Verslag conferentie Palestijnse kinderen in Israëlische gevangenissen

De ochtendbijeenkomst van de conferentie over Palestijnse kinderen in Israëlische gevangenissen werd voor mij ‘gemaakt’ door Peter Adriaenssens.  Die man heeft niet voor niets een reputatie die staat als een huis.  Enkele rake en down to earthanekdotes hielden zijn toehoorders bij de les, zoals over de rijkswachter die ons zenuwachtig maakt, door naar onze autopapieren te vragen alleen al.  Zeer herkenbaar.  Maar vooral beklijvend vond ik zijn haarfijne analyse van wat ongecontroleerd geweld doet met een mens, laat staan met een kind.  Dat het daarna nooit meer goed komt, is meer dan begrijpelijk.  Dat het bovendien de relatie met de mensen het dichtst bij ons, ouders in de eerste plaats, uit evenwicht haalt, meer dan angstwekkend.  

Het getuigenis van de twee 16-jarige jongens zadelde alvast mij persoonlijk op met nog een pak onbeantwoorde vragen, maar je moet je bij zo een vragenronde natuurlijk beperken.  Ik had bv. graag meer vernomen over hoe zij zelf die nachtmerrie hebben overleefd — het woord ‘verteerd’ durf ik hier niet in de mond nemen.  Idem voor hun directe omgeving.  Maar je wil het voor een volle zaal natuurlijk ook weer niet té persoonlijk maken.

De bijdrage van jeugdadvocaat Jan Fiers was op zich niet onaardig, maar te langdradig en, in het licht van de thematiek van de dag, te ver van ons bed.  Dit is natuurlijk maar een bedenking achteraf, maar ik vind het zonde dat die tijd niet bij het namiddagdebat kon worden gevoegd.  Dat had best dubbel zo lang mogen duren.

De beide sprekers alleen al, elkaars tegenpool op velerlei vlakken.  De politicus, nog actief en (bijgevolg?) voorzichtig als een Vlaming.  Al bij het rondje rond de pot draaien tijdens zijn inleiding heb ik echt op mijn tanden moeten bijten om niet recht te springen en te vragen of hij dan in godsnaam gewoon wou toegeven dat hij beefde om te worden versleten voor anti-semiet en waarschijnlijk nachtmerries overhoudt aan Michael Freilich, wiens schaduw veel langer is dan zijn propagandistisch gewicht toelaat.  Zij hing voor mij trouwens over het hele gesprek.  Het is geen schande daar gevoelig voor te zijn — denk aan de opmerking ‘we zijn allen lafaards’ van de allochtone SPA-politicus, Ahidar Fouad,— maar er moet daartegen wel weerwerk worden geboden.  Daarover straks meer.

Aan de andere kant de diplomaat op rust, die daardoor alleen al vrijer spreekt en dat dan ook deed met een Hollandse vrijmoedigheid, waarvan de uitschieters omgekeerd evenredig waren met de lijzige toon waarop ze werden gelost.  Die man deed mij denken aan de Nederlandse oud-premier Dries van Agt, typisch iemand die, eenmaal van alle beroepsmatige ketenen bevrijd, nu eens echt zijn gedacht zegt.  Waarbij je je afvraagt, in de beide gevallen trouwens, of dit hun ware inzichten zijn, die deze mensen hun hele loopbaan lang angstvallig voor zich hebben moeten houden, dan wel of ze gegroeid zijn als gevolg van hun ervaringen en pas later door reflexie tot stand gekomen.  Het lijkt me in elk geval belangrijk dit soort mensen zoveel mogelijk een podium te bezorgen.

Van oud-ambassadeur Wijenberg is mij het meeste bijgebleven.  Zo o.m. zijn haarscherpe ontleding van de Israëlische tactiek om de publieke opinie te bespelen: beetje voor beetje opschuiven, tot de tegenpartij het op de heupen krijgt en het eerste schot lost.  En dan baf, de volle laag erop, ‘want de anderen zijn begonnen’.  Voor mij loopt dit gelijk met hun algemene aanpak wereldwijd: elke bemerking tav. Israël gelijkstellen met anti-semitisme en de verdedigingslijnen zover vooruit schuiven dat kritiek (de aanval dus van de tegenpartij) bij voorbaat, indien niet ontzenuwd, dan toch verdacht wordt (gemaakt).  En het werkt.  Nog altijd, zie Piet De Bruyn en Ahidar Fouad.

Voor mij nieuw, ontnuchterend en ontluisterend tegelijk, was de concrete info die de heer Wijenberg meegaf over de aanleiding tot het recente Gaza-conflict.  Als ik het goed gevolgd heb, was de met een drone gelikwideerde Hamas-leider om twee redenen belangrijk: de bewaking van de destijds gevangen en nadien vrijgelaten Israëlische soldaat Gilad Shalit én het feit dat hij zich blijkbaar dicht bij een tijdelijke of deeloplossing had onderhandeld inzake Gaza.  Voor het eerste kan ik mij levendig voorstellen dat, overeenkomstig de bijbelse regel ‘oog om oog, tant om tand’, de Israëli’s nog een rekening te vereffenen hadden met de man, ook al was hun jonge soldaat inmiddels met veel fanfare en weer een aantal wederzijdse afspraken, vrijgelaten.  Het tweede was allicht nog belangrijker om de man (in de pers gewoon omschreven als een of de militaire topman van Hamas) dan maar uit te schakelen.  Het doet denken aan de Palestijn, wiens naam mij nu even niet te binnen schiet, maar die in de jaren 1980 te Brussel — ik meen mij te herinneren: Schaarbeek — in volle straat en bij daglicht werd neergeschoten.  Zijn misdaad bestond erin dat hij aardig op weg was sympathie (en meer dan dat) te winnen voor de Palestijnse zaak.  En de aanslag werd, naar ik meen, nooit opgehelderd.  Het zijn natuurlijk allemaal bedenkingen die veel te ingewikkeld zijn om het publiek mee te vermoeien in de media: die blijven enkel bij de zaak als er geschoten wordt en keren daarna de puinhoop de rug toe.

In het licht van dit alles krijgt de voorbije Gaza-crisis dan wel een heel eigen en lugubere betekenis.  Mij is bijzonder bijgebleven hoe, helemaal in het begin van vorige week, ‘defensie’minister — what’s in a name? moet dit niet de minister van Oorlog zijn? — Ehud Barak de Amerikanen publiekelijk bedankte voor hun inzet bij het ontwikkelen en (heel recentelijk) leveren van nieuwe Patriot-raketten, die naar verluid zowat de helft van de Hamas-projectielen uit de lucht moeten hebben geschoten, voordat deze hun doel bereikten.  Dan gaat bij mij een lichtje branden.  Als de moord op de Hamas-man met zekerheid de trigger betekende voor een bredere Palestijnse reactie, was dit dan niet de gedroomde aanleiding om vervolgens de doeltreffendheid van het nieuw aangekomen wapentuig uit te testen?  In ‘ware omstandigheden’ dus. Te ver gezocht?  Ik denk het niet.  Het recht van de sterkste.  Anders gezegd: de wet van de jungle.  Welke staatsman vroeg daar ook weer over hoeveel legioenen de Paus beschikte?

Voorts waren er de one liners die blijven hangen, ook en vooral omdat ze ditmaal wel eenvoudig de toestand weten te vatten.  Zoals: er is geen Palestijns probleem, wel een Israëlisch.  Dat Israël helemaal geen democratie is want zijn eigen (Palestijnse) inwoners discrimineert en hoe langer hoe meer wordt gemilitariseerd, dat het geen vrede wil en alleen erop uit is de boel verder te laten verzieken, dat het in de bezette gebieden (die het consistent en hardnekkig the territories blijft noemen) een regime van de angst heeft geïnstalleerd met als enig doel de resterende Palestijnen er weg te krijgen, dat de Joodse kolonisten (grotendeels Amerikanen en uitgestuurd met de zegen van de autoriteiten zelf) de grootste sta-in-de-weg vormen voor een zinnige regeling die ook de Palestijnen recht doet, dat het land stilaan wordt geregeerd bij gratie van een harde kern fanatiek gelovige extremisten die op de duur de seculiere Joden op de vlucht jagen... het zal, in dit auditorium althans, niemand hebben verbaasd.

Vragen heb ik — samen met alvast duidelijk de andere spreker — bij het optimisme dat de heer Wijenberg uitstraalt inzake een doorbraak: op 29 november (deze week dus) wordt het verzoek van de Palestijnen tot erkenning van een eigen staat behandeld op de Algemene Vergadering van de VN, waar geen vetorecht bestaat.  Tot zover niks aan de hand, maar wordt het daarom ook goedgekeurd?  Israël vindt bij elke nieuwe fase in het gewapend conflict steeds minder steun bij de publieke (wereld)opinie.  Dat zal wel, maar of men zich daar in Tel Aviv, Washington en de wereldwijde Joodse lobby iets van aantrekt, is maar de vraag.  Ze kunnen op lange termijn geen kant uit, het geweld wreekt zich in eigen rangen en-ga-zo-maar-door.  Allemaal correct, maar ik vraag me in gemoede af onze Nederlandse spreker daar zichzelf en zijn publiek probeert op te peppen of dat hij in gemoede in zijn gewaagde theorieën gelooft.

Nu, dat gezegd zijnde, is er natuurlijk geen enkele reden om bij de pakken te blijven zitten.  De problemen zijn er.  En ze zullen nog lange tijd dezelfde blijven.  Met vooraan het ruimer doen weerklinken van het Palestijnse standpunt in de media.  Wanneer de moderator zelf moet toegeven dat zijn herdenkingsreportage over de Israëlische massamoord in Sabra en Shatila door zijn werkgever vertikaal wordt geklasseerd — regelrechte censuur dus — dan is er nog een lange weg te gaan.  Ook bij ons.  En ook zonder Freilich.  Er was na afloop van de conferentie nog een kleine betoging voorzien op het Flageyplein ivm. Gaza.  Er was er blijkbaar nog een andere, minstens even klein, in de Europese wijk.  De weerslag daarvan in het avondlijke tv-nieuws was niet moeilijk te voorspellen: 1-0 voor de Europeanen.  Overigens, was er zaterdag een persman of –vrouw in de zaal?  Ik had niet die indruk.  Terwijl door alle sprekers nochtans zeer behartenswaardige zaken werden verteld.

Er is daarom alle reden om met deze mensen contact te houden.  Ja, ook Piet De Bruyn.  Strekkingen en spanningen, zeker aangaande het Midden-Oosten, zijn er immers in alle partijen.  Een voordeel is dan weer dat inzake bepaalde issues politici vaak beter met andere collega’s overeenkomen over de partijgrenzen heen.  Dan staan ze ook sterker.  Bovendien is de Inter-Parlementarie Unie belangrijk en het is niet omdat de Amerikanen de wet dicteren dat we ons daar moeten bij neerleggen.  Als we in die organismen over aanspreekpunten beschikken, lijkt het anderzijds belangrijk dat de mensen daar voldoende input krijgen van organisaties als de onze.  Ze weten duidelijk waar we (voor) staan, maar dat is in dit geval geen nadeel, integendeel.  En van die Nederlandse oud-ambassadeur kunnen we blijkbaar nog veel leren.  Zoals de suggestie om, op basis van het diplomatiek beginsel van de reciprociteit, de vluchten uit Tel Aviv op onze luchthavens dezelfde behandeling te bezorgen als bij ‘Ben Goerion’.  Israël als zonnige vakantiebestemming: ik heb er destijds mijn lidmaatschap van het Davidsfonds voor opgezegd, omdat hun reisbrochure het er steeds weer over had.  De begeleidende professor ging mij daarover contacteren, nooit nog van gehoord.  En, hopelijk bestaan van al deze uiteenzettingen teksten.  Ze verdienen het ruim te worden verspreid.

Blijft tot slot het pijnpunt van de media.  Een oud zeer en dat zal nog lang zo blijven, valt te vrezen.  Zeker zolang zij zich achter het nep-argument weten te verschuilen ‘dat het veel te moeilijk is en te gevoelig lig’.  Dat geldt blijkbaar niet voor de man van Joods Actueel, die te pas en ten onpas wordt opgevoerd om zijn nummertje op te voeren.  Vermits de meeste persorganen naar de voor de hand liggende truc grijpen om in moeilijke gevallen bij botsende meningen — vakbonden en werkgevers bv. — beide partijen naast mekaar aan het woord te laten, moeten we blijven aandringen opdat dit ook hier zou gebeuren.  Maar jullie hebben gelijk: zelfs al komen onze reacties niet in de krant of op radio en tv, ze zullen tenminste de eerlijk menende (en natuurlijk zelf onder druk staande, cf. supra) redacteur aan het denken zetten.  Althans, dat mogen we hopen.  Daarnaast zijn shows en politieke praatprogramma’s voortdurend op zoek naar uit de band springende figuren, die ze voor hun avondlijk publiek kunnen laten opdraven.  De twee opgeschoten knapen met Israëlische gevangeniservaring zouden daar perfect voor in aanmerking komen.  Maar ook daarover maken we ons best geen illusies.  Het zal al mooi zijn — en eigenlijk zeker zo nuttig — als ze in ons parlement hun getuigenis kunnen afleggen.

© Palestina Solidariteit vzw 2016