De sociocide van de Palestijnse samenleving

Tijdens de zitting van het Russell Tribunal on Palestine in New-York (6-7 oktober 2012) hield de Noorse socioloog en polemoloog Johan Galtung een tussenkomst over “What is sociocide?”. Het staat naast begrippen zoals genocide (volkerenmoord) en ecocide (vernietiging van ecosystemen van een bepaald gebied van de aarde).

Het betreft de verwoesting van verschillende (sociale, culturele, politieke, economische, …) componenten van een samenleving. Soms wordt ook het woord politicide gebruikt.

In de brochure “Europa en Palestina” (2012) schrijft Robert Soeterik:

 

Voor de Palestijnen heeft de voortgaande kolonisatie tot een grote mate van verwoesting van hun samenleving geleid: natuurlijk hulpbronnen, productiemiddelen waaronder grond, leefruimte zijn hen wederrechterlijk afgenomen. Dit heeft hun economische, sociale en politieke ontplooiingsmogelijkheden ernstig ondermijnd.” (p. 41) en

Het zionistisch project in Palestina impliceert systematische kolonisatie, verdrijving van de autochtone Palestijnse bevolking en de verwoesting van de Palestijnse samenleving en dient om die redenen bestreden te worden” (P. 51).

 

Marianne Blume die 10 jaar lang aan de Universiteit Al Azhar in Gaza Franse letteren onderwees, schreef over de sociocide een opmerkelijke bijdrage getiteld  “Politique d’Israël à l’encontre des palestiniens: tentative de sociocide” in de nummers van november 2011 en januari 2012 van het tijdschrift “Palestine” (Association Belgo-Palestienne/Wallonie-Bruxelles). Ze beschrijft de verschillende aspecten van de Israëlische poging van sociocide op de Palestijnse samenleving. We hebben haar bijdrage samengevat en aangevuld.

 

 

1. Verwoesting van het grondgebied

 

Na de oorlog van 1948-1949 moeten de Palestijnen zich tevreden stellen met 22 procent van het historisch Palestina (= grondgebied onder Brits mandaat). In juni 1967 bezet Israël de rest van de strook van Gaza en de hele Westbank met inbegrip van Oost-Jeruzalem waarvan de aanvankelijke 6km² wordt uitgebreid met 64km². In 1967 start Israël meteen met het inplanten van joodse kolonies in deze bezette Palestijnse gebieden. Dit is in strijd met de VN-resolutie 466 en artikel 49 van de 4e Conventie van Genève: “De bezettende macht zal geen delen van zijn eigen bevolking deporteren of overbrengen naar gebieden die zij bezet”. En na het sluiten van het Oslo-akkoord in september 1993 wordt de Westbank in verschillende zones ingedeeld. Zone C (60 procent van de Westbank) wordt uitsluitend door Israël beheerd. Bovendien worden bepaalde zones (bv. de Jordaanvallei) als Israëlisch militair gebied beschouwd  of tot natuurreservaat omgevormd. Door middel van de bouw van de apartheidsmuur wordt nog eens een vijfde van de landbouwgronden van de Westbank ingepalmd. Het in beslag nemen van gronden is een continu gegeven: Marianne Blume verwijst in haar artikel naar de confiscatie in november 2011 van 1500 dunum (= 150 ha) grond door Israël ten voordele van de joodse kibboets Merav in het noorden van de Jordaanvallei (http://occupiedpalestine.wordpress.com/2011/11/19/israel-confiscates-1500-dunums-of-palestinian-land-north-of-jordan-valley/)

 

2. Etnische zuivering

 

In de periode 1948-1949 worden 750.000 tot 900 000 (al naargelang de bron) Palestijnen (of twee derde van de toenmalige bevolking) uit hun dorpen of steden verdreven. In juni 1967 komen daar meer dan 350.000 Palestijnse vluchtelingen bij: dit is een derde van de bevolking van de toen bezette gebieden). In 2008 waren nog eens 28.000 Palestijnen verplaatst door de bouw van de apartheidsmuur. Tussen 1967 en 2011 verloren 14.000 Palestijnen hun statuut van inwoner van Jeruzalem omdat ze te lang buiten de stad Jeruzalem verbleven. 

Ook de bedoeïenen worden niet gespaard. Zo bestaat er een plan om 27.000 bedoeïenen te verplaatsen zodat de joodse kolonie Maale Adumim zich kan uitbreiden.

 

3. Sociale vernietiging

 

De gewelddadige totstandkoming van de staat Israël schiep tot juni 1967 vier verschillende Palestijnse gemeenschappen: de Palestijnen binnen de grenzen van het Israël van 1949 (de groene lijn), de Palestijnen van de Gazastrook onder Egyptisch bewind, de Palestijnen van de Westbank onder Jordaans gezag en de Palestijnen die in 1948-49 uit Palestina werden verdreven. Tijdens de oorlog van juni 1967 kwam daar nog een pak vluchtelingen bij. Al deze vluchtelingen hebben nog geen recht op terugkeer bekomen. Thans is de Gazastrook hermetisch afgesloten en worden de Gazaanse studenten in de Westbank naar Gaza teruggestuurd. Ook de vrijgelaten Palestijnse gevangenen van de Westbank worden vaak naar Gaza of naar het buitenland verbannen. De Palestijnen die in het buitenland vertoeven, mogen de gebieden onder Palestijns bestuur slechts binnen met een toeristisch visum van beperkte duur. Ook een Palestijn die in het buitenland verblijft en met een persoon uit in juni 1967 bezette gebieden trouwt, kan slechts een toeristisch visum aanvragen. En als een Palestijn iemand van Israëlische nationaliteit huwt, ontvangt hij geen Israëlische identiteitskaart.  Het administratieve wapen om Palestijnen te verdrijven uit hun woongebied is bijzonder effectief,omdat het minder opvalt en wel doeltreffend is. 

Daarenboven zijn er nog de checkpoints en de apartheidsmuur die de sociale en familiale relaties bemoeilijken en de verdeeldheid van de Palestijnse samenleving in de hand werken.

 

4. Politieke vernietiging

 

In de periode 1948-1949 werden heel wat Palestijnse nationalistische en vakbondsmilitanten omgebracht op basis van gedetailleerde dossiers aangelegd door zionistische informanten (Ilan Pappé, De etnische zuivering, p. 39).

Na 1967 werden leiders van de PLO en andere Palestijnse verzetsorganisaties zonder enige vorm van proces vermoord. Deze “buitengerechtelijke executies”  (http://en.wikipedia.org/wiki/List_of_Israeli_assassinations) of “doelgerichte uitschakelingen” troffen mensen zoals: Abu Hassan (1979), Abu Jihad (1988), Zyahyia Ayash (1996), Ali Abu Mustapha (2001), Salah Shahadah (2002),  Ali Abu Shanab (2003), Sheik Ahmed Yassine (2004), Nizar Rayan (2009), Mahmoud Al-Mabhouh (2010), Abdul latif al-Shaqr (2011), Ahmed Jabaari (2012), ...

Op 1 juni jl. verbleven er volgens de Palestijnse mensenrechtenorganisatie Addameer 4979 Palestijnse politieke gevangenen (238 kinderen, 15 vrouwen en 156 personen in administratieve hechtenis) in Israëlische gevangenissen. Sinds 2000 hebben er al 8000 Palestijnse minderjarigen in Israëlische detentiecentra vastgezeten. (http://www.dewereldmorgen.be/blogs/palestina-solidariteit/2012/11/29/gevangenschap-kinderspel)  Israël gebruikt deze arrestaties, die vaak met mishandeling gepaard gaan, om de jonge generatie Palestijnen te kraken. Heel wat Palestijnse families kennen wel iemand die door het Israëlisch leger werd gearresteerd. Bijna elk protest tegen de apartheidsmuur gaat gepaard met traangasgranaten en arrestaties. Na de verkiezingsoverwinning van Hamas in 2006 werden heel wat verkozen door het Israëlisch leger aangehouden. Op 1 oktober 2012 zaten nog 8 verkozenen in administratieve hechtenis (onder andere Mohammad Al-Natsheh, Mahmoud Al-Ramahi, Basim Za'rir, Khaled Dweib en Hatem Qafisha).

 

5. Economische vernietiging

 

In 1996 heeft Nederland geholpen bij de inrichting van de zeehaven van Gaza, maar in 2001 werd de haven door Israël plat gebombardeerd. Ook de vlieghaven van Rafah werd in 2001 gebombardeerd. De sinds 2007 door Israël ingestelde blokkade van de Gazastrook is nog steeds niet opgeheven.

In de Westbank vestigen zich sinds juni 1967 steeds meer joodse kolonisten. Heel wat gronden werden in beslag genomen. 

Beperkingen op het Palestijns gebruik van land en water en op bebouwing in de vruchtbare Jordaanvallei houden de Palestijnen arm en leveren de Israëlische kolonies welvaart op. (http://www.oxfamsol.be/nl/Israelische-nederzettingenbeleid.html)

Verder ondervinden de Palestijnse economische en handelsactiviteiten heel wat hinder door de apartheidsmuur en door de veelvuldige controles aan de checkpoints. Bovendien wordt op Palestijnse arbeiders in Israël bijna geen beroep meer gedaan. De werkloosheid in de Westbank ligt dan ook heel hoog.

 

6. Culturele en historische vernietiging

 

In de periode 1948-1949 hebben de zionistische gewapende milities bibliotheken en archieven vernietigd. Ook moskeeën en historische monumenten werden toen beschadigd of gesloopt. Politieke en litteraire kranten werden gesloten. Zionisten beginnen ook de geografische namen te veranderen: Palestina wordt Israël. Plaatsnamen die nog tot de jaren 1950 in onze atlassen hun oorspronkelijke Arabische naam hadden, krijgen een Hebreeuwse naam: Haïfa wordt Hefa, Akka wordt Akko, Jaffa wordt Yafo, Bir al-Saba wordt Beershaba, al-Naqab wordt Negev, ...

Onmiddellijk na juni 1967 is er publicatieverbod ook voor de VN-resoluties over Palestina. In 1981 werden 3000 boeken verboden waaronder de boeken van de Palestijnse dichter Mahmoud Darwish. In Ramallah werd in april 2002 beslag gelegd op de archiefstukken van het ministerie van onderwijs en werd de bibliotheek van het Sakakini centrum gedeeltelijk opgeblazen. Ook in Nabloes werd toen een deel van het historisch centrum verwoest.

Israël plaatste de graftombe van Rachel in Bethlehem op de nationale erfgoedlijst, maar in 2010 besloot de UNESCO dat het graf een integraal onderdeel vormt van de Palestijnse bezette gebieden.

De joodse kolonistenorganisatie Elad wil Silwan, een Arabische wijk van Oost-Jeruzalem, met joden bevolken omdat er zich onder de Palestijnse huizen oude graven uit de tijd van koning David zouden bevinden. In Jeruzalem moet een Arabisch kerkhof uit de 12e eeuw wijken voor de bouw van het Israëlische museum voor de Verdraagzaamheid.

Lifta is een van de laatste van de in de periode van 1948-1949 ontvolkte Palestijnse dorpen waarvan de huizen en straten nog bestaan. Deze plaats wordt nu bedreigd door een Israëlisch vastgoedproject. Marianne Blume spreekt van de wil om het geheugen en het bestaan van de Palestijnen te vernietigen en volgens de joodse schrijfster Susan Nathan is de ontkenning van de Palestijnse geschiedenis[1] de belangrijkste oorzaak voor het ontstellende gebrek aan inlevingsvermogen dat de meerderheid van de joden, binnen en buiten de staat Israël, blijft tentoonspreiden (Robert Soeterik, De verwoesting van Palestina, p 176).

 

7. Psychologische vernietiging

 

Volgens Yehuda Shaul van Breaking the Silence[2] (ngo die getuigenissen van gewezen Israëlische militairen publiceert), schept de alomtegenwoordigheid van het Israëlisch leger bij de Palestijnen het gevoel dat ze achtervolgd en gecontroleerd worden. De bedoeling volgens hem is het inprenten van angst aan de Palestijnse bevolking. Het leger opereert op irrationele en onvoorzienbare wijze en verspreidt zo het gevoel van onveiligheid. Het gebruik van vernedering, bedreiging, geweld en willekeurige arrestaties wordt een routine en een methode om de Palestijnse bevolking in bedwang te houden. Dit geeft soms aanleiding tot pessimisme bij de jeugd. Desondanks gaat het Palestijns verzet voort onder andere in de vorm van het opslaan van tentenkampen op plaatsen die door de bouw van de muur of door andere Israëlische projecten bedreigd worden.

 

8. Voorlopige conclusie: poging tot sociocide van de Palestijnse samenleving

 

Marianne Blume komt tot het besluit dat het Israëlisch beleid tegenover de Palestijnen wel degelijk een poging van sociocide is. Het betreft het uitschakelen van een volk in zijn identiteit. Marianne Blume geeft de volgende definitie van het begrip sociocide/politicide:

“een daad gepleegd met het doel een nationale, etnische, raciale of religieuze groep geheel of gedeeltelijk te vernietigen, in het bijzonder door het doden van leden van de groep, het veroorzaken van ernstige lichamelijke of geestelijke schade aan leden van de groep en door het opzettelijk zorgen voor levensomstandigheden van de groep die berekend zijn om de vernietiging ervan teweeg te brengen” (Palestine, januari 2012, p.17)

 

Voor meer informatie:

·         Marianne Blume, Politique d'Israël à l'encontre des palestiniens: tentative de sociocide, in Palestine, bulletin de l’Association belgo-Palestinienne, oktober 2011, p. 8-9

·         Marianne Blume, Politique d'Israël à l'encontre des palestiniens: tentative de sociocide (suite), in Palestine, bulletin de l’Association belgo-Palestinienne, januari 2012, p. 16-17

·         Robert Soeterik (red.), De verwoesting van Palestina, Stichting Palestina Publikaties, Amsterdam, 2008, 480 p.

·         http://artistespourlapaix.org/?p=2118

·         http://thepeoplesrecord.com/post/33187410745/russell-tribunal-on-palestine-part-iii

·         http://www.youtube.com/watch?v=EqsIywymJGs John Galtung “What is Sociocide”: (duur:42 minuten)

·         http://othersite.org/johan-galtung-what-is-sociocide-russell-tribunal-on-palestine-new-york-video

·         http://www.youtube.com/watch?v=706UnWD0yvM entretien avec Marianne Blume (duur:29 minuten)

 



[1]              Vermelden we hier de organisatie ZOCHROT(Herinneringen)  een groep Israëli's die de joodse bevolking in Israël eraan wil herinneren dat rond 1948 veel Palestijnen zijn verdreven. Volgens Zochrot is de erkenning van dit onrecht een voorwaarde voor de verzoening. De leden van deze organisatie verzamelen getuigenissen van verdrevenen en vertalen deze in het Hebreeuws. Ze traceren ook de geschiedenis van de verdwenen Palestijnse dorpen. Zochrot heeft een documentatiecentrum en geeft lessen op scholen (http://zochrot.org/en )

[2]              http://www.breakingthesilence.org.il/ Israeli soldiers talk about the occupied territories

 

© Palestina Solidariteit vzw 2016