Palestijnse burgers slachtoffer van plannen voor opwaardering historische Palestijnse wijk in Haifa.

 

Met zo’n 1,6 miljoen zijn ze, de Palestijnse burgers van Israël. Daarmee vertegenwoordigen ze zo’n 20,7% van de totale bevolking. Zij bleven in hun thuisland na de stichting van de staat Israël in 1948 en werden zo onvrijwillig een minderheid. De definitie van Israël als “joodse staat” maakt ongelijkheid voor haar Palestijnse burgers een praktische, politieke en ideologische realiteit. Ondanks hun nominale burgerschap is directe en indirecte discriminatie van deze minderheid op basis van hun Palestijnse afkomst en religieuze overtuiging als niet-joden wijdverspreid.

Ongelijkheid tussen Arabische en joodse burgers is ingebed in het rechtstelsel en in overheidspraktijken en kenmerkt alle aspecten van het publieke leven.
Zo zijn Palestijnse burgers oververtegenwoordigd in de armoedestatistieken en worden ze gediscrimineerd op vlak van tewerkstelling, politieke participatie, onderwijs en gezondsheidszorg. De Israëlische staat bevoordeelt systematisch haar joodse burgers met als gevolg dat de reeds bestaande kloof tussen de Palestijnse minderheid en de joodse meerderheid eerder verbreedt dan vernauwt.

In bezet Oost-Jeruzalem en de Westelijke Jordaanoever moeten Palestijnen plaatsruimen voor de bouw en uitbreiding van joodse kolonies.  Ook de Palestijnse burgers van Israël zijn regelmatig het slachtoffer van verdrijving en huisafbraak. Recent rapporteerde Electronic Intifada over de situatie in de historische Palestijnse wijk al-Mahatta in Haifa. Daar dreigen de  resterende 30 families, in totaal zo’n 160 mensen, uit hun huizen gezet te worden. De sloop van hun wijk kadert in een reeds goedgekeurd nationaal plan om Israëls kustgebieden te ontwikkelen en zo meer inkomsten uit toerisme te halen.

Al-Mahatta

De historische Palestijnse buurt al-Mahatta is gelegen aan de rand van Haifa, Israëls derde grootste stad en aangeprezen door het Israëlische Ministerie van Toerisme als “buitengewoon symbool van coëxistentie en tolerantie”. Klinkt mooi, maar de realiteit is minder fraai. Net als in de rest van de staat zijn er grote tegenstellingen tussen de behandeling van joodse burgers en wijken enerzijds en Palestijnse burgers en wijken anderzijds. 

Tijdens de periode van het Britse mandaat over Palestina van 1920 tot 1948 leefden er meer dan 600 families in al-Mahatta. Sinds de vroege jaren 1990 leven er nog rond de 1500 mensen. Deze daling van het aantal inwoners is grotendeels het gevolg van de Nakba, de verdrijving van Palestijnen voor en na de oprichting van de staat Israël in 1948.

Voortzetting van de Nakba

Net zoals in andere steden en gebieden in Israël zet de verdrijving van de Palestijnse bewoners van al-Mahatta zich voort tot op de dag van vandaag. De aanpak om de bewoners te doen vertrekken (of beter gezegd weg te pesten) is subtiel maar effectief. Het stadsbestuur maakt de wijk zo goed als onleefbaar door de bewoners alle gemeentelijke basisvoorzieningen behalve water en elektriciteit te ontzeggen. Wie door de wijk wandelt zal er geen straatverlichting, school of kliniek op zijn weg tegenkomen. En dit terwijl de bewoners wel allen onderhevig zijn aan lokale en nationale belastingen. Bovendien davert er om de vijftien minuten een trein voorbij.  Huizen in joodse wijken naast spoorwegen zijn voorzien van akoestische muren om het oorverdovende geluid te dempen. In een Palestijnse wijk hebben de bewoners dit geluk niet.


Door middel van een beleid van systematische verwaarlozing slaagde het lokale stadsbestuur er reeds in om de meeste van de autochtone Palestijnse bewoners naar elders te doen vertrekken.
Telkens wanneer een familie het opgeeft en vertrekt, wordt hun huis afgebroken. Vele van al-Mahatta’s historische huizen zijn reeds afgebroken en ongeveer de helft van de overblijvende huizen is in handen van Amidar, een huisvestingsbedrijf dat in staatshanden is. De onderneming weigert persistent om de door de huurders gevraagde herstellingen aan de huizen uit te voeren. Zo streven ze ernaar de huizen onbewoonbaar te kunnen verklaren en de huurders uit het huis te kunnen zetten.

 

Tot nu toe is het nationale plan enkel uitgevoerd door middel van individuele ontruimingen en afbraken, maar nu hebben de resterende bewoners te horen gekregen dat ook de rest van hun wijk gesloopt moet worden. De bedoeling is het land te betrekken bij de uitbreiding van de haven en de wijk te vervangen door nachtclubs, restaurants, nieuwe wooneenheden en de uitbreiding van een bestaande spoorweg.


In joods-Israëlische buurten moedigt het stadsbestuur publieke participatie aan. joods-Israëlische inwoners krijgen er de mogelijkheid om via publieke forums en meetings voor de start van ontwikkelingsprojecten de plannen te bespreken. In Arabische buurten als al-Mahatta kondigt het stadsbestuur de plannen simpelweg aan zonder enig overleg met de buurtbewoners en zonder rekening te houden met hun noden en wensen. Haifa’s burgemeester, Yona Yahav, weigert samen te werken met het lokale buurtcomité om een alternatief plan te zoeken waardoor de bewoners in hun huizen kunnen blijven. De verschillende behandeling van joodse en Palestijnse buurten beperkt zich niet tot de stad Haifa maar is een beleid dat in heel de staat Israël gevoerd wordt.

 

Etnische gentrificatie
 

Wat hier gebeurt, is een duidelijk voorbeeld van etnische “gentrificatie” of opwaardering. Enkel de armere Palestijnse burgers worden uit hun wijken geduwd. Gelijkaarige gentrificatieprojecten vinden plaats in historische Palestijnse steden over heel Israël. In Jaffa, onderdeel van Tel Aviv, lijden de oorspronkelijke Palestijnse inwoners onder de aankoop en renovatie van eigendommen door Israëlische investeerders. Aangezien zij over het algemeen tot de lagere rangen van de socio-economische ladder behoren, ondervinden zij de gevolgen van de pijlsnel stijgende vastgoedprijzen. In Akka zijn er plannen om de historische moskee Khan al-Umdan te slopen om er een luxehotel in de plaats te bouwen.


De geplande sloop van al-Mahatta is een zoveelste voorbeeld van het Israëlische beleid dat erop gericht is de geschiedenis van het Palestijnse volk in Israël uit te wissen. De geïnstitutionaliseerde discriminatie van de Palestijnse minderheid is zo niet alleen een dagdagelijkse realiteit maar ook een politiek project.