Nieuws

De illusie van vrede: hoe de door de VS bemiddelde “overeenkomst” de Israëlische bezetting van Libanon bestendigt

Eind juni 2026 ondertekenden Israël en Libanon in Washington een kaderovereenkomst. Terwijl Donald Trump en Benjamin Netanyahu dit vierden als een triomf van diplomatie, brak in Beiroet de woede los. Voor de bevolking van Zuid-Libanon was er geen reden tot vieren, wat Washington presenteerde als het einde van de oorlog, werd op straat gezien voor wat het is: de institutionalisering van de Israëlische bezetting. Hezbollah noemde de deal vernederend en duizenden protesteerden tegen een akkoord dat hun recht op terugkeer blokkeerde. 

De feiten op de grond hebben die waarschuwingen sindsdien bevestigd. Het zogenaamde “vredesakkoord” heeft niet geleid tot een volledige Israëlische terugtrekking, maar heeft Libanon gevangen gezet in een cyclus van voorwaardelijke soevereiniteit. In plaats van gerechtigheid te brengen, creëerde de overeenkomst een juridisch mechanisme bedoeld om Israëlische troepen voor onbepaalde tijd op Libanees grondgebied te houden.

Een juridisch voorwendsel voor bezetting

De kern van het probleem ligt in de volgorde van de stappen. In tegenstelling tot internationaal recht, dat eist dat bezettingsmachten zich onmiddellijk terugtrekken, koppelt deze overeenkomst de Israëlische terugtrekking aan de ontwapening van Hezbollah. De voorwaarden schrijven voor dat de Libanese strijdkrachten eerst de aangewezen gebieden betreden, de militaire infrastructuur van Hezbollah ontmantelen en slagen voor verificatie door een commissie waarin de VS en Israël zitting hebben. Pas daarna zullen Israëlische troepen overwegen zich terug te trekken.

Internationaal recht bepaalt dat bezetting illegaal is, ongeacht de aanwezigheid van gewapende groeperingen. Door de terugtrekking afhankelijk te maken van ontwapening, verschaft de overeenkomst Israël een juridisch voorwendsel om ter plaatse te blijven. Zoals de gepensioneerde brigadegeneraal Bassam Yassin opmerkte, geeft de veiligheidsclausule Israël feitelijk het recht om elk gebied opnieuw binnen te dringen wanneer het dat naar eigen inzicht nodig acht. Omdat de Libanese strijdkrachten noch de capaciteit noch de politieke wil heeft om Hezbollah met geweld te ontwapenen – een stap die waarschijnlijk een burgeroorlog zou ontketenen – staat Israël onder geen enkele echte druk om te vertrekken.

Israëlische functionarissen zijn openhartig geweest over hun bedoelingen. Minister van Financiën Bezalel Smotrich sprak over het handhaven van een ‘bezettingszone’ om zogenaamde “verdedigbare grenzen” te garanderen. Deze claim strookt niet met de realiteit: Minister van Defensie Israel Katz gaf zelf toe dat Israëlische troepen 700 vierkante kilometer Libanees grondgebied bezette,. Dit is geen defensie, maar offensief geweld en collectieve straf op soeverein Libanees grondgebied.

De schijnoperatie van de “proefzones”

Om vooruitgang te demonstreren, kondigde de VS in juli 2026 de lancering aan van “proefzones”, beginnend met drie dorpen: Zawtar al-Gharbiya, Froun en Srifa. Het idee was dat deze gebieden als model zouden dienen voor bredere implementatie. In de praktijk legden ze de holheid van de overeenkomst bloot.

Twee van de drie dorpen, Froun en Srifa, stonden niet onder directe Israëlische bezetting toen het akkoord werd getekend. De inzet van de Libanese strijdkrachten daar kwam neer op theater, waarmee de VS succes konden claimen zonder Israël te dwingen strategisch terrein prijs te geven. Zawtar al-Gharbiya vormde een andere uitdaging: hoewel het dorp zelf niet direct bezet was, loopt de toegang ernaartoe via het nabije Zawtar al-Sharqiyah, dat nog steeds stevig onder Israëlische bezetting staat. Terugkerende bewoners troffen hun huizen in puin aan; bijna de helft van de 500 huizen in het dorp was verwoest. Burgemeester Abdel Ezzeddine vroeg zich terecht af: “Hoe kunnen burgers veilig terugkeren als de enige weg naar het dorp door een bezet gebied loopt?”

Bovendien hielden Israëlische troepen aangrenzende gebieden onder vuur en verhinderden zij de terugkeer van burgers, waardoor de inzet van de Libanese strijdkrachten werd belemmerd en de lokale bevolking zich niet veilig voelde.

 

Ontheemding als strategie

De menselijke tol is ontstellend. Sinds de escalatie in maart 2026, na de Amerikaans-Israëlische aanval op Iran, hebben Israëlische luchtaanvallen meer dan 4330 mensen gedood en ongeveer 1,2 miljoen Libanezen ontheemd. De VN schatte de directe schade al snel op honderden miljoenen dollars, met duizenden vernietigde huizen en infrastructuur.

Deze ontheemding is niet incidenteel, maar strategisch. Door steden met een sjiitische meerderheid plat te bombarderen en grote delen van het zuiden te ontvolken, beoogt Israël de demografische realiteit van de regio te veranderen. De kaderovereenkomst vergroot de kwetsbaarheid van deze populatie: door de terugkeer afhankelijk te stellen van de ontwapening van Hezbollah – een voorwaarde die onder de huidige omstandigheden onmogelijk is – wordt permanente onzekerheid gecreëerd. Honderdduizenden gezinnen mogen niet terugkeren naar gebieden die feitelijk onder Israëlische militaire bezetting blijven.

 

Soevereiniteit verkocht

Voor veel Libanezen betekent de overeenkomst een verraad aan de nationale soevereiniteit. De Libanese regering, onder leiding van president Joseph Aoun en premier Nawaf Salam, onderhandelde rechtstreeks met Israël en de VS en negeerde daarbij de wensen van de lokale gemeenschappen die het zwaarst getroffen werden. Analisten zien de overeenkomst als een stap die Libanon dichter bij normalisering met de bezettingsmacht brengt, wat mogelijk de weg vrijmaakt voor een formeel vredesverdrag dat de aanwezigheid van Israël legitimeert.

Hezbollah, dat van de onderhandelingen was uitgesloten, verwierp de overeenkomst en waarschuwde dat elke poging van de staat om hen te ontwapenen tot een burgeroorlog zou leiden. Hun verzet komt voort uit een lange geschiedenis van verdediging van Zuid-Libanon tegen Israëlische invasies sinds de jaren tachtig. Voor de bewoners van het zuiden is Hezbollah niet louter een militie, maar een symbool van veerkracht tegen een staat die hen decennialang in de steek liet, terwijl Israël hun dorpen bombardeerde. Het eisen van hun ontwapening terwijl Israëlische troepen ter plaatse blijven, wordt gezien als een poging om hen machteloos achter te laten tegenover de bezetter.

De door de VS bemiddelde kaderovereenkomst tussen Israël en Libanon is geen weg naar vrede, het is een blauwdruk voor voortdurende bezetting. Door de terugtrekking te koppelen aan een onrealistisch tijdschema voor ontwapening, de controle daarover in handen te leggen van de bezetter en symbolische “proefzones” aan te bieden die de realiteit van verwoesting negeren, zorgt de overeenkomst ervoor dat Israël zijn invloed op Libanees grondgebied behoudt.

Echte vrede vereist onvoorwaardelijke terugtrekking, verantwoording voor oorlogsmisdaden en het recht van ontheemde burgers om naar huis terug te keren – geen voorwaardelijke overgave vermomd als diplomatie. Zolang deze fundamentele principes niet zijn hersteld, zal de oorlog in Libanon niet eindigen, hij zal slechts van vorm veranderen.