benjamin Netanyahu is Israël al veertig jaar bezig met de voorbereiding van een confrontatie met Iran. Op 1 maart 2026 zei hij in een videoboodschap: “Dankzij deze coalitie kunnen we eindelijk doen wat ik al 40 jaar graag wil.” Voor Israël is dit geen impulsieve actie, maar de sluitsteen van een langetermijnstrategie.
Die strategie gaat terug op het rapport “A Clean Break: A New Strategy for Securing the Realm”, in de jaren negentig opgesteld voor Netanyahu door Amerikaanse neoconservatieve strategen. Het pleitte voor het verzwakken van regionale rivalen. Vandaag wordt die strategie toegepast op Iran. Het doel is niet regimewissel, maar volledige ineenstorting: balkanisering langs etnische lijnen, aanwakkeren van separatisme, bewapening van Koerdische groepen. Een versnipperd Iran, verscheurd door interne strijd zoals Libië, vormt geen bedreiging meer. Het gaat niet om wie er regeert, maar dat er niemand meer regeert.
De mythe van de atoombom
Al meer dan dertig jaar waarschuwt Netanyahu voor een dreigende Iraanse kernbom. In 1992 voorspelde hij dat Iran binnen drie tot vijf jaar een kernwapen zou hebben. In 2012 beweerde hij dat het “binnen enkele weken” zover zou zijn. Amerikaanse inlichtingendiensten concludeerden herhaaldelijk het tegendeel. In de dreigingsanalyses van 2022, 2023 en 2024 staat: “Iran is momenteel niet bezig met de belangrijkste activiteiten die nodig zijn voor de ontwikkeling van een kernwapen.” De nucleaire dreiging is geen feit, maar een argument om een illegale invasie te rechtvaardigen.
De Groot-Israël-doctrine
In februari 2026 nam oppositieleider Yair Lapid het Groot-Israël-plan openlijk over: “Israëls grenzen zijn van de Eufraat tot de Nijl, en ons document is de Bijbel.” Hij noemde expliciet Libanon, Jordanië, Syrië en Irak als gebieden die Israël zou moeten controleren. Amerikaans ambassadeur Mike Huckabee bevestigde dat Israël bijbels recht heeft op het gebied tussen Egypte en Irak, en voegde toe dat het “prima zou zijn als ze het allemaal innamen”.
Stantons raamwerk: zichtbaar verschil als voorwaarde
Gregory Stantons tien stadia van genocide bieden een helder kader om conflicten te onderscheiden. De stadia lopen van classificatie en symbolisatie, via ontmenselijking en organisatie, naar vervolging, uitroeiing en ontkenning. Ontmenselijking is het kritieke stadium: het overwint de normale menselijke afkeer van moord. Wanneer slachtoffers consequent als dieren, ongedierte of monsters worden beschreven, verdwijnen de morele grenzen.
In Oekraïne stopt het proces vóór uitroeiing. Russen en Oekraïners zijn visueel niet te onderscheiden, ze delen familiebanden en spreken dezelfde taal. Er is geen ontmenselijking die uitroeiing mogelijk maakt. Geweld richt zich op militaire doelen en infrastructuur. Beide partijen voorzien een toekomst met de ander.
In de Gazastrook en daarbuiten zijn alle stadia gedocumenteerd. De ontmenselijking is officieel en expliciet: Netanyahu verwees naar de bijbelse opdracht om Amalek te vernietigen, Gallant kondigde een volledige belegering aan van “menselijke dieren”, Eliyahu noemde een atoombom op Gaza een optie en de bevolking monsters, Begin sprak van Palestijnen als “beesten op twee benen”, en Hegseth zei over Iraniërs: “denken ze dat ze zullen leven?”
De Dahiya-doctrine van het Israëlische leger formaliseert het gebruik van buitenproportioneel geweld en de vernietiging van civiele infrastructuur als strategie. Met Hegseth op het Pentagon heeft deze doctrine nu een directe lijn naar de machtigste militaire macht ter wereld.
Stantons raamwerk laat zien waarom zichtbaar verschil essentieel is. Wanneer slachtoffers in één oogopslag herkenbaar zijn, worden classificatie en ontmenselijking mogelijk. In Oekraïne zijn Russen en Oekraïners niet uit elkaar te houden; dat heeft geweld gekanaliseerd naar absorptie. In de Gazastrook zijn Palestijnen identificeerbaar aan taal, locatie, registratie, de simpele aanwezigheid in de afgesloten enclave. Die zichtbaarheid maakt ontmenselijking mogelijk, en ontmenselijking maakt uitroeiing mogelijk.
Wie sleept wie mee?
Er zijn ernstige aanwijzingen dat Israël de VS in deze oorlog heeft meegesleurd, en niet andersom. Minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio heeft toegegeven dat de Amerikaanse bombardementen op Iran zijn uitgelokt door een geplande Israëlische aanval. Of Donald Trump via Jeffrey Epstein is gecompromitteerd, blijft speculatie, maar de christen-zionistische netwerken in Washington oefenen onmiskenbaar invloed uit. Trump spreekt deze standpunten niet tegen, omdat ze in lijn zijn met zijn eigen doelen en met Netanyahus maximalistische benadering van de oorlog.
De terugkeer van de geschiedenis
Het werk van Amin Maalouf is meer dan een geschiedenisboek; het is een spiegel voor het heden. Het laat zien dat de dynamiek van religieus gemotiveerd imperialisme, ontmenselijking van de vijand en een beschavingsoorlog geen abstracties zijn, maar zich in de 21e eeuw met griezelige precisie herhalen. De taal van Armageddon en Amalek is de moderne versie van de kruistochtprediking. De precisiebommen op de school in Minab zijn het industriële antwoord op de middeleeuwse gruwelen van Ma’arrat.
Wie goed oplet en wil zien, ziet dat dit geen interpretatie meer is, maar een gedocumenteerde werkelijkheid: de kruistochten waren geen middeleeuwse uitschieter, maar een blauwdruk die duizend jaar later nog steeds wordt gevolgd.
De cijfers spreken voor zich. In de Gazastrook was zeventig procent van de Palestijnen gedood in woongebouwen vrouw of kind; wetenschappers schatten dat circa 80 procent van alle slachtoffers burger is (OHCHR). Meer dan 4 miljoen mensen, 3,2 miljoen Iraniërs en 822.000 Libanezen, zijn ontheemd, waaronder honderdduizenden kinderen. Tientallen ziekenhuizen, ontziltingsinstallaties die miljoenen van water voorzien, oliefaciliteiten die giftige wolken over steden jagen: alles wat een samenleving nodig heeft om te leven en een toekomst te hebben, wordt gericht vernietigd. Amerika’s hoogste defensieambtenaar spreekt van “ware gelovigen” die een derde tempel op islamitische heilige grond willen bouwen. De ambassadeur juicht annexatie van soevereine staten toe. Dit is geen tragisch bijproduct van oorlog, maar de centrale strategische logica, mogelijk gemaakt en aangemoedigd door het machtigste leger op aarde.
Rusland voert een culturele eliminatieoorlog: absorptie door transformatie. Israël voert een demografische eliminatieoorlog: genocide. Beide zijn misdaden. Maar slechts één misdaad laat circa 80 procent van de doden bestaan uit burgers, slechts één laat zeventig procent van de slachtoffers in woongebouwen bestaan uit vrouwen en kinderen, slechts één verdrijft veertien procent van een hele bevolking in enkele weken, slechts één vernietigt doelbewust de water-, voedsel-, energie- en onderwijsvoorziening van miljoenen mensen.
De conclusie van deze analyse is historisch onderbouwd: dit is geen “conflict” of “onrust in het Midden-Oosten”. Dit is een moderne kruistocht, uitgevochten met Tomahawks, gefinancierd met westers belastinggeld, en gerechtvaardigd met een beroep op God.
Theodor Adorno zei: “Geen poëzie na Auschwitz.” Sommige cijfers laten zich niet nuanceren zonder ze te verdoezelen. Wie de feiten kent en zwijgt, maakt ook een keuze.
