Nep-pluralisme op Israëlische universiteiten

 

De kans is groot dat Palestijnse studenten op Israelische universiteiten het aantal studiebeurzen waarvoor ze in aanmerking komen in de komende maanden zullen zien toenemen. Bovendien zullen verscheidene websites van academische instellingen naar het Arabisch vertaald worden.

Deze veranderingen zijn het resultaat van een beslissing van de overheid om, in de loop van de komende zes jaar, zo’n 82 miljoen dollar vrij te maken voor de integratie van “minderheden” in universiteiten en hogescholen.  Op het eerste zicht wekt dit de indruk dat Israël, na decennia van discriminerende praktijken ten aanzien van Palestijnse studenten, een draai van 180° maakt in haar beleid.

Wanneer echter diepere vragen gesteld worden, wordt het duidelijk dat, wat ook de intenties zijn van diegenen die dit beleid uitgestippeld hebben, opkomen voor de rechten van Israëls Palestijnse burgers hier geen deel van uitmaakt.

Het nieuwe beleid is een onderdeel van een project om “pluralisme” op Israëlische universiteiten te stimuleren door een betere toegang voor minderheden te verzekeren.  De minderheden waarop de Israeli Council for Higher Education, het orgaan achter het project, mikt zijn “Arabieren, Druzen en Circassiërs”.

“Nood aan verbetering”

Dit project is een onderdeel van de “Israel 2028”-strategie, die geïnitieerd en gefinancieerd wordt door de US-Israel Commission for Science and Technology.  De strategie, goedgekeurd door de Israëlische overheid in mei 2008, moet Israël helpen om binnen een periode van twintig jaar één van de top 10 of 15 leidende landen in de wereld te worden in termen van economische prestaties en levenskwaliteit.

Toetreding tot de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO)(wat Israël in 2010 reeds bereikt heeft) en de verbetering van haar positie in de club van geïndustrialiseerde landen behoren tot de door Israël opgelijste doelstellingen.

De opstelling van de “pluralisme”-doelstelling moet in deze context gezien worden. Volgens de Council for Higher Education stonden de betreffende thema’s op de voorgrond gedurende Israëls recente toetredingsproces tot de OESO.  Hierbij werden terwerkstelling en onderwijs voor benadeelde Israëli’s (voornamelijk Arabieren en ultra-orthodoxe Joden) geïdentificeerd als twee prioriteiten die voor verbetering vatbaar zijn.

Geen zee van verandering

Dit impliceert dat, na meer dan 65 jaar van aanhoudende onderdrukking, Israël zich realiseert dat haar beleid ten aanzien van haar Palestijnse burgers een nadelig effect  heeft gehad op het imago van de staat in het buitenland.

Het is belangrijk om te benadrukken dat de visie van de Council for Higher Education niet fundamenteel veranderd is. Het is dezelfde autoriteit die in de laatste jaren de sluiting van het departement politiek van de Ben Gurion Universiteit in de Naqab/Negev heeft aanbevolen omwille van de zogenaamse linkse en anti-zionistische sympatieën van sommige leden van het personeel. Bovendien was de Council ook betrokken bij de toekenning van de status van universiteit aan Ariel College, gelegen in een illegale Israëlische nederzetting in de bezette Westelijke Jordaanoever.

Een door haar gemaakte video maakt duidelijk dat de Council of Higher Education weigert te erkennen dat de  Palestijnse burgers van Israël onder een systeem van apartheid leven. Onder de titel “Breaking through the glass ceiling”, suggereert de video dat moeilijkheden om Hebreeuws te leren en een gebrek aan bewustzijn in de Arabische wereld inzake concepten als “industrial design” de voornaamste belemmeringen zijn waarmee Palestijnen geconfronteerd worden.

De structurele redenen die Palestijnen benadelen komen niet aan bod in de video. Deze omvatten de beperkte investeringen in kleutertuinen en scholen voor Palestijnen in het hedendaagse Israël, de politisering van het onderwijssysteem en het opleggen van het Israëlische curriculum aan Palestijnse studenten, evenals verscheidene discriminerende wetten. De video zegt ook niets over hoe het Israëlische onderwijssysteem meer rechten geeft aan Israëlische kolonisten dan aan Palestijnse burgers van Israël.

Een geactualiseerde versie van de Absorption of Discharged Soldiers Law van 1994 (vier jaar geleden geamendeerd) geeft aan zij die wonen in “nationale prioritaire zones” - waartoe de Israëlische nederzettingen in de bezette Westelijke Jordaanoever behoren - het recht op een “compensatiepakket” in ruil voor het volbrengen van hun militaire dienst.  Dit “compensatiepakket” bestaat uit een jaar gratis voorbereidend academisch onderwijs en geprivilegieerde toegang tot studentenhuisvesting.

Niets wordt gezegd over het wijdverspreide racisme op Israëlische universiteiten of de discriminatie van Palestijnse afgestudeerden op de arbeidsmarkt.

Niets wordt gezegd over hoe Palestijnse bedoeïenen verplicht worden een lagere onderwijsstandaard te aanvaarden in vergelijking met Israëlische Joden.  Adalah, het Juridisch Centrum voor Rechten van Minderheden in Israël, documenteerde hoe sommige scholen in Bedoeïenendorpen in de Naqab/Negev niet aangesloten zijn op het electriciteitsnet. De daaruit voortvloeiende stroomonderbrekingen  leiden ertoe dat schooldagen regelmatig ingekort worden.

Het aandeel van kinderen uit deze dorpen dat in aanmerking komt voor een Baghrut - het certificaat na staatsexamens voor Israëlische scholen – is net 28%, in vergelijking met 66% voor hun Joodse tegenhangers.

Schuld afschuiven op de slachtoffers

De video probeert de schuld af te schuiven op de Palestijnse samenleving door te suggereren dat deze onderontwikkeld is en weinig waarde hecht aan hoger onderwijs waardoor haar slimme kinderen hun potentieel niet realiseren.

Voor vrouwelijke studenten worden Israëlische universiteiten gepresenteerd als toevluchtsoord voor de patriarchale natuur van de Palestijnse samenleving.

Het wekt geen verbazing op dat al deze orientalistische beweringen bekendgemaakt worden door Palestijnen zelf, alsof dit de beweringen terecht maakt. Degenen die opdagen in de video impliceren dat elk individu zijn of haar eigen oplossing kan vinden.

De moraal van het verhaal lijkt te zijn dat Palestijnse studenten indrukwekkende prestaties kunnen neerzetten door een combinatie van hard werken en het geloof in hun eigen mogelijkheden.

De tendens van de video waarbij met een beschuldigende vinger gewezen wordt naar de slachtoffers van kolonisatie en waarbij Israël voorgesteld wordt als een prins op een wit paard is een oude en vaak gebruikte zionistische propagandatechniek.

De nadruk ligt bijvoorbeeld op de door de staat georganiseerde “pinkwashing” campagnes, waarbij Israël voorgesteld wordt als de verdediger van rechten van holebi’s, om zo de aandacht af te leiden van de bezetting van de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever. Bovendien ontkent deze propagandavideo dat de onderliggende kwesties inherent politiek zijn door het verhaal te promoten dat de Palestijnen een arme bevolkingsgroep zijn waarvan de problemen opgelost kunnen worden door middel van speciale aandacht en “barmhartigheid”.

In feite probeert Israël het succes van Palestijnse studenten te gebruiken om haar economische positie op te krikken en om haarzelf voor te stellen als wat de voormalige Eerste Minister Ehud Barak “een villa in de jungle” noemt.

De boodschap van de video is zelfs in tegenspraak met één van de eigen rapporten van de Council for Higher Education. Een document opgesteld door haar Planning and Budget Committee citeert schattingen dat zo’n 2-3% van de staf van Israëlische universiteiten Palestijnen zijn, terwijl Palestijnen 20 procent van de bevolking van het hedendaagse Israël uitmaken.

Een “pluralisme”-project van 82 miljoen dollar zal de onderdrukking en discriminatie waarmee Palestijnen al meer dan zes en een half decennia geconfronteerd worden niet ongedaan maken.
Geen enkele hoeveelheid geld zal Israëlische universiteiten “pluralistisch” maken zolang ze het Zionisme blijven omarmen.

(Vertaling van: “Phony Pluralism in Israel’s universities”, door Yara Sa’di, Electronic Intifada,
http://electronicintifada.net/content/phony-pluralism-israels-universities/13246)