Terwijl de wereld verleid wordt door het FIFA Wereldkampioenschap 2026 – een festival van vaardigheid, strategie en nationale trots – heerst er elders een stilte die luider schreeuwt dan welk stadiongezang dan ook. Miljarden mensen kijken vanuit hun comfortabele stoel toe, maar Palestijnse voetballers spelen niet. Ze vechten om te overleven, of ze zijn er niet meer.
Één van de slachtoffers is Suleiman al-Obeid, bekend als de ‘Palestijnse Pelé’. Op 6 augustus 2025 werd de 41-jarige voormalige ster van het nationale elftal gedood door Israël, terwijl hij in het zuiden van de Gazastrook wachtte in de rij voor humanitaire hulp. Hij liet zijn vrouw en vijf kinderen achter. Zijn dood trok internationale aandacht toen Liverpool-superster Mohamed Salah de UEFA publiekelijk aansprak omdat de oorzaak van al-Obeids dood uit de het eerbetoon was gewist. Salah vroeg simpelweg: ‘Kunnen jullie ons vertellen hoe hij is gestorven, waar en waarom?’
Het verhaal van al-Obeid staat niet op zichzelf, het maakt deel uit van een systematische uitroeiing van Palestijns leven. Volgens de Palestijnse voetbalbond heeft Israël sinds oktober 2023 meer dan 1000 sporters in de Gazastrook gedood, waaronder meer dan 437 voetballers. Dit zijn niet gewoon cijfers, het zijn mensenlevens. Het zijn coaches, scheidsrechters, scouts en sterren zoals al-Obeid.
De lange geschiedenis van FIFA’s medeplichtigheid
De uitsluiting van Palestijnen uit het internationale voetbal is geen toeval, de wortels gaan terug naar beslissingen die bijna een eeuw geleden werden genomen.
In de jaren twintig en dertig richtten joodse kolonisten onder Brits mandaat hun eigen sportorganisaties op om een aparte nationale identiteit te construeren, los van de inheemse Palestijnse bevolking. In 1929 verkreeg deze groep van kolonisten lidmaatschap van de FIFA als de “Palestine Football Association” en werd daarmee de enige erkende instantie voor het gebied.
Dit besluit had verwoestende gevolgen voor de Palestijnen zelf. Toen de Palestijnse bevolking in 1931 probeerde een eigen bond op te richten – de Arab Palestine Sports Federation – om op eerlijke wijze te kunnen concurreren, weigerde de FIFA deze te erkennen. De FIFA hield vast aan het standpunt dat alleen de door de kolonisten gecontroleerde bond wedstrijden mocht goedkeuren, waardoor Palestijnse teams werden uitgesloten van internationale competities.
In 1930 maakte een team met de naam “Palestina” een tournee door Egypte. Het bestond uit 9 Britten en 6 joodse kolonisten, maar geen enkele Palestijnse speler. Ze droegen shirts met een grote ‘P’, waarmee ze die waarheid verborgen hielden. Decennialang stond de FIFA toe dat dit team het land internationaal vertegenwoordigde. Na de Nakba in 1948 wijzigde de door FIFA-erkende bond haar naam in ‘Israëlische Voetbalbond’, waarbij ze de zetel, de records en de legitimiteit overnam.
Tot op de dag van vandaag zet die traditie van medeplichtigheid zich voort. Al meer dan vijftien jaar eist de huidige Palestijnse Voetbalbond dat de FIFA sancties oplegt aan Israëlische clubs die actief zijn in illegale kolonies op de Westbank. Deze bond betoogt dat zulke teams de FIFA-statuten schenden door te opereren in bezet gebied. In april 2026, nadat de FIFA weigerde op te treden onder verwijzing naar de “onopgeloste juridische status” van de regio, deed de Palestijnse bond een beroep bij het Hof van Arbitrage voor Sport. Zij noemde het uitblijven van maatregelen door de FIFA “onrechtvaardig”.
Ondertussen promoot FIFA initiatieven zoals de plannen van de ‘Board of Peace’ om Gaza wederopbouw te geven – niet samen met de Palestijnen, maar bovenop hun begraafplaatsen. Privégrond en ruïnes worden onteigend om voetbalacademies te bouwen. Dit is geen vredesopbouw, het is ‘sportswashing’, een poging om bezetting en genocide te vergoelijken via het spektakel van de sport.
Solidariteit op het veld
Ondanks de onverschilligheid van de FIFA blijft solidariteit bestaan. Tijdens het toernooi keken Palestijnen in de Gazastrook, te midden van puin en luchtaanvallen, naar de wedstrijden en beschouwden ze het Egyptische elftal als hun eigen team. Coach Hossam Hassan werd een symbool van verzet: na overwinningen hulde hij zich in de Palestijnse vlag en stelde dat iedereen die niet voelt voor het Palestijnse volk zijn menselijkheid heeft verloren.
Vlak voor de wedstrijd van Egypte tegen Argentinië werd Mohammed al-Wahidi, hoofd van het Egyptische Hulpcomité in de Gazastrook, vermoord door Israël. Al-Wahidi had WK-vertoningen georganiseerd voor de inwoners van de Gazastrook, zodat kinderen te midden van de verwoesting konden dromen van een normaal leven.
Zelfs toen was de vooringenomenheid zichtbaar. Egypte kampte met oneerlijke beslissingen van de scheidsrechter, waaronder afgekeurde doelpunten en genegeerde overtredingen, terwijl racistische uitingen van supporters onbestraft bleven – een schrijnende herinnering dat gerechtigheid vaak ontbreekt daar waar macht de uitkomst dicteert.
We moeten niet vergeten
Voetbal is politiek. Elke trap weerspiegelt de strijd van degenen aan wie het recht om te spelen wordt ontzegd. Terwijl we de schoonheid van het spel vieren, moeten we ook degenen eren die het zwijgen is opgelegd: Suleiman al-Obeid, Mohammed Barakat, Saleem Al-Ashqar, Mohammed al-Wahidi, de kinderen Fadi en Hamza Al Deiri, en honderden anderen wiens dromen werden verwoest door bezetting en genocide.
Aan de FIFA: jullie neutraliteit is een mythe. Stop de samenwerking met instanties die profiteren van onderdrukking. Zet Israël uit de FIFA. Een koloniale genocidale staat zou geen plaats mogen hebben in de wereld van sport.
Aan de wereld: Kijk niet weg van Palestina. Laten we verantwoording eisen, geen afleiding.
