De Israëlische militaire strategie in Libanon lijkt een nieuwe fase te zijn ingegaan. Waar eerdere bombardementen vaak werden geïnterpreteerd via de zogenaamde Dahiya-doctrine, spreken steeds meer analisten vandaag over een andere logica: de Gaza-doctrine.
Die term verwijst naar de tactieken die Israël tijdens de genocide in de Gazastrook ontwikkelde en verfijnde: grootschalige vernietiging van stedelijke gebieden, massale gedwongen verplaatsing van burgers en het systematisch onbewoonbaar maken van volledige regio’s.
Volgens de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’Tselem worden tactieken uit de Gazastrook inmiddels ook toegepast in andere Palestijnse gebieden. In een analyse uit 2025 waarschuwde de organisatie dat de Westbank steeds meer wordt blootgesteld aan dezelfde militaire logica: luchtaanvallen op dichtbevolkte gebieden, vernietiging van civiele infrastructuur en grootschalige militaire operaties in stedelijke zones.
De vraag die zich vandaag opdringt is daarom niet alleen of de genocide in de Gazastrook een nieuwe doctrine heeft voortgebracht – een doctrine die verder gaat dan afschrikking en gericht is op permanente territoriale herstructurering van de regio. De vraag is ook wat het uiteindelijke doel van deze strategie is en welke gevolgen dat kan hebben voor de rest van Zuidwest-Azië.
De oorsprong van de Dahiya-doctrine
De Dahiya-doctrine ontstond na de oorlog tussen Israël en Libanon in 2006. Tijdens die oorlog werd de zuidelijke buitenwijk van Beiroet, bekend als Dahiya, bijna volledig verwoest door Israëlische bombardementen.
De strategische logica achter deze aanpak werd later expliciet geformuleerd door de Israëlische generaal Gadi Eisenkot, toenmalig commandant van het noordelijke legercommando.
In een interview in 2008 verklaarde hij:
“Wat er gebeurde in de Dahiya-wijk van Beiroet in 2006 zal gebeuren in elk dorp van waaruit op Israël wordt geschoten. We zullen disproportioneel geweld gebruiken en enorme schade en vernietiging veroorzaken. Vanuit ons standpunt zijn dit geen burgerdorpen, maar militaire bases. Dit is geen aanbeveling. Dit is een plan, en het is goedgekeurd.”
Deze uitspraak maakte duidelijk dat de strategie bewust gericht was op grootschalige vernietiging van civiele infrastructuur in gebieden waar gewapende groepen zogenaamd actief zijn.
De doctrine werd verder theoretisch uitgewerkt door de Israëlische kolonel en strategisch analist Gabi Siboni, die stelde dat Israël in toekomstige conflicten “disproportionele aanvallen op de zwakke punten van de vijand” moet uitvoeren om wederopbouw traag en kostelijk te maken en om een afschrikbewind te voeren tegen verder verzet.
Met andere woorden: de vernietiging van civiele infrastructuur moest niet alleen militaire doelen dienen, maar ook politieke, economische en sociale druk uitoefenen op de samenleving waarin die groepen opereren.
De Gazastrook als militair laboratorium van de dood
De bombardementen in de Gazastrook na 2023 bracht deze logica naar een nieuwe schaal.
De Gazastrook fungeerde daarbij niet alleen als een slagveld, maar ook als een militair prototype. In een afgesloten en dichtbevolkt territorium kon een nieuwe vorm van oorlogvoering worden uitgetest: grootschalige vernietiging van stedelijke infrastructuur, massale gedwongen ontheemding van de bevolking en het systematisch onleefbaar maken van volledige gebieden. Het ging daarbij niet langer enkel om afschrikking. Hele stedelijke zones werden systematisch verwoest, terwijl het merendeel van de bevolking herhaaldelijk werd gedwongen te vluchten.
Vier kenmerken van deze nieuwe fase springen eruit:
- Systematische vernietiging van stedelijke gebieden: Complete wijken werden onbewoonbaar gemaakt.
- Massale gedwongen ontheemding: Miljoenen mensen werden gedwongen hun huizen te verlaten en naar steeds kleinere gebieden te trekken.
- Permanente bufferzones: Israël creëerde brede militaire zones binnen de grenzen van de Gazastrook.
- Structureel onleefbaar maken van het territorium: Door voortdurende bombardementen en blokkades werd het overgrote deel van het gebied feitelijk onleefbaar.
Het resultaat was een vorm van oorlogvoering die de grenzen van klassieke militaire strategie ver overschrijdt. In de Gazastrook voltrok zich een vernietigingscampagne die enkel kan worden omschreven als een genocide. De Dahiya-doctrine – ooit geformuleerd als een strategie van disproportionele vernietiging om tegenstanders af te schrikken – bleek achteraf gezien slechts een voorbode. In de Gazastrook werd die logica tot haar uiterste consequentie doorgetrokken: niet enkel infrastructuur afbreken, maar een volledig territorium en zijn bevolking ontwrichten.
Export van de Gaza-doctrine
Volgens de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’Tselem worden de tactieken die in de Gazastrook werden toegepast nu geëxporteerd. In hun analyses spreken zij over een proces van “Gazafication” van de Westbank.
Eén van de meest opvallende ontwikkelingen daarbij is de terugkeer van luchtaanvallen in de Westbank. Gedurende bijna twee decennia waren dergelijke bombardementen uitzonderlijk. Sinds 2023 worden vluchtelingenkampen zoals Jenin, Nur Shams en Tulkarem echter opnieuw regelmatig aangevallen met drones en gevechtshelikopters.
Daarnaast documenteren mensenrechtenorganisaties een toenemende vernietiging van civiele infrastructuur tijdens militaire operaties: wegen worden opengebroken door bulldozers, waterleidingen en elektriciteitsnetten worden vernietigd en volledige wijken worden tijdelijk afgesloten of geëvacueerd.
Deze operaties lijken ook hier gericht op het structureel ontwrichten van stedelijke gebieden waar volgens Israël Palestijns verzet geconcentreerd is.
Daarmee verschuift de strategische logica van Israëlische operaties. Waar de Dahiya-doctrine oorspronkelijk was bedoeld om tegenstanders af te schrikken door disproportionele vernietiging, lijkt de Gaza-doctrine te mikken op iets verregaander: het creëren van permanente militaire controle door het hertekenen van het territorium, het etnisch zuiveren van grote gebieden, en een permanente bezetting onder het mom van militaire bufferzones. De kolonisatie van de ontvolkte gebieden wordt zo een logische volgende stap.
Libanon: van Dahiya naar Gaza
De recente bombardementen en evacuatiebevelen in Libanon suggereren dat dezelfde militaire logica die we in de Gazastrook zagen, zich ook daar begint af te tekenen.
Historisch werd Libanon vaak gezien als het klassieke voorbeeld van de Dahiya-doctrine. Israëlische bombardementen richtten zich daarbij op infrastructuur en stedelijke gebieden in vermeende Hezbollah-bolwerken, met als doel maximale druk uit te oefenen op de beweging en haar sociale basis.
Maar recente militaire operaties vertonen een schaal van vernietiging die steeds meer parallellen vertoont met de genocide in de Gazastrook.
Sinds 2024 documenteren journalisten, satellietbeelden en mensenrechtenorganisaties de systematische vernietiging van dorpen in Zuid-Libanon. Plaatsen zoals Kfar Kila, maar ook andere grensdorpen, werden zwaar gebombardeerd en gedeeltelijk met de grond gelijk gemaakt. Huizen, landbouwgrond en lokale infrastructuur werden verwoest, waardoor hele dorpen praktisch onbewoonbaar zijn geworden.
Tegelijkertijd wordt steeds vaker gebruikgemaakt van grootschalige evacuatiebevelen. Tijdens de genocide in de Gazastrook werden miljoenen Palestijnen herhaaldelijk opgedragen hun huizen te verlaten en naar steeds kleinere zones te trekken. Dat systeem van gedwongen verplaatsing werd een centraal instrument in de Israëlische militaire strategie.
Een gelijkaardige dynamiek lijkt nu in Libanon te ontstaan. Israëlische waarschuwingen en evacuatiebevelen hebben al geleid tot de verplaatsing van grote delen van de bevolking uit dorpen in Zuid-Libanon. Recente berichten spreken zelfs over evacuatiebevelen ten noorden van de Litani-rivier, een gebied dat volgens eerdere internationale afspraken buiten het directe frontgebied zou moeten vallen.
De Litani-rivier vormt al decennia een belangrijke referentielijn in de veiligheidsarchitectuur van Zuid-Libanon. Na de oorlog van 2006 bepaalde VN-resolutie 1701 dat gewapende groepen zich ten noorden van deze rivier moesten terugtrekken, terwijl het gebied ertussen onder toezicht kwam van het Libanese leger en de VN-vredesmacht UNIFIL. Dat Israëlische evacuatiebevelen vandaag zelfs gebieden ten noorden van de Litani treffen, suggereert dat de militaire logica zich niet langer beperkt tot het creëren van een grensbuffer, maar mogelijk gericht is op een veel ruimere hertekening van het territorium.
Ook het gebruik van controversiële wapens speelt daarbij een rol. Tijdens recente gevechten in Zuid-Libanon documenteerden mensenrechtenorganisaties het gebruik van herbiciden en witte fosfor — een brandwapen dat ernstige brandwonden veroorzaakt en volgens het internationaal recht niet gebruikt mag worden in dichtbevolkte gebieden. Dergelijke wapens kunnen bovendien landbouwgrond en vegetatie vernietigen, waardoor de terugkeer van bewoners naar hun dorpen bemoeilijkt wordt.
De combinatie van deze elementen — systematische vernietiging van dorpen en grootschalige verplaatsing van burgers — wijst op een belangrijke verschuiving. Waar de Dahiya-doctrine vooral gericht was op vernietiging van infrastructuur om afschrikking te creëren, lijkt de Gaza-doctrine een bijkomend doel te hebben: het structureel gedwongen ontheemding van conflictzones.
In de Libanese context heeft dat bovendien een bijzonder destabiliserend effect. Libanon is een land waar politieke en sociale verhoudingen al decennia worden bepaald door een fragiel evenwicht tussen religieuze en politieke gemeenschappen. Massale verplaatsingen van bevolking — vooral uit sjiitische gebieden in het zuiden — dreigen die interne breuklijnen verder te verdiepen.
Evacuaties uit het zuiden van het land en uit de zuidelijke buitenwijken van Beiroet veroorzaken niet alleen een humanitaire crisis, maar vergroten ook de spanningen tussen gemeenschappen, regio’s en politieke kampen. In een land dat al gebukt gaat onder een zware economische crisis en een verlamde staat, kan dat de interne stabiliteit ernstig onder druk zetten.
Die interne spanningen krijgen bovendien een extra politieke dimensie. Binnen delen van de Libanese politieke elite groeit al langer de druk om de confrontatie met Israël te beëindigen en een vorm van normalisatie of veiligheidsakkoord te overwegen. Voorstanders van zo’n koers stellen dat Libanon zich, gezien de diepe economische crisis en de zwakke staat, geen langdurige militaire confrontatie kan veroorloven.
Tegenstanders waarschuwen echter dat dergelijke druk precies deel kan uitmaken van de strategische logica achter de militaire escalatie. Door het zuiden structureel onleefbaar te maken en de Libanese staat verder te destabiliseren, kan de oorlog ook worden ingezet om politieke verschuivingen binnen Libanon zelf te forceren – inclusief een mogelijke hertekening van de relatie tussen Libanon en Israël.
Een nieuwe fase van regionale hertekening
Wanneer men de ontwikkelingen in de Gazastrook, de Westbank en Libanon samen bekijkt, ontstaat een verontrustend patroon.
Israëlische militaire strategie lijkt steeds minder gericht op tijdelijke militaire operaties en steeds meer op het creëren van nieuwe feiten op de grond. Gebieden worden systematisch onbewoonbaar gemaakt, infrastructuur wordt vernietigd en bevolkingen worden gedwongen verplaatst.
In die zin kan de Gaza-doctrine worden gezien als een volgende fase in de evolutie van Israëls militaire strategie: een fase waarin territoriale controle en demografische herstructurering centraal staan. Het uiteindelijke doel is duidelijk: het koloniseren van ontvolkte en verwoeste gebieden.
Maar deze ontwikkeling staat niet op zichzelf. Ze past binnen een bredere historische logica die sinds het begin deel uitmaakt van het zionistische project: de uitbreiding van een Joodse staat over het territorium dat in bepaalde ideologische tradities wordt aangeduid als Eretz Israel.
In verschillende interpretaties van dat concept omvat dit gebied niet alleen het huidige Israël en de Palestijnse gebieden, maar ook delen van de omliggende regio, waaronder Zuid-Libanon, Syrië en Jordanië. In meer maximalistische visies strekt dit territorium zich zelfs verder uit, tot delen van Egypte, Irak en het Arabisch schiereiland.
Vanuit dat perspectief zijn de Gazastrook, de Westbank en Libanon geen afzonderlijke kwesties, maar onderdelen van één en dezelfde geopolitieke dynamiek waarin de kaart stap voor stap wordt hertekend.
De vraag is daarom niet langer of de logica die vandaag in de Gazastrook wordt toegepast zich elders zal herhalen. De vraag is waar de volgende fase zich zal afspelen – en welke landen in de regio mogelijk het volgende front worden van een strategie die steeds duidelijker en explicieter gericht is op territoriale expansie.
