Editoriaal

Geen kernwapens, noch in België noch in Israël

De firma Saab mag van de Zweedse regering geen vliegtuigen aan België leveren als deze met kernraketten uit de vliegbasis Kleine Brogel uitgerust worden. Het Vlaams parlement wil de kernwapens uit België en uit de wereld. De journaliste Mia Doornaert schrijft in De Standaard (24,4,2015, p, 41) dat de resolutie van het Vlaams Parlement de Amerikaanse onderhandelingspositie met Iran zal verzwakken, maar ze rept met geen woord over het nucleaire wapenarsenaal van Israël.

Op 27 april jongstleden heeft in New York de toetsingsconferentie van het non-proliferatieverdrag (NPV) over kernwapens plaats gevonden. Iran heeft het NPV ondertekend. Resolutie 1887 van de VN-Veiligheidsraad van 24 september 2009 vraagt alle landen die het NPV-verdrag niet hebben ondertekend, om dit wel te doen. Israël weigert tot dit verdrag toe te treden omdat het anders tientallen kernkoppen zou moeten ontmantelen en al haar nucleaire installaties onder de controle van het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA) zou moeten plaatsten.

Israël erkent noch ontkent het bestaan van Israëlische kernwapens. Maar de Israëlische nucleair technicus Mordechai Vanunu werd meermaals gearresteerd omdat hij zegt dat Israël over 200 kernkoppen beschikt. Deze kernkoppen kunnen vervoerd worden door gevechtsvliegtuigen, door raketten op oorlogsboten, door korte of middellange afstandsraketten (Jericho I heeft een draagwijdte van 500 km en Jericho II een draagwijdte van 1500 km) en door duikboten.

Duitsland heeft aan Israël al vijf atoomduikboten geleverd van waaruit deze kernkoppen kunnen afgeschoten worden. De opeenvolgende Israëlische regeringen hebben nooit de mogelijkheid uitgesloten om de Iraanse kerninstallaties te vernietigen. In 1981 heeft de Israëlische luchtmacht de toen in bouw zijnde Iraakse kernreactor van Osirak vernield.

Maar hoe kon Israël een kernarsenaal opbouwen? Israël kon atoomwapens produceren met de medeplichtigheid van het Westen. In de jaren 50 start Israël met zijn atoomprogramma. Het zijn de Verenigde Staten die in 1955 Israël voorzien van een experimentele kernreactor van 4 Megawatt. In 1957 belooft Frankrijk de levering aan Israël van een nucleaire reactor van 150 Megawatt. Kort nadien vestigen zich Franse ingenieurs in Dimona in de Naqab- of Negebwoestijn voor de bouw van een kernreactor. Deze reactor produceert jaarlijks 40 kilo plutonium, voldoende voor het vervaardigen van ongeveer tien atoombommen. Ook Noorwegen laat zich niet onbetuigd en tekent in 1959 een contract voor de levering van zwaar water aan Israël. Ook met het apartheidsregime van Zuid-Afrika werd samengewerkt omdat Israël geïnteresseerd was in uranium en toen ter compensatie een aantal nucleaire deskundigen ter beschikking van het apartheidsregime stelde. In 1979 hebben Israël en Zuid-Afrika zelfs gezamenlijk een atoombom getest. In 1981 reisde de toenmalige Israëlische minister van Defensie Ariel Sharon naar Zuid-Afrika om de militaire banden met het apartheidsregime sterker aan te halen in het bijzonder voor de gezamenlijke productie van lange afstandsraketten en van een neutronenbom.

Israël beweert dat dit kernarsenaal een afschrikkingseffect heeft, maar in feite spoort dit arsenaal de naburige staten zoals Iran aan tot het ontwikkelen van een nucleair programma. Indien Israël zo bevreesd is voor zijn veiligheid, zou het beter met zijn buren over een kernwapenvrij Midden-Oosten onderhandelen en zijn nucleair wapenarsenaal totaal ontmantelen. In mei 2011 werd er op de Toetsingsconferentie over het nucleaire non-proliferatieverdrag een akkoord bereikt over de ontwapening en de creatie van een kernwapenvrije zone in het Midden-Oosten. Dit voorstel kwam van de Arabische landen en de vijf grootmachten (de Verenigde Staten, Rusland, Groot-Brittannië, Frankrijk en China) schaarden zich achter dit plan. Het document van deze Toetsingsconferentie voorzag een internationale conferentie in 2012 waarop alle landen van de regio samen een kernwapenvrije zone in het Midden-Oosten instellen. Dit veronderstelt de deelname van Israël en Iran. Het impliceert bovendien dat Israël tot het nucleaire non-proliferatieverdrag toetreedt, al haar nucleaire installaties onder de controle van het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA) plaatst en tientallen kernkoppen ontmantelt. Terwijl Iran het non-proliferatieverdrag heeft ondertekend en Westerse sancties ondergaat, kan Israël zich veroorloven zich aan elk toezicht van de inspecteurs van het Internationaal Atoomenergie Agentschap op zijn grondgebied te onttrekken.

Het redactieteam                                                              Brussel, 30 april 2015