Visie en missie

Visie:

De Israëlisch-Palestijnse kwestie is een belangrijk symbooldossier waaruit relevante lessen kunnen getrokken worden in de strijd voor mensenrechten, kinderrechten, democratische principes en het internationaal recht. Het is het prototype van een verhaal dat het belang van de kwestie zelf overstijgt. 

De ongelijke machtsverhoudingen in de huidige wereldorde werken een duurzame ontwikkeling tegen. De Israëlisch-Palestijns kwestie is daarvan één van de meest uitgesproken voorbeelden. 

Zolang de internationale gemeenschap geen rekening houdt met deze ongelijke machtsverhoudingen (en erkent dat internationale druk op Israël dus nodig is), kan een duurzame en rechtvaardige vrede onmogelijk bereikt worden.

Politieke eisen:

Een rechtvaardige oplossing voor de kwestie moet gebaseerd zijn op de naleving van het internationaal recht, zodat de Palestijnen alle rechten genieten in een soevereine democratische rechtsstaat in Palestina.

De tientallen jaren gewapend conflict hebben bewezen dat de oplossing niet militair beklonken kan worden. Het is in de eerste plaats in het belang van beide partijen dat het internationaal recht als basis van de oplossing aanvaard wordt, meer bepaald de uitvoering van de VN-resoluties, de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en de Conventies van Genève.

Daarom moet de staat Israël:

  • zich volledig terugtrekken uit de in 1967 bezette gebieden met inbegrip van Oost-Jeruzalem (VN-Veiligheidsraad resolutie 242 en 338);

  • de eenzijdige en onwettige annexatie van Oost-Jeruzalem en uitbreiding van Jeruzalem ongedaan maken (VN resolutie 478) en de rechten van de Palestijnen op Oost-Jeruzalem erkennen;

  • de koloniale expansie onmiddellijk staken en de kolonies in de bezette gebieden en Oost-Jeruzalem ontruimen (VN resoluties 446 en 452);

  • de staatsterreur tegen het Palestijnse volk en zijn leiders stopzetten en alle politieke gevangenen vrijlaten;

  • de bouw van de apartheidsmuur in de Palestijnse bezette gebieden staken, de reeds gebouwde delen afbreken en de getroffen Palestijnse burgers compensatie betalen voor de schade (advies van het Internationaal Gerechtshof en VN-resolutie A/ES-10/L.18);

  • het individuele en onvervreemdbare recht van alle Palestijnse vluchtelingen om naar hun oorspronkelijke woongebied terug te keren en gecompenseerd te worden voor de geleden schade (VN resolutie 194) erkennen en uitvoeren;

  • een einde maken aan de discriminatiepolitiek tegenover Palestijnen en alle andere minderheidsgroepen binnen de bestandslijn van 1949. Dit betekent dat Israël een moderne democratische rechtsstaat van al zijn inwoners moet worden.

  • zijn verplichtingen als bezettende macht volgens de Vierde Conventie van Genève nakomen

  • akkoord over Verplaatsing en Toegang (AMA Agreement for movement and access) m.b.t. Gaza uitvoeren zoals overeengekomen tussen Israël en de Palestijnse Authoriteit op 15 november 2005.

Nooit mag uit het oog verloren worden dat het hier om een situatie van bezetting gaat. Volgens het internationaal recht heeft elk volk het recht op verzet tegen de bezetter. (VN-Resolutie van de Algemene Vergadering 3246 (29-11-1974)).

De Palestijnse leiders

  • moeten inbreuken op het internationaal humanitair recht, zoals het bewust viseren en doden van burgers, aanklagen en veroordelen.

  • moeten streven naar een transparante en democratische vertegenwoordiging van het hele Palestijnse volk.

De internationale gemeenschap en in het bijzonder de EU en België hebben de plicht de uitvoering van het internationaal recht van Israël af te dwingen:

  • Europa moet zijn historische verantwoordelijkheid in het ontstaan van de problemen in Palestina erkennen en de nodige stappen ondernemen om de legitieme rechten van het Palestijnse volk te doen gelden.

  • De Europese Unie moet in al zijn samenwerkingsverbanden met Israël het naleven van de mensenrechten als voorwaarde stellen bv. het EU-Israël Associatieakkoord dient te worden opgeschort zolang Israël de mensenrechten schendt.

  • De internationale gemeenschap moet ophouden een politiek van twee maten en twee gewichten te hanteren.

  • Israël moet ertoe gedwongen worden zijn massavernietigingswapens te ontmantelen en controle toe te laten van het Internationale Atoomenergie Agentschap op zijn nucleaire programma (res. 487 van de VN-Veiligheidsraad).

Palestina Solidariteit vzw is ervan overtuigd dat de uitvoering van dit eisenplatform het pad effent naar een duurzame en rechtvaardige oplossing van de Israëlisch-Palestijnse kwestie.

Palestina Solidariteit vzw klaagt elke vorm van discriminatie, antisemitisme, racisme en xenofobie aan en willen vooroordelen tegen bepaalde bevolkingsgroepen ontkrachten.

 

Bijlage

 

De oorsprong van de Israëlisch-Palestijnse kwestie

Ten gevolge van de jodenpogroms in Oost- en Centraal Europa ontstond op het einde van de negentiende eeuw het zionisme, een joods-nationalistische ideologie die pleitte voor de oprichting van een joodse staat door middel van bevolkingskolonisatie als oplossing voor de vervolgingen en discriminaties van de joden. Hoewel de zionistische leiders van het eerste uur seculiere joden waren, werd uit strategische en mobiliserende overwegingen voor ‘het beloofde land Palestina’ geopteerd.

Het zionistische project bestaat erin om een zo joods mogelijke staat te maken met een sterke band met het westen, op een zo groot mogelijk territorium, in een land waarin de joden een kleine minderheid waren (minder dan 5 % ). Dit moest onvermijdelijk leiden tot een conflict met de oorspronkelijke Palestijnse bevolking.

De zionistische ideologie paste perfect in de geest van het Europese kolonialisme van de negentiende eeuw, waarbij de belangen van de kolonisten primeerden op de rechten van de autochtone bevolking. Het zionisme vond aanvankelijk maar bij een minderheid van de Europese joden weerklank. De jodenvervolgingen door de nazi’s zorgden hier voor een ommekeer.

Eind jaren ’30 escaleerde de kwestie om vanaf 1947 over te gaan in een openlijke burgeroorlog, die op zijn beurt uitmondde in de Israëlisch-Arabische oorlog van 1948. Beseffende dat een exclusief joodse staat onmogelijk was in een gebied met een niet-joodse meerderheid, gebruikten de zionistische leiders de oorlog van 1948-1949 voor een grootschalige etnische zuivering op de Palestijnse bevolking. Deze etnische zuivering, (waarbij 750.000 tot 900.000 Palestijnen van hun gronden en goed werden verdreven en leidde tot de verwoesting van 418 Palestijnse dorpen en ontvolking van 11 steden) staat tot vandaag bij de Palestijnse bevolking bekend als Al-Nakba of ‘de catastrofe’. Om de nieuwe joodse meerderheid in stand te houden (gecreëerd door de etnische zuivering), werd in 1950-1952 de Israëlische Wet op de Terugkeer goedgekeurd. Deze wet verleent niet alleen aan alle joden ter wereld het recht om zich in de staat Israël te vestigen en het staatsburgerschap te verwerven maar verhindert ook dat de Palestijnse vluchtelingen naar hun eigendommen kunnen terugkeren. Het recht op terugkeer (VN-resolutie 194) is erkend door de Algemene Vergadering van de VN (waar het nog elk jaar opnieuw bevestigd wordt) en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Na afloop van de oorlog in 1948-1949 legde Israël beslag op 78 % van het vroegere mandaatgebied zonder zijn grenzen grondwettelijk vast te leggen zodat het zijn expansiepolitiek kon voortzetten. Onmiddellijk na de oorlog van 1967 werden de eerste nederzettingen in de Bezette Gebieden gebouwd met de bedoeling om zoveel mogelijk land en water bij Israël in te lijven.

Tot op vandaag is het zionisme de drijfveer van de Israëlische politiek, dat zich niet alleen vertaalt in de voortdurende inbeslagname en vernieling van Palestijnse eigendommen, maar ook in een racistisch beleid van verregaande discriminatie tegenover niet-joodse, vooral Palestijnse burgers van de staat Israël. Het zionisme impliceert de schending van de fundamentele mensenrechten van de Palestijnen en belemmert een rechtvaardige en duurzame oplossing voor de Israëlisch-Palestijnse kwestie.

De uitvoering van het zionistische project zou niet mogelijk geweest zijn zonder de steun van het Westen. Groot-Brittannië dat het mandaatgebied Palestina na de Eerste Wereldoorlog beheerde, beloofde de joden een thuisland, een idee dat na de holocaust in heel Europa en de Verenigde Staten weerklank vond.

De sterke aanwezigheid van zionistische lobbygroepen zorgde er bovendien voor dat een vertekend beeld van de situatie wereldwijd en ook bij de joodse bevolking van de staat Israël zelf ingeburgerd raakte en tot op vandaag in stand wordt gehouden. Ze maakten hierbij handig gebruik van de bestaande joodse religieuze mythes over het “historische recht van de joden op Palestina: een land zonder volk voor een volk zonder land”. De huidige politieke machtsverhoudingen zorgen er bovendien voor dat de internationale gemeenschap niet alleen passief toekijkt hoe de staat Israël het internationaal recht voortdurend schendt, maar het zelfs politiek, economisch en militair steunt. 

Ontwikkeling van de Palestijnen

De westerse steun aan de Israëlische politiek heeft dramatische gevolgen voor de ontwikkeling van het Palestijnse volk. Vóór het ontstaan van de staat Israël beschikte de Palestijnse bevolking over een eigen industrie en economie met onder andere handel met Zuid-Europese havens als Marseille.

Sinds de bezetting van 1967 met de meer dan 2.300 militaire orders die Israël uitvaardigde, werd de Palestijnse economie volledig gewurgd. Door de illegale nederzettingspolitiek gingen uitgestrekte landbouwgronden, waterbronnen en putten verloren. Olijfgaarden en citrusplantages werden massaal vernietigd of in beslag genomen, en duizenden woningen verwoest. De talrijke checkpoints, een ‘neveneffect’ van de Oslo-‘vredes’-akkoorden, en nu ook de apartheidsmuur verlammen vrije doorgang/vrij verkeer van personen en goederen. Vóór de bezetting exporteerden de Palestijnen groenten en fruit naar de omringende Arabische landen; heden moet 70 % van de bevolking overleven met 2 dollar per dag.

Internationale noodhulp is in de huidige situatie noodzakelijk, maar kan op zich de Palestijnse economie niet redden. Een soevereine Palestijnse staat genereert economische leefbaarheid. Daarvoor is een einde aan de bezettingspolitiek van de staat Israël, een absolute voorwaarde. 

 

_________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

 

Missie

Palestina Solidariteit vzw is een onafhankelijke vrijwilligersbeweging die op basis van het internationaal recht, respect voor de mensenrechten en de democratische principes opkomt voor een rechtvaardige en duurzame oplossing voor de Israëlisch-Palestijnse kwestie

Via verschillende wegen wil Palestina Solidariteit vzw hieraan werken: 

  • het informeren, sensibiliseren en mobiliseren van het brede publiek

  • het beïnvloeden van en druk uitoefenen op beleidsmakers

  • ondersteuning van regionale initiatieven en groepen die rond de Israëlisch-Palestijnse kwestie werken

  • stimuleren van meer evenwicht en context in de mediaberichtgeving 

  • netwerkverbreding met progressieve krachten 

  • ondersteuning van projecten in Palestina

 

Actievoeren voor Palestina binnen een beweging verhoogt de participatiegraad in onze eigen samenleving. Palestina Solidariteit vzw bouwt hierdoor mee aan een wereldwijde beweging voor een andere mondialisering waarbij democratie, respect voor mensenrechten en solidariteit de sleutel vormen voor duurzame ontwikkeling.