Nieuws

Hoe de economie van Israël bloeit in het midden van genocide

Oorlogen leiden doorgaans tot een instorting van economieën, maar Israël vormt een paradox. Ondanks bijna twee jaar genocide in de Gazastrook en militaire agressie tegen Libanon en Iran is de economie van het land niet ingestort. Sterker nog: Tel Aviv heeft zijn status als een van ’s werelds duurste steden versterkt, met consumentenprijzen die tot de hoogste ter wereld behoren.

Hoewel recente gegevens wijzen op een daling van het bbp met 3,8% in het eerste kwartaal van 2026, voorspelt het IMF nog steeds dat Israël veel G7-landen zal overtreffen, al zijn de prognoses wel verlaagd door de hoge defensiekosten.

Terwijl de Iraanse munt krimpt en de Russische munt stagneert, is de Israëlische sjekel aanzienlijk in waarde gestegen ten opzichte van de dollar – een schril contrast met de valuta crashes die we in Oekraïne of Rusland onder vergelijkbare druk hebben gezien. Deze stabiliteit is niet vanzelfsprekend; ze wordt ondersteund door enorme kapitaalinstroom van buitenaf. De buitenlandse investeringen bedroegen in 2025 39 miljard dollar, grotendeels aangedreven door overnames in de technologiesector – zoals de aankoop van Wiz door Google voor 32 miljard dollar – en inkomsten uit gas dat wordt gewonnen uit gestolen, gekoloniseerd land en naar Egypte wordt geëxporteerd.

Cruciaal is dat de Verenigde Staten een groot deel van de directe kosten van de militaire operaties op zich hebben genomen door wapens en militaire infrastructuur te financieren. Hierdoor wordt de economische last in feite afgewenteld op buitenlandse donoren in plaats van op de Israëlische staat. 

Maar die rijkdom komt niet alleen van buitenaf. De economie draait mede op de totale bezetting die Israël uitoefent over Palestijnse grond. Israël beheerst alle grenzen, waterbronnen en luchtvaart, terwijl de vruchtbaarste delen van het land worden afgepakt voor nederzettingen. Daarnaast worden Palestijnse arbeiders ingezet als goedkope arbeidskracht in bouw, landbouw en productie, terwijl hun eigen economische ontwikkeling structureel wordt tegengehouden. Dit creëert een afnemersmarkt zonder concurrentie waar Israëlische bedrijven profiteren van hoge marges.

Dit schijnbare “succes“ maskeert een grimmige realiteit: terwijl investeerders vieren, blijft Israël genocide plegen tegen de Palestijnse bevolking. Achter deze BBP-cijfers schuilt een machinerie van oorlogsprofittering, gesubsidieerd door mondiaal kapitaal en gebouwd op koloniale plundering.

En wij? België handelt voor miljarden met Israël. Maar de betrokkenheid gaat verder dan handel: OIP, een dochteronderneming van het Israëlische wapenbedrijf Elbit Systems, opereert gewoon op ons grondgebied en produceert onder andere vuurgeleidingssystemen. Bovendien blijven onderdelen voor de oorlogsindustrie via onze havens en luchthavens naar Israël vervoerd, ondanks officiële embargo’s.

Boycots blijven essentieel om deze financiële levensader af te snijden.