“Het laatste hoofdstuk is geschreven.” Zo begon de familie van Sliman Mansour hun verklaring toen ze maandagavond laat zijn overlijden op 79-jarige leeftijd bekendmaakten. Hij laat meer achter dan alleen een oeuvre, hij laat een visuele geschiedenis van Palestina achter.
Mansour werd in 1947 geboren in Birzeit, ten noorden van Ramallah, in het jaar vóór de Nakba. Jarenlang vertaalde Sliman Mansour de ontheemding en bezetting van Palestina in beelden die de wereld zonder vertaling kon begrijpen. Als schilder, beeldhouwer, schrijver en cartoonist groeide Mansour uit tot één van de belangrijkste figuren in de moderne Palestijnse kunst. Zijn penseelstreken stonden synoniem voor soemoed, oftewel standvastigheid.
Mansour begon al op zeer jonge leeftijd met tekenen. In 1962, toen hij nog een tiener was, had hij al een kunstwedstrijd voor kinderen gewonnen die door de Verenigde Naties was georganiseerd – een vroeg teken van een talent dat onlosmakelijk verbonden zou raken met de geschiedenis die zich om hem heen ontvouwde. Opgegroeid in de schaduw van de Nakba werd schilderen al snel niet alleen een ambacht voor hem, maar ook een manier om een bedreigde herinnering te bewaren.
In de jaren zestig en zeventig werkte hij samen met andere kunstenaars aan de ontwikkeling van een unieke Palestijnse beeldtaal. Geconfronteerd met de pogingen van de bezetter om de geschiedenis te wissen, richtten zij hun aandacht op hun omgeving: het land, de dorpen, de kleding en de tradities. “Als kunstenaars zochten we naar beelden die onze identiteit weerspiegelden”, vertelt Mansour. Waar gedwongen uitwissing leegte trachtte te creëren, bood Mansour overvloed: olijfgaarden, geborduurde jurken, daken van dorpen en gezichten gekenmerkt door arbeid en veerkracht.
Als je door Mansours werken dwaalt, ontdek je een terugkerende beeldtaal. Elk element is bewust gekozen. De olijfboom verwijst naar het land en de diepe wortels die geen enkele bezetting volledig kan afsnijden. De Jaffa-sinaasappel symboliseert de in 1948 gekoloniseerde gebieden. De cactus markeert de locaties van verwoeste dorpen en de blijvende herinneringen die te midden van de ruïnes opbloeien. Tatreez, een vorm van Palestijns borduurwerk, eert een erfgoed dat van generatie op generatie wordt doorgegeven. Sleutels, keffiyehs en vrouwen in velden vervolledigen die beeldtaal.
Voor Mansour was de vrouw in zijn schilderijen niet alleen een symbool van het thuisland, maar ook van de revolutie zelf. Via hen drukt hij zijn gevoelens, zijn verlangen en zijn hoop voor de toekomst uit. Omdat zij Palestina vertegenwoordigen, zijn ze altijd mooi, sterk en trots.
Van al zijn werken is er geen enkel bekender dan Kameel van Ontberingen. Het schilderij, voor het eerst gemaakt in 1973 en later herwerkt in 1975 en 2005. Het toont een oudere Palestijnse man die gebukt gaat onder het gewicht van Jeruzalem op zijn rug, geïnspireerd door mannen die hij zag lopen door de straten van Jeruzalem met ladingen op hun rug. Het beeld belichaamt de strijd van een heel volk: het dragen van hun stad, hun land, hun geschiedenis en hun herinneringen, zelfs terwijl al het andere van hen wordt afgenomen.
Vanaf het einde van de jaren zeventig begonnen de koloniale autoriteiten te controleren wat Palestijnen mochten afbeelden. Werken werden in beslag genomen op tentoonstellingen, voorstellingen werden stopgezet en het gebruik van de kleuren van de Palestijnse vlag werd ronduit verboden. Kunstenaars kregen het bevel om iets anders te schilderen dan ‘politieke kunst’. Sommigen, waaronder Mansour, werden gearresteerd.
De kunstenaars waren verbaasd over hoe weinig er nodig was om censuur uit te lokken. Zelfs een boerin die in een veld aan het werk was terwijl ze een geborduurde Palestijnse jurk droeg, kon als ‘politiek’ worden beschouwd. Mansour reflecteerde later op de paradox dat zijn schilderijen, vrij van geweld en haat, toch door Israëlische autoriteiten als bedreigend werden ervaren vanwege hun schoonheid, trots en kracht. “Alles wat Palestijns is, is een gevoelig onderwerp voor Israëli’s, omdat zij hun verhaal hebben opgebouwd rond het ontkennen van ons bestaan”, zei hij. “Het is onze plicht als schilders en intellectuelen om uit te drukken dat wij hier zijn.”
In de jaren tachtig maakte hij ook illustraties van politieke gevangenen voor de Engelstalige krant Al Fajr, waarmee hij zijn engagement verder uitbreidde buiten het schildersdoek.
Tijdens de Eerste Intifada richtte Mansour samen met Vera Tamari, Tayseer Barakat en Nabil Anani het collectief New Visions op. De groep nam toen het besluit om Israëlische kunstbenodigdheden volledig te boycotten. Uit protest tegen de bezetting werkten ze met modder, stro, henna, koffie, thee, klei en gemengde materialen afkomstig uit de bodem van hun moederland.
Het materiaal zelf werd een daad van verzet. Door geïmporteerde verf te weigeren en de aarde onder hun voeten te omarmen, benadrukten de kunstenaars de fysieke verbondenheid van Palestijnen met hun land en legden ze een duidelijk politiek standpunt neer. Modder en klei, verzameld uit Palestijnse bodem, droegen een betekenis in zich die geen enkele tube commerciële verf kon evenaren.
Naast zijn eigen werk heeft Mansour ook de basis gelegd voor organisaties en instellingen binnen de Palestijnse kunstwereld. Hij richtte de Liga van Palestijnse Kunstenaars op en was daarvan van 1986 tot 1990 voorzitter. Gedurende zijn hele loopbaan begeleidde hij generaties jongere schilders en hielp hij een gemeenschap op te bouwen waarin artistieke praktijk en nationaal bewustzijn elkaar versterkten. Zijn invloed reikt veel verder dan de muren van welke galerie dan ook.
In een interview uit 2024 beschreef Mansour zijn kernmissie in duidelijke termen: de ‘re-humanisering’ van Palestijnen te midden van voortdurende pogingen om hen te ontmenselijken. “Als kunstenaars en mensen die zich bezighouden met cultuur is het onze rol om het Palestijnse volk te re-humaniseren,” zei hij. Hij plaatste het land in het middelpunt van alles en verklaarde: “Iedereen vecht voor het land, en het land is mijn belangrijkste bron van inspiratie.”
Voor de diaspora had hij één boodschap: “Vergeet Palestina niet, en herinner je hoe mooi het er is.” “Er zit geen boodschap van haat in mijn kunst. Het is schoonheid en liefde.”
Toch benadrukte hij dat standvastigheid niet hetzelfde is als herhaling. Met betrekking tot de Gazastrook zei hij dat wat daar gebeurt de wereld fundamenteel heeft veranderd en dat kunstenaars nu werk moeten maken dat die transformatie weerspiegelt. “Als kunstenaar heeft het geen zin meer om dezelfde kunst te maken terwijl de wereld om je heen zo drastisch verandert. Dit moment vraagt om iets nieuws.”
Hoewel zijn schilderijen in galerijen en musea over de hele wereld te zien waren, bleven zijn wortels in Birzeit en Jeruzalem. Mansour deed meer dan alleen de strijd vastleggen; hij bewaarde de waardigheid, de folklore, de traditionele kleding en de landschappen van een volk dat weigerde uitgewist te worden.
Palestina heeft een uitzonderlijke stem verloren. Zijn leven en werk vormen een onmisbaar deel van de Palestijnse cultuur en verzet. Rust in vrede. Zijn beelden zullen eeuwig met ons voortleven.
