Van Michael Jacksons verloren Palestina-tekst tot het ontslag van Melissa Barrera.
Michael: de hype over wat er niet in de film zit
In de oorspronkelijke versie van de film Michael zat een uitgebreide passage over de seksueel-misbruik-aantijgingen van 1993. Maanden voor de release ontdekten producenten een clausule in de juridische schikking van datzelfde jaar die hen verbood die scènes te tonen. Het derde bedrijf werd herschreven. Maar dit stuk gaat niet over de aantijgingen. Het gaat over wat de film verder nog niet vertelt.
In datzelfde jaar 1993 schreef Jackson een tekst op de achterkant van een blaadje briefpapier van British Airways Concorde. Een tekst die nooit een lied werd. Een tekst die in 2010 werd geveild voor minder dan duizend dollar, terwijl de rest van zijn nalatenschap wereldwijd in concertzalen wordt opgevoerd.
Een biopic kiest. Wat hij weglaat is even veelzeggend als wat hij toont.
Vandaag, in 2026, kiezen Hollywood en de muziekindustrie nog steeds. Ze kiezen wie mag spreken en wie zwijgen moet. Ze kiezen wie een rol behoudt en wie zijn contract verliest. Het mechanisme is ouder dan de Michael-film. Het loopt door tot Melissa Barrera, ontslagen in november 2023.
Tussen die twee data zit een verhaal dat niemand je vertelde.
Het lied dat nooit werd opgenomen
In maart 2010 stond een handgeschreven tekst onder de hamer bij Julien’s Auctions in Beverly Hills. Twee pagina’s, blauwe inkt, op briefpapier van British Airways Concorde. Geschat op 600 tot 800 dollar. Vergeleken met de rest van Jacksons nalatenschap een verwaarloosbaar bedrag. Een gedragen handschoen brengt meer op.
De tekst droeg de titel Palestine, Don’t Cry.
Het lied opent met een blik op het verleden. See the plains. Of the days of old. Just a century ago. When stories of peace were told. Of how Galilee ran through the Jordan River. Een eeuw geleden, schrijft Jackson. Een tijd voor wat erna kwam.
Dan de breuk:
What remains are cold.
Tales of war.
Of the death and dying.
Bomb shells are flying.
Bodies multiplying.
See the children crying.
What are they fighting for?
En het refrein:
I will pray for you.
Oh, Palestine.
I will carry you, oh Palestine.
Verderop in de tekst gaat hij verder. Palestine, come deep in my heart. I’ll always love you. God’s a place for you. And I believe in you. I will die for you.
Het lied werd nooit opgenomen. Niet in 1993, het jaar waarin het werd geschreven. Niet in de jaren erna, toen Jackson nog albums uitbracht. Niet postuum, toen zijn nalatenschap een eindeloze reeks remixes en heruitgaven produceerde.
Wat we weten: de tekst bestaat. Wat we niet weten: waarom hij in een lade is blijven liggen.
Misschien vond Jackson het lied artistiek niet sterk genoeg. Misschien werd het hem afgeraden door zijn platenmaatschappij. Misschien beide. We zullen het nooit met zekerheid vaststellen, want de mensen die het kunnen vertellen zwijgen of zijn dood.
Wat we wel kunnen vaststellen: in 1993 was Jackson op het toppunt van zijn macht. Hij verkocht meer platen dan iemand anders ter wereld. Hij had de creatieve controle om uit te brengen wat hij wou. Hij had ook, in datzelfde jaar, de eerste seksueel-misbruik-aantijgingen aan zijn broek hangen, met de daaropvolgende civiele schikking in 1994. Wat oorspronkelijk drie miljard mensen elke clip lieten bekijken, werd ineens een artiest die zijn imago moest beschermen.
Een lied uitbrengen met de regel I will die for you, Oh, Palestine was in de Amerikaanse muziekindustrie van 1993 een politieke daad met een prijskaartje. Een artiest die al kwetsbaar was, kon zich dat niet veroorloven.
Of hij dat zelf besliste, of dat anderen het voor hem beslisten, blijft open. Maar het lied werd nooit opgenomen. En de tekst lag verloren in een veiling, voor minder dan duizend dollar, in een zaal vol gespecialiseerde kopers van celebrity memorabilia.
Twee jaar later, in 1995, zou Jackson opnieuw proberen om iets politieks uit te brengen. Die keer kreeg hij wel een platenmaatschappij mee. En vervolgens een storm.
De storm rond They Don’t Care About Us
Twee jaar later, in juni 1995, bracht Jackson een dubbel-album uit met de titel HIStory: Past, Present and Future, Book I. Dertig liedjes. Een van de hits werd They Don’t Care About Us, geproduceerd door Jackson zelf. Het lied was een aanklacht. Tegen politiebrutaliteit, tegen institutioneel racisme, tegen iedereen die geen aandacht besteedde aan wie onderaan de samenleving lag. De videoclip, geregisseerd door Spike Lee, werd in twee versies opgenomen. Eén in een Braziliaanse favela. Eén in een Amerikaanse gevangenis.
In de oorspronkelijke tekst stonden twee regels die meteen reactie zouden uitlokken:
Jew me, sue me, everybody do me
Kick me, kike me, don’t you black or white me
Jew me en kike me zijn antisemitische slurs, daar is geen discussie over. Maar laten we ook eerlijk zijn over wat Jackson deed. Hij bouwde een lied waarin hij slurs gebruikte zoals een schrijver een racistisch woord in de mond van een personage legt: niet om het te onderschrijven, maar om de werking ervan bloot te leggen. Don’t you black or white me, zong hij in dezelfde regel. De truc was de slurs naast elkaar te zetten, allemaal als woorden die Jackson zelf had ondergaan, om te tonen dat haat overdraagbaar is. Hetzelfde patroon waarmee een witte buurman kike zegt, gebruikt hij om nigger te zeggen. Jood, zwart of wit, zijn boodschap was duidelijk gelijkheid en anti-discriminatoir.
Dat is niet hypothetisch. Het is wat Jackson zelf heeft gezegd, herhaaldelijk, in verklaringen die volgden. En het is consistent met zijn hele oeuvre. Black or White, een wereldhit uit 1991, is een hymne tegen rassenscheiding. Heal the World uit 1991 idem. We Are the World, dat hij in 1985 mee schreef met Lionel Richie, is het tegenovergestelde van etnische verdeeldheid. Jacksons levenslange register was anti-racistisch, anti-discriminatoir, en expliciet ook anti-antisemitisch.
De Anti-Defamation League en het Simon Wiesenthal Center waren niet geïnteresseerd in dat register. Op 16 juni 1995, twee dagen voor de officiële albumrelease, ging het verhaal over de twee regels los in The New York Times. Daarop volgden onmiddellijke veroordelingen. De ADL eiste verwijdering van de regels. De woordvoerder formuleerde geen onderscheid tussen het noemen en het aanhangen van een slur. Geen ruimte voor context. Geen pauze om het hele lied te luisteren.
Sony zat al twee miljoen exemplaren in. Jackson bood publiekelijk zijn excuses aan. Hij verklaarde dat de tekst expliciet bedoeld was om antisemitisme aan te klagen, niet te ondersteunen. Hij stemde toe met heruitgave van het album waarin de woorden Jew me en kike me werden vervangen door ruis of door alternatieve syllabes. In sommige edities werden ze gewoon overstemd met geluidsruis.
Spike Lee, de regisseur van de videoclip, stelde toen al de vraag waarover dit stuk gaat. Waarom Michael, terwijl andere artiesten in dezelfde periode erger gebruikten zonder gevolgen?
Lee had een punt. Beastie Boys, Public Enemy, NWA en Madonna gebruikten in dezelfde periode taal die qua schokwaarde gelijkwaardig of verder ging. Niet één van hen werd gedwongen tot heruitgave van het album. Eminem zou een paar jaar later wegkomen met homofobe slurs die door Joodse mediakritiek nooit werden uitgevochten met dezelfde fellheid. In 2023, dertig jaar later, postten Sarah Silverman en Amy Schumer materiaal dat als islamofoob werd ervaren door pro-Palestijnse stemmen. Geen heruitgave geëist. Geen carrièregevolgen.
Wat Jackson kreeg in 1995, was niet evenredig aan wat hij zei. Het was evenredig aan wie hij was: een artiest die net begonnen was politieke teksten te schrijven, met een Palestina-tekst in een lade en een nieuwe single die institutioneel onrecht in de aanklacht stelde. Het was gemakkelijker om hem in de hoek van het antisemitisme te duwen dan om hem te confronteren met wat hij eigenlijk wilde zeggen.
Hij heeft die confrontatie nooit kunnen winnen. De storm rond Jew me, sue me werd het verhaal. Wat het lied verder zei, verdween eronder.
De afbraak
Op 6 juli 2002 stond Jackson in Harlem op een podium bij Reverend Al Sharpton. Het publiek was zwart. Het thema was racisme in de muziekindustrie. Jackson noemde namen.
Tommy Mottola, de CEO van Sony Music. Een van de machtigste mannen in de Amerikaanse muziekindustrie. Een racist, zei Jackson. Zeer, zeer, zeer duivels. Mottola, beweerde Jackson, behandelde zwarte artiesten als wegwerpartikelen. Hij noemde hen fat black nigger in interne gesprekken. Jackson riep zwarte artiesten op om Sony te verlaten en hun masters terug te eisen.
Sharpton, naast hem op het podium, distantieerde zich enkele dagen later van de aantijgingen tegen Mottola. Geen andere zwarte artiest sloot zich publiekelijk aan bij Jacksons oproep. De pers schreef vooral over Jacksons excentriciteit, niet over de inhoud van zijn klacht.
Wat was de inhoud van die klacht?
Een jaar eerder, in oktober 2001, had Jackson zijn album Invincible uitgebracht. Sony stak er honderd miljoen dollar in productie en marketing. Toen het album minder verkocht dan de vorige, trok Sony de promotie abrupt terug. Geen tournee. Geen verdere singles na de eerste twee. Een 9/11-charity single, What More Can I Give, die Jackson opnam met onder meer Beyoncé en Carlos Santana, werd door Sony niet uitgebracht. Jackson moest hem zelf weglekken.
In datzelfde jaar zou de eigendom van zijn masters terugkeren naar hemzelf, op basis van een clausule uit zijn contract van 1991. Sony betwistte die clausule. Jacksons advocaat in de zaak, John Branca, bleek tegelijk advocaat te zijn voor Sony zelf. Belangenvermenging die Jackson pas na een nieuwe juridische screening ontdekte.
Daarbovenop kwam de catalogus. In 1985 had Jackson voor 47,5 miljoen dollar de ATV-uitgevercatalogus gekocht, die de rechten bevatte op grote delen van het Beatles-oeuvre. In 1995 had hij die catalogus samengevoegd met Sony’s eigen uitgeverij tot Sony/ATV Music Publishing, waarin hij vijftig procent eigenaar werd. Dat maakte Jackson tegelijk Sony’s grootste artiest én een van zijn machtigste eigenaren. Een ongemakkelijke combinatie voor een platenmaatschappij die volledige controle wil.
Toen Jackson Mottola publiekelijk een racist noemde, was hij niet alleen een gefrustreerde artiest. Hij was een artiest die wist dat zijn platenmaatschappij hem aan het uithongeren was. Geen tournees. Geen singles. Geen masters. Geen volledige creatieve controle.
Een artiest die te politiek wordt, die te veel macht verzamelt, die kritiek begint te leveren op de structuren rond hem, wordt langzaam losgekoppeld van zijn eigen carrière. Niet via een ontslagbrief. Via verminderde promotie. Via niet uitgebrachte singles. Via juridische geschillen die uit zijn handen lopen. Via een advocaat die voor de andere kant blijkt te werken.
Jackson stierf in juni 2009. Op dat moment was hij volgens schattingen vierhonderd miljoen dollar in de schulden. Hij bezat nog steeds de helft van een van de waardevolste muziekcatalogi ter wereld, maar zijn dagelijkse leven was beperkt door schuldeisers, juridische procedures en afnemende creatieve mogelijkheden. Drie weken voor hij stierf, repeteerde hij voor een comebacktour van vijftig concerten in Londen. Hij had ze nodig om uit zijn financiële put te klimmen.
Hij heeft geen enkel concert van die tour gespeeld.
De nieuwe blacklist
November 2023. Vijf weken na 7 oktober. De Israëlische bombardementen op Gaza zijn voor de wereld zichtbaar via duizenden video’s per dag op TikTok en Instagram. Wie pro-Palestijnse uitingen post, krijgt nieuw publiek. Soms ook nieuwe consequenties.
Melissa Barrera was 33 jaar oud, een Mexicaanse actrice, en stond op het punt door te breken in Hollywood. Ze had twee Scream-films gedragen, samen met Jenna Ortega de franchise heropgestart en gemoderniseerd. Scream 7 was bevestigd. De productie zou in januari 2024 beginnen.
Op haar Instagram-stories deelde ze pro-Palestijnse posts. Ze gebruikte het woord genocide. Ze schreef dat Gaza op dit moment is wat ethnische zuivering eruit ziet. Ze deelde uitspraken van Yuval Abraham, een Israëlische journalist die hetzelfde standpunt verdedigde. Ze klaagde de westerse media aan voor het wegmoffelen van Palestijnse stemmen.
Op 21 november 2023 maakte Spyglass Media Group bekend dat Barrera was ontslagen van Scream 7. De officiële verklaring sprak over zero tolerance voor antisemitisme of het aanzetten tot haat in welke vorm dan ook, inclusief verkeerde voorstellingen die kunnen worden gebruikt om antisemitische tropes te versterken. Geen specifieke post werd genoemd. Geen vraag werd gesteld.
Twee dagen later trok Spyglass ook regisseur Christopher Landon van het project. Landon, die zelf van Joodse afkomst was, schreef dat hij was gepasseerd door beide kanten en de hele situatie hem mentaal had gebroken.
Susan Sarandon volgde. Op 17 november had ze op een pro-Palestijnse mars in New York gezegd: er zijn veel mensen die bang zijn, bang om Joods te zijn op dit moment, en zien wat het betekent om moslim te zijn in dit land. United Talent Agency, haar agentschap, dropte haar binnen dagen. Zevenenzeventig jaar oud, met een Oscar, en dertig jaar werk gedaan voor mensenrechten en politieke campagnes. UTA zag genoeg in één zin om de relatie te beëindigen.
Maha Dakhil was vice-president bij Creative Artists Agency, een van de drie grootste talentagentschappen ter wereld. Ze beheerde de carrière van onder anderen Tom Cruise. Op haar Instagram-story schreef ze: what’s more heartbreaking than witnessing genocide? Witnessing the denial that genocide is happening. CAA degradeerde haar binnen achtenveertig uur. Ze verloor haar leiderschapsrol. Haar klantenlijst werd herverdeeld.
David Velasco, hoofdredacteur van Artforum, ontslagen na het ondertekenen van een open brief over Gaza. Steve Salaita, professor met een vaste aanstelling bij University of Illinois, jaren eerder al ontslagen voor pro-Palestijnse tweets. De lijst werd in 2023 en 2024 langer dan ooit.
Hier is geen ambigue lyrics. Geen Jew me, sue me die als problematisch kan bestempeld worden. Geen vermeend wangedrag dat het verhaal complexer maakt. Drie hoogprofiel professionals, en tientallen anderen, specifiek voor pro-Palestijnse uitingen afgestraft. In een aantal gevallen voor uitingen die niets meer zeiden dan dit is genocide of dit moet stoppen.
De columnist Wajahat Ali formuleerde de asymmetrie scherp in The Daily Beast:
“Amy Schumer and Sarah Silverman post content against Palestinians, and they receive grace. Melissa Barrera, Susan Sarandon, David Velasco post pro-Palestinian content, and they’re cancelled. You can disagree with their comments and positions, but it’s so asymmetrical and unbalanced.”
Dat is exact hetzelfde mechanisme dat Jackson in 1995 raakte voor They Don’t Care About Us. Het verschil is dat het instrumentarium is verfijnd. In 1995 werd een lied uit een album gehaald onder druk van organisaties. In 2023 wordt een actrice uit een film gehaald via een persbericht. Sneller. Efficiënter. Definitiever.
Wat overblijft, in beide gevallen, is dezelfde stilte. De artiest die had willen spreken, spreekt niet meer. Of als ze spreekt, spreekt ze niet meer vanaf hetzelfde podium.
Hind’s Hall: het lied dat wel werd opgenomen
Op 30 april 2024, vijfenvijftig dagen na de moord op Hind Rajab, bezetten studenten van Columbia University het Hamilton Hall-gebouw. Ze hingen een spandoek uit het raam. Hind’s Hall, stond erop. Ze hernoemden het gebouw op die manier, in haar herinnering. Een uur later vielen New Yorkse politieagenten binnen. Meer dan honderd studenten werden gearresteerd.
Een week later, op 6 mei 2024, bracht Macklemore een lied uit met dezelfde naam. Hind’s Hall. Onafhankelijk uitgegeven, zonder label, geproduceerd in zijn eigen studio. Een sample van de Libanese zangeres Fairuz, een protestrap over Gaza, een aanklacht tegen de Amerikaanse politiek en de muziekindustrie. Alle inkomsten naar UNRWA, het VN-agentschap voor Palestijnse vluchtelingen.
Het lied haalde nummer twee in Billboard’s Rap Digital Song Sales Charts. Achttien miljoen Spotify-streams in vier weken. Tom Morello, zanger van Rage Against the Machine, schreef op X: Eerlijk gezegd is Macklemore’s Hind’s Hall het meest Rage Against The Machine-nummer sinds Rage Against The Machine.
Lees nu de volgende vier regels uit het lied:
What happened to the artist? What you got to say?
If I was on a label, you could drop me today
I’d be fine with it cause the heart fed my page
I want a ceasefire, fuck a response from Drake.
Macklemore beschrijft hier exact het mechanisme dat we in dit hele stuk aan het beschrijven zijn. Een artiest die op een major label zit, kan worden ontslagen voor te politiek te worden. Daarom zwijgen ze. Daarom is de muziekindustrie complicit in their platform of silence, zoals hij verderop in het lied zegt.
Hij is goed geplaatst om dat vast te stellen. Macklemore is een witte, succesvolle, onafhankelijke artiest. Hij heeft geen label. Niemand kan hem ontslaan. Niemand kan zijn release tegenhouden. Niemand kan zijn Spotify-distributie blokkeren. Zijn vrijheid om dit lied uit te brengen is exact het bewijs van waarom andere artiesten dat niet doen.
Wie zijn die andere artiesten? Drake. Kendrick Lamar. DJ Khaled, zelf de zoon van Palestijnse immigranten. Allemaal gesigneerd bij labels onder de paraplu van Universal Music Group. De CEO van Universal Music Group is Lucian Grainge. Grainge is publiekelijk een supporter van Friends of the Israel Defense Forces, een Amerikaanse fondsenwervingsorganisatie voor het Israëlische leger.
Dat is geen samenzwering. Dat is een commerciële realiteit. Een artiest gesigneerd bij Universal weet dat zijn CEO publiekelijk fondsen werft voor het Israëlische leger. Een artiest gesigneerd bij Universal weet ook dat zijn distributie, zijn radioplay, zijn tour-budget afhankelijk zijn van die zelfde infrastructuur. Wanneer Macklemore in Hind’s Hall rapt fuck a response from Drake, is dat geen persoonlijke vete. Het is een aanwijzing van wie de luxe heeft om te spreken en wie niet.
Het lied bouwt daarmee een rechtstreekse brug naar wat Jackson in 1993 nooit kon. Jackson, op het toppunt van zijn macht maar gesigneerd bij Sony, schreef een Palestina-tekst en bracht hem niet uit. Macklemore, dertig jaar later, niet gesigneerd, brengt zijn Palestina-tekst wel uit. Niet omdat hij dapperder is. Omdat hij vrij is.
En precies daarom is Hind’s Hall zo’n belangrijk lied. Niet alleen vanwege de tekst, niet alleen vanwege Hind Rajab in de titel, niet alleen vanwege UNRWA. Maar omdat het het bestaan van het mechanisme aantoont waar dit hele stuk over gaat. Een mechanisme dat alleen zichtbaar wordt wanneer iemand erbuiten staat en het kan benoemen.
In september 2024 bracht Macklemore een tweede versie uit, Hind’s Hall 2, samen met Palestijnse en Palestijns-Amerikaanse artiesten Anees, MC Abdul, Amer Zahr, het LA Palestinian Kids Choir en het Lifted! Youth Gospel Choir. Ook deze versie ging volledig naar UNRWA. Het lied werd uitgevoerd op het Palestine Will Live Forever Festival in Seattle.
Drie weken na de bezetting van Hamilton Hall hadden universiteiten in heel Amerika hun eigen Hind’s Hall opgericht en weer ontruimd. In Brussel bezetten studenten van de VUB vanaf mei 2024 de STOA-site, met dezelfde eis. De bezetting hield aan tot juli 2024, toen de universiteit een akkoord bereikte met de actievoerders. Het waren protesten waar Hind Rajab’s naam werd uitgesproken, gespeld op spandoeken, gezongen in koren.
Het lied dat Jackson niet kon opnemen, werd uiteindelijk gezongen door duizenden studenten op honderden campussen. Het droeg de naam van een meisje van zes uit Tel al-Hawa, in plaats van de naam Palestine, Don’t Cry. Maar het zei hetzelfde.
See the children crying. What are they fighting for?
Wat heeft cultuur hier mee te maken?
Tot nu toe hebben we in dit stuk laten zien hoe de Amerikaanse entertainmentindustrie artiesten temt die voor Palestina spreken. Daar bestaat een georganiseerd antwoord op, en er zijn veel misverstanden over.
Het heet de culturele boycot van Israël. Het is een onderdeel van de bredere BDS-beweging, Boycott, Divestment, Sanctions. De C staat voor Cultural. De Palestijnse organisatie die de richtlijnen opstelt heet PACBI, de Palestinian Campaign for the Academic and Cultural Boycott of Israel, opgericht in 2004 door Palestijnse academici, kunstenaars en intellectuelen.
De eerste vraag die je krijgt wanneer je dit aankaart: gaat dit om het boycotten van Joodse mensen of Israëlische individuen? Het antwoord is nee, en dit is geen retorische zet. PACBI is helder. De boycot richt zich op instellingen die de staat Israël representeren of medeplichtig zijn aan zijn beleid. Niet op individuele Israëlische of Joodse artiesten.
Een Israëlische artiest die zelf BDS steunt en kritisch is op zijn regering, staat niet onder de boycot. Een Palestijns-Israëlische samenwerking op gelijke voet staat niet onder de boycot. Persoonlijke vrijheid van expressie staat niet onder de boycot. Wat wel onder de boycot staat: optredens op door de Israëlische staat gefinancierde festivals, samenwerking met instellingen die direct verbonden zijn met het ministerie van Buitenlandse Zaken of Toerisme, ambassadeurschappen voor Israël-promotie, en cultureel werk dat dient om de staat te branden in tijden waarin die staat oorlogsmisdaden pleegt.
Het verschil is fundamenteel. Een Israëlische pianist die in Brussel een Bach-recital speelt voor een privé-organisator staat niet onder de boycot. Diezelfde pianist die optreedt op een door het Israëlische Ministerie van Cultuur gefinancierd festival staat er wel onder. Niet omdat hij de verkeerde nationaliteit heeft. Omdat zijn optreden een staatsproject dient.
De tweede vraag die je krijgt: wat heeft cultuur hier mee te maken? Het is toch maar muziek, theater, film?
Het is precies wat het wel mee te maken heeft. Cultuur is waar normalisering plaatsvindt. Een staat die genocide pleegt en tegelijk een filmfestival promoot in Cannes, een muziekfestival in Brussel, of een uitvoerende kunstenaar op Eurovision, gebruikt cultuur als reputatie-management. Hasbara, is het Hebreeuwse woord voor publieksdiplomatie, propaganda en desinformatie. Een belangrijk onderdeel daarvan is cultureel.
Wanneer je een Israëlisch filmfestival in Brussel zonder distantiëring laat plaatsvinden, met een minister van Cultuur die een speech houdt, zeg je impliciet: dit land is een normaal land, met normale cultuur, in normale internationale betrekkingen. Op het moment dat datzelfde land Hind Rajab beschiet en de waarheid daarover via negen websites probeert te wissen, is normaliseren een politieke daad.
De parallel met Zuid-Afrika is leerrijk. In de jaren tachtig riep een groep Amerikaanse muzikanten onder leiding van Steven Van Zandt en Bono op tot een boycot van het Sun City-resort in Bophuthatswana, een door het apartheidsregime gefinancierd entertainmentcomplex. Het lied Sun City uit 1985 was expliciet: I ain’t gonna play Sun City. De artiesten die meededen, waren niet tegen Zuid-Afrikanen. Ze waren tegen het apartheidsregime. Vandaag herinnert niemand zich die boycot als haat tegen zwarte of witte Zuid-Afrikanen. Hij wordt herinnerd als één van de meest effectieve culturele drukmechanismen van de twintigste eeuw.
PACBI vraagt vandaag exact hetzelfde voor Israël. Niet meer, niet minder.
De zaak Shani: een Belgische illustratie
Begin mei 2026 deed het Brusselse Bozar de aankondiging dat de Israëlische dirigent Lahav Shani in het volgende seizoen op zijn podium zal staan, als gastdirigent van de Münchner Philharmoniker. Een gelijkaardig concert werd in september 2025 geschrapt door het Gent Festival van Vlaanderen, op grond van de culturele boycot. Premier Bart De Wever (N-VA) kantte zich destijds expliciet tegen de Gentse boycot en stak Shani persoonlijk een hart onder de riem.
Het Bozar-debat herhaalt zich nu. Groen-voorzitter Aimen Horch noemt de programmering totaal ongepast en roept op tot boycot. Bozar verdedigt zich door te wijzen op Shani’s persoonlijke verklaringen, en op het feit dat hij naar Brussel komt als gastdirigent van een Duits orkest, niet als Israëlische staatsvertegenwoordiger.
Lees nu wat Shani daadwerkelijk heeft gezegd, in zijn officiële verklaring na de Gent-cancellatie:
“The images and testimonies coming out of Gaza are deeply distressing, and it is impossible to remain indifferent to the suffering of civilians in Gaza.”
“Everything must be done to end the war as soon as possible and begin the long process of healing and rebuilding for both societies.”
Lees ook wat hij niet heeft gezegd. Geen veroordeling van het Israëlische leger. Geen kritiek op de Netanyahu-regering met naam. Geen erkenning van bezetting. Geen woord over apartheid. Geen ondersteuning van BDS. Geen erkenning van genocide. Geen pleidooi voor Palestijnse zelfbeschikking. Geen erkenning van de structurele asymmetrie tussen bezetter en bezette.
Wat hij wel benoemt is Hamas, met cijfers. Wat hij niet benoemt is het Israëlische leger. The catastrophe this war has brought upon them, schrijft hij over Gaza, alsof er geen subject is van het werkwoord. Alsof het lijden in Gaza voortkomt uit een natuurramp en niet uit gerichte beslissingen door een Israëlische regering die hij niet bij naam noemt.
Dit is wat hasbara-taal heet. Het is dezelfde formule die elke Israëlische staatsfunctionaris hanteert. Ook Netanyahu zegt dat hij vrede wil. Ook hij betreurt het lijden van burgers. Ook hij spreekt over healing and rebuilding for both societies. Het verschil tussen oproepen tot vrede en veroordelen van oorlogsmisdaden is het hele politieke spectrum.
Hier wordt het PACBI-onderscheid concreet. Shani is niet zomaar een Israëlische artiest. Hij is chef-dirigent van het Israëlisch Filharmonisch Orkest, een instelling waarvan soldaten van het Israëlische leger deel uitmaken, waarvan andere militairen gratis tickets ontvangen, en die Shani zelf publiekelijk ambassadeurs van Israël heeft genoemd. Zolang hij die formele staatsfunctie behoudt, is hij niet alleen een individuele artiest. Hij is, in zijn eigen woorden, een ambassadeur.
Bozar’s argument dat hij komt als dirigent van een Duits orkest, raakt dus naast de kwestie. Een ambassadeur die voor één avond gastoptreden doet bij een buitenlands gezelschap, is nog steeds een ambassadeur. Zijn aanwezigheid op het podium van een Belgisch instituut van internationaal aanzien legitimeert zijn gewone functie. Dat is precies het normaliseringsmechanisme dat de culturele boycot wil onderbreken.
Of Shani persoonlijk de oorlog veroordeelt, doet er voor het PACBI-criterium niet toe. Hij kan zijn instelling verlaten en als individuele Israëlische artiest optreden waar hij wil. Hij kan zijn stem gebruiken om zich expliciet uit te spreken tegen de bezetting, zoals andere Israëlische kunstenaars die wel doen. Hij heeft beide niet gedaan. Hij blijft chef-dirigent van een staatsorkest, en hij beperkt zijn publieke uitingen tot vage formules over vrede en verzoening die ook door zijn regering worden gebruikt om hun handelen te legitimeren.
Bozar nodigt hem uit terwijl die staat in Gaza een door het Internationaal Gerechtshof aanhangig gemaakte genocide-zaak heeft.
Dezelfde discussie speelde rond Eurovision, waar de Israëlische deelnemer Noam Bettan deelnam onder expliciete staatsvlag op 12 mei 2026. Het verschil tussen Shani en Bettan is dat de eerste zich kan distantiëren maar het niet doet, en de tweede de staatsrol expliciet vervult. Beiden zijn voorwerp van dezelfde culturele boycot, om dezelfde redenen.
De derde vraag die je krijgt: maar dit beperkt toch de vrijheid van kunstenaars? Ja, het vraagt iets van kunstenaars. Net zoals de Sun City-boycot iets vroeg van Amerikaanse muzikanten in 1985. Niet om te zwijgen, maar om te kiezen welke podia ze betreden. Niet om Joodse of Israëlische individuen te isoleren, maar om medeplichtigheid aan staatsterreur te weigeren.
Wie de Macklemore van Hind’s Hall heeft gehoord, weet dat die keuze niet alleen mogelijk is, maar dat het medeplichtigheid is wanneer ze niet wordt gemaakt. What you willing to risk? What you willing to give? What if you were in Gaza? What if those were your kids?
Vraag je een artiest die net Hind’s Hall heeft gehoord nog steeds wat cultuur hier mee te maken heeft, dan heb je niet geluisterd.
Wat de film niet vertelt
Terug naar de bioscoop. April 2026. Michael draait. Een commercieel succes in zijn eerste maand. Een artistiek omstreden product.
Wat zit erin? Dans. Glamour. Hits. De moonwalk in de Motown 25-special van 1983. Thriller. Billie Jean. Beat It. Het kleine jongetje uit Gary, Indiana dat de King of Pop wordt. Familieconflicten met Joe Jackson. De relatie met Diana Ross. Studio-opnames die mythisch zijn. Een biopic die fans willen zien en die fans krijgen.
Wat zit er niet in?
De Palestina-tekst van 1993. Niet vermeld. Niet als anekdote, niet als achtergrondscène, niet als losse zin in een dialoog. Een tekst die Jackson schreef in datzelfde jaar dat de film expliciet behandelt, blijft afwezig.
De ADL-confrontatie van 1995. Niet vermeld. Een van de grootste publieke crises van zijn carrière, een crisis die hem dwong tot heruitgave van een dubbel-album met twee miljoen exemplaren al verzonden. Geen scène. Geen referentie.
De afbraak met Sony en Mottola van 2002. Niet vermeld. De publieke beschuldiging van racisme tegen een van de machtigste mannen in de muziekindustrie. Een moment dat in elke andere biopic over een artiest een centrale scène zou zijn. Hier ontbreekt het.
De juridische clausule die de aantijgingen-scène uit het derde bedrijf wist, wordt natuurlijk ook niet vermeld in de film zelf. De film vertelt niet wat de film niet mocht vertellen.
Wat blijft, is een gesaneerde versie van een leven dat allesbehalve gesaneerd was.
Dit is geen falen van de film. Het is hoe biopics werken. Een biopic is een onderhandeld product. Tussen de erfgenamen, de platenmaatschappij, de juridische beperkingen, het publiek en de markt. Wat overblijft is wat al die partijen kunnen aanvaarden. Wat eruit moet, is wat een van die partijen niet kan aanvaarden.
In het geval van Jackson zijn de partijen die niet kunnen aanvaarden divers. De Jackson-erfeniszaak heeft economische redenen om geen oude controverses op te warmen. Sony heeft commerciële redenen om de Mottola-jaren niet opnieuw aan de orde te stellen. De Amerikaanse muziekindustrie heeft brede redenen om geen biopic uit te brengen die expliciet de pro-Israël druk op een artiest in beeld brengt. Universal Pictures wil zijn distributiekanalen niet kwijtspelen.
Wat de film weglaat is geen samenzwering. Het is een convergentie van belangen.
Maar voor de kijker die in 2026 naar de zaal gaat, blijft het effect hetzelfde. Een leven wordt gepresenteerd zonder de momenten waarin de artiest probeerde politiek te worden. Een artiest wordt herinnerd als entertainer, niet als iemand die in 1993 schreef I will die for you, Oh, Palestine.
De stilte rond de Palestina-tekst is niet enkel het werk van wie hem in 1993 in een lade liet liggen. Het is ook het werk van wie hem in 2026 uit de film weglaat.
Dat is de stilte waar dit stuk over gaat.
Wat blijft, en wat we kunnen doen
Bij Palestina Solidariteit vzw waarschuwen we al dertig jaar voor het mechanisme dat dit stuk illustreert. Niet één lobby. Niet één samenzwering. Wel een verzameling van organisaties, mediastructuren en bedrijfsbelangen die samen zorgen dat artiesten die voor Palestina spreken, hun platform verliezen.
Soms gebeurt dat hard en zichtbaar, zoals bij Melissa Barrera. Een persbericht. Een ontslag binnen 48 uur. Een carrière in stilstand.
Soms gebeurt het zacht en jarenlang, zoals bij Jackson. Een lied dat in een lade blijft liggen. Een album dat heruitgegeven moet worden onder druk. Een platenmaatschappij die langzaam stopt met promoten. Een biopic die dertig jaar later de politieke momenten weglaat.
Soms gebeurt het helemaal niet, omdat de artiest buiten het systeem staat. Macklemore. Een onafhankelijk gemaakt lied dat het mechanisme zelf benoemt en daarmee de uitzondering wordt die de regel bewijst.
Het effect van het mechanisme is hetzelfde. Stiltes. Zelfcensuur. Lege lades waarin liedjes blijven liggen.
Wie vandaag wegkijkt van wat met Palestijnen gebeurt, kijkt morgen weg van wat met zijn eigen waarheid gebeurt. Wie vandaag accepteert dat Melissa Barrera haar rol verliest voor het woord genocide, accepteert morgen dat een journalist zijn baan verliest voor een foto. Wie vandaag accepteert dat Michael Jacksons Palestina-tekst nooit wordt opgenomen, accepteert morgen dat hele stukken geschiedenis nooit worden geschreven.
Daarom blijven we dit dossier op tafel leggen. Daarom verzamelen we mensen die niet wegkijken. Daarom is dit artikel geschreven.
Wat je kan doen is eenvoudig.
Deel dit verhaal verder. Voor elke vriend die de Michael-film ging zien zonder te weten wat erin ontbreekt. Voor elke jongere die opgroeit met een Spotify-bibliotheek waarin Palestine, Don’t Cry nooit zal verschijnen. Voor elke artiest die vandaag overweegt om publiek iets te zeggen over Gaza, en die deze stilte voelt als een waarschuwing.
Volg Palestina Solidariteit vzw. Op Instagram, op onze website, in onze nieuwsbrief. We blijven schrijven over wat anderen niet schrijven. Over de Hind Rajabs van vandaag. Over de Michael Jacksons van gisteren. Over het mechanisme dat hen verbindt.
En lees nog eens wat Jackson schreef in 1993, op een blaadje briefpapier van British Airways Concorde:
See the children crying.
What are they fighting for?
I will pray for you.
Oh, Palestine.
Drieëndertig jaar later wachten we nog steeds op het lied. En tegelijk klinkt het al, in een ander register, met een andere naam, op honderden campussen wereldwijd. Hind’s Hall.
— Palestina Solidariteit vzw
Bronnen en verder lezen
Palestine, Don’t Cry — handgeschreven tekst, geveild door Julien’s Auctions, 2010: juliensauctions.com
They Don’t Care About Us — controverse en ADL-reactie: en.wikipedia.org/wiki/They_Don’t_Care_About_Us
Macaulay Culkin getuigenis 2005 en bevestiging in Esquire 2020: variety.com
Melissa Barrera ontslagen door Spyglass Media Group, 21 november 2023: variety.com
Susan Sarandon door UTA gedropt na pro-Palestijnse uitspraken: variety.com
Maha Dakhil gedegradeerd bij CAA: hollywoodreporter.com
Wajahat Ali, kolommen over Hollywood en Palestina, The Daily Beast: thedailybeast.com
Tommy Mottola en Sony-conflict, 2002: rollingstone.com
Macklemore, Hind’s Hall — release en context: rollingstone.com
Hind’s Hall — chartpositie en streaminggegevens: billboard.com
Hind’s Hall — Wikipedia-overzicht: en.wikipedia.org/wiki/Hind’s_Hall
Bezetting Hamilton Hall door Columbia-studenten, 30 april 2024: nytimes.com
PACBI — Palestinian Campaign for the Academic and Cultural Boycott of Israel: bdsmovement.net/pacbi
Gent Festival van Vlaanderen annuleert concert Münchner Philharmoniker, september 2025: aljazeera.com
Lahav Shani’s officiële verklaring na Gent-cancellatie, VRT NWS: vrt.be
Volledige Shani-verklaring met directe citaten, OperaWire: operawire.com
Groen roept op tot boycot Bozar-concert, mei 2026: bruzz.be
Michael (2026) — productie en juridische clausule: variety.com
