Israëls “Donkere Periode” is nu al bij ons, Mijnheer de President

[Haaretz/misc/writers/WRITER-1.4969442 Buch Ilana Hammerman, 21.02. 2020) 

 

Israëlische soldaten houden een Palestijnse cameraman aan tijdens schermutselingen met Palestijnen in het dorp Tuqu (Westelijke Jordaanoever) op 25 januari 2019 (Mussa Issa Qawasma / Reuters)

 

Open uw ogen en zie ze, mijnheer de president - u, Reuven Rivlin, die zei dat de publicatie van de lijst van bedrijven met banden met nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever "deed denken aan donkere periodes in onze geschiedenis." Die donkere periodes zijn er, hier en nu. Ze zijn hier in Jeruzalem, uw stad en de mijne. Ga naar het Shoafat vluchtelingenkamp en zie het overvolle getto dat is ontstaan ​​achter het hek, dat de Arabische inwoners van Jeruzalem opsluit. Ga naar Silwan en Sheikh Jarrah en zie hoe Arabische families uit hun buurten van Jeruzalem worden verdreven, waarbij hun huizen Joods eigendom worden. Doe mee met de Mars van de Vlag die elk jaar in de Oude Stad plaats vindt en zie de massa's Joden door de smalle steegjes paraderen, waar alle winkels gesloten zijn uit angst. Is dit niet wat er met de Joden gebeurde in de "donkere periode"? 

Ga verder naar de Jordaanvallei en zie hoe bedoeïenenherders worden verdreven door joodse kolonisten, hoe joodse voertuigen met verhoogde snelheid op de kuddes van de bedoeïenen inrijden en soldaten van het joodse leger hun tenten en armoedige hutten midden in de nacht verwoesten. De soldaten laten mannen, vrouwen, kinderen en baby's achter, blootgesteld aan de bittere kou van de winternachten en de brandende hitte van de zomerdagen. Als u dit met eigen ogen ziet, zo'n fatsoenlijke man als u, zou uw Joodse ziel vol medelijden, die de herinneringen aan het verleden zo koestert, zeker ineenkrimpen. Had ik maar het talent van woordkunstenaar Yossi Zabari, dan zou ik in zijn ritmisch Hebreeuws over deze donkere periode verklaren: “Nieuw in de diepvries kun je hoogwaardig kanonnenvoer vinden, dat met tedere zorg werd gekweekt op zionisme en op de heiligheid van het land, zonder kunstmatige additieven of liefde voor de vreemdeling, respect voor de ander en voor de heiligheid van het leven.” En ik zou vragen en antwoorden zoals hij doet; vergelijken en niet vergelijken, dat is niet de vraag, maar de plicht. Ja, dit is na 80 jaar de belangrijkste les voor ons joden in Israël. Te vergelijken. Niet de concentratie- en uitroeiingskampen, maar wat daaraan voorafging en gebeurde vlak voor de ogen van Duitsers. Als die er niet bij hadden staan kijken en hadden meegedaan, dan zouden die dingen niet gebeurd zijn. De joden zouden niet zijn verbannen, onzichtbaar gemaakt en in de steek gelaten en de kampen zouden er niet zijn geweest.

 

 

Een toespraak van President Reuven Rivlin in Jeruzalem, 21 november 2019.

Emil Salman

 

Hooggeleerde Duitse juristen

 

Lang voor de joden zaten in Duitsland tienduizenden politieke tegenstanders, die een democratische verkiezing verloren hadden, gevangen in de concentratiekampen. De overheidsinstanties doekten hun organisaties en publicaties op - ze konden er niet langer bezwaar tegen aantekenen zonder hun leven te riskeren. Vervolgens werd de Jodenvervolging aangescherpt met een uitgebreid stelsel van wetten waarvan de geleidelijke constructie werd opgevolgd door hooggeleerde juristen en waarvan de toepassing in handen van de rechtbanken werd gelegd. En het leven van "Arische" Duitsers ging gewoon door. 

 

Elke liberale en humanistische (niet noodzakelijkerwijs 'linkse') Israëliër moet een boek lezen - vertaald in het Engels als 'Defying Hitler' - van de journalist (en jurist) Sebastian Haffner, die Duitsland in 1938 verliet, lang voordat de uitroeiingskampen werden gebouwd. Het proces dat hij doormaakte, moet worden vergeleken met wat er nu in Israël gebeurt. Zoals Haffner het uitdrukte, terwijl hij de gebeurtenissen ervoer, kon hij de betekenis ervan niet inschatten. Hij voelde intens het verstikkende, misselijkmakende karakter van dit alles, maar kon de samenstellende delen niet begrijpen en in elkaar zetten. Hij schreef dat ondanks de historische en culturele opvoeding van zijn generatie, ze volkomen hulpeloos waren in het omgaan met iets dat niet voorkomt in alles wat ze hadden geleerd. Hoe betekenisloos waren hun verklaringen, hoe oneindig dwaas hun pogingen tot rechtvaardiging, hoe hopeloos oppervlakkig de slordig in elkaar geflanste constructies waarmee het intellect het gevoel van angst en walging probeerde te verhullen. Het dagelijkse leven maakte het ook moeilijk om de situatie duidelijk te zien. Het leven ging verder, hoewel het nu spookachtig en onwerkelijk was geworden en elke dag werd getart door de gebeurtenissen op de achtergrond. De enige plaats waar hij zelfzeker was, was bij het gerecht, hoewel de activiteiten van de rechtbanken voorlopig geen betekenis leken te hebben. Hij en zijn vriendin bleven naar de bioscoop gaan, aten in een klein restaurant, dronken Chianti en gingen dansen. Hij zag zijn vrienden nog steeds en had gesprekken met bekenden. Familieverjaardagen werden nog steeds gevierd zoals altijd. Zoals hij het uitdrukte, was het deze automatische voortzetting van het gewone leven die elke krachtige reactie tegen de gruwel belemmerde. 

 

Een verwoeste joodse winkel in Magdeburg, Duitsland, na de Kristallnacht, die plaatsvond op 9-10 november 1938. Duitse federale archieven / Wikimedia Commons

 

Zoals Victor Klemperer het zag.

 

De verschrikking in die tijd was de geleidelijke ontzegging van burgerrechten en mensenrechten aan de joden die in Duitsland wonen. Een professor Romaanse talen, Victor Klemperer, documenteerde dit in zijn dagboeken die een onvergelijkbaar document opleveren; ze werden in boekvorm omgezet en in het Engels vertaald als 'I Will Bear Witness'. Als bekeerling, die het jodendom had opgegeven, en een Duitse patriot die het meemaakte, dat het Duitse Rijk werd overwonnen, beschreef ook hij de samenleving terwijl de gebeurtenissen plaatsvonden, vol ongeloof dat alles zo ver ging. 

In 1936 schreef hij dat toen hij zag de meeste mensen gelukkig en vredig leken, hij minder dan ooit geloofde in een verandering van de politieke situatie in Duitsland. In 1938 merkte hij op dat een tuinman en een kruidenier die hij kende het helemaal eens waren: ze zeiden dat ze geen idee hadden van wat er aan de hand was, ze lazen de kranten niet. Klemperer schreef dat mensen apathisch en onverschillig waren. De kruidenier vertelde hem dat het hem allemaal leek op cinema. Mensen beschouwden het gewoon allemaal als een schijnvertoning. Klemperer was verbaasd over het gemak waarmee de Duitse samenleving en Duitse burgers de ineenstorting van de democratie en de schending van burgerrechten en vrijheden accepteerden; ze beschouwden dit zelfs als een prijs die het waard was om te betalen voor de successen van Hitlers buitenlandse beleid. Later merkte hij op, opnieuw met enige verbazing, dat de Duitsers, inclusief de ogenschijnlijk fatsoenlijke, er de voorkeur aan gaven hun ogen te sluiten voor het onrecht dat hem en alle Duitse joden was aangedaan op basis van de wet, zelfs als deze joden vrienden, buren en kennissen waren. In 1940, zoals nog steeds in 1942 en 1943, vermeldde Klemperer de mensen die geschokt waren te vernemen welke beperkingen hem als jood waren opgelegd. Nee, ze wisten het niet, het speet hen, dat ze het hadden gehoord. 

 

Deze dingen moeten worden vergeleken met wat hij hier in Israël hoort, waar veel mensen er "spijt" van hebben dat hun land burgerrechten en mensenrechten ontzegt aan miljoenen mensen die onder zijn militaire heerschappij leven, dat het hen vervolgt, vernedert en verdrijft, hun eigendom steelt, hen gevangen houdt in enclaves en getto's en deze realiteit in een permanente situatie verandert, niet alleen al een jaar of twee, maar een halve eeuw. Ja, ze hebben er spijt van, maar ze gaan door met hun comfortabele leven en doen er niets aan.

 

Het moet vergeleken worden, niet omdat er geen ergere regimes zijn dan het onderdrukkende regime van Israël, maar omdat dit precies de dingen zijn, die ons werden aangedaan in de sombere periode van onze geschiedenis. Dit gebeurde in een moderne maatschappij in het hart van het zogenaamde verlichte Europa, waar landen zich afsloten voor joden en waar velen met Nazi-Duitsland samenwerkten.

Dit is onze joodse les. Het is niet: Laat het Israëlische leger winnen in de Palestijnse steden en dorpen. Het is: Laat racisme en fascisme in Israël niet winnen.

 

Het moet vergeleken worden, niet omdat er geen regimes slechter zijn dan het onderdrukkende regime van Israël, maar omdat dit precies de dingen zijn die ons zijn aangedaan in de donkere periodes van onze geschiedenis. Ze gebeurden in een moderne samenleving in het hart van zogenaamd verlicht Europa, wiens landen zich afsloten voor Joden en waar velen samenwerkten met nazi-Duitsland.Dit is onze joodse les. Het is niet: Laat het Israëlische leger winnen in de Palestijnse steden en dorpen. 

Het is: Laat racisme en fascisme niet winnen in Israël.