Het nieuwe Vlaamse wapenhandelsdecreet beweert het verbod op wapenexport naar Israël te handhaven, terwijl het tegelijkertijd juist de controles afschaft die moeten voorkomen dat die wapens via indirecte kanalen bij het Israëlische leger terechtkomen. Door voorrang te geven aan een gestroomlijnde bureaucratie voor EU- en NAVO-partners boven een grondige controle op het eindgebruik, creëert de wetgeving aanzienlijke mazen in de wet die onvermijdelijk zullen leiden tot een sterke toename van de wapenstroom naar Israël.
De nieuwe regels vereenvoudigen het proces voor Vlaamse defensiebedrijven om onderdelen aan andere Europese landen te verkopen met minimale controle, waarbij wordt uitgegaan dat partnerlanden hun eigen exportcontroles handhaven. Zodra deze goederen Vlaanderen echter verlaten, verdwijnt het regionale toezicht. Er is geen garantie dat een onderdeel dat aan een Duits of Frans bedrijf wordt verkocht, niet door dat tweede land naar Israël wordt heruitgevoerd. Deze ‘derde-land-constructie’ in de wet omzeilt in feite het directe exportverbod, waardoor militaire apparatuur via een Europees tussenstation zijn bestemming kan bereiken.
Bovendien verzwakt het decreet de doorvoercontroles via cruciale knooppunten zoals de haven van Antwerpen. Eerdere juridische overwinningen dwongen de regering af goederen voor tweeërlei gebruik – zoals industriële lagers voor militaire voertuigen – naar Israël te blokkeren, tenzij een strikt civiel eindgebruik werd aangetoond. Het nieuwe kader verschuift deze verantwoordelijkheid echter van proactieve overheidscontrole naar zelfrapportage door bedrijven. Door minder strenge rapportagevereisten bij internationale handel krijgen autoriteiten niet langer zicht op wanneer dual-use goederen worden omgeleid naar militaire doelen in het buitenland.
Mensenrechtenorganisaties, waaronder Amnesty International en IPIS, stellen dat deze verschuiving een gevaarlijke stap achteruit betekent. Door expliciete verwijzingen naar robuuste internationale kaders zoals het VN-Wapenhandelsverdrag te schrappen en te vertrouwen op zwakkere ‘due diligence’-modellen, ondermijnt het decreet de rechtsgrondslag voor toekomstige rechtszaken. In de praktijk kunnen wapens gemakkelijk door de mazen van de vereenvoudigde EU-handelsstromen en lakse doorvoercontroles glippen. Dit versterkt uiteindelijk de slagkracht van het Israëlische leger, dat deze middelen inzet bij de aanhoudende genocide in Palestina.
Vredesactie meldt dat de wet is aangenomen ondanks negatief advies van experts, waaronder het Vlaams Vredesinstituut zelf, en negeert petities met meer dan 18 000 handtekeningen en protesten van 110 000 burgers die een rode lijn trokken tegen het bewapenen van conflictregio’s. Vredesactie noemt het een “trieste dag voor vrede en mensenrechten” en stelt dat Vlaanderen medeplichtig blijft aan oorlogsmisdaden.
