Opgepakt, buitengezet en de volgende 10 jaar geen toegang tot Israël en de Bezette Gebieden

Een sterke vrouw, wie zal ze vinden?

In de krant De Standaard van 13 juli jl. doet Brigitte Herremans, die zich bij hulporganisaties Broederlijk Delen, 11.11.11 en Pax Christi Vlaanderen speciaal inzet voor het Midden-Oosten, een boekje open over de manier waarop haar en andere humanitaire verenigingen het werken onmogelijk wordt gemaakt in Israël. Zij heeft het onomwonden over een heksenjacht op ngo’s. Niet-gouvernementele organisaties, dat zijn dus vrijwilligers die op eigen krachten én risico trachten hulp te brengen naar en het leed te verlichten van in dit geval de Palestijnen. Straffe taal voor iemand als zij en haar vereniging(en), die de voorbije jaren een aura van zowel deskundigheid als onafhankelijkheid, eerlijkheid en zelfstandigheid hebben opgebouwd. Te veel eer? De feiten spreken voor zich. En dan moet het dus wel heel erg zijn, wanneer deze dame tot dergelijke uitspraken komt. Daar is spijtig genoeg alle reden voor, nadat de Knesset, het Israëlisch parlement, zelfs wetgevende initiatieven nam om de humanitaire organisaties zonder meer aan banden te leggen. Logisch misschien vanuit Joods standpunt, want de bezetters van Palestina kunnen pottenkijkers natuurlijk missen als kiespijn. Maar of het ook verstandig is? Toelaatbaar alvast niet.

Twee maand later is dezelfde mevrouw zo onvoorzichtig zich in het hol van de leeuw te wagen, al is het dan met een officiële en volstrekt legale missie. Zij vergezelt een groep jongeren op een zgn. inleefreis in de bezette gebieden, die in Israël zelf altijd zeer afstandelijk als the territories worden omschreven. Dergelijke reizen worden met enige regelmaat ondernomen op initiatief van specifiek op de Palestijnse problematiek gerichte hulporganisaties, o.m. dus vanuit België. Met als bedoeling de bezoekers te laten kennismaken met ‘het leven zoals het is’ onder militaire bezetting. Niet in de inhoudloze en tot op de draad versleten stijl van een tv-verslaggeefster die in een Joodse nederzetting een Amerikaanse, met geweer zwaaiende kolonist wat onnozele vragen voorschotelt, in de stijl van ‘en hoe voelt u zich?’ Neen, hier is het echt. En dus niet zonder gevaar, zoals blijkt. Zoals ook mevrouw. Herremans mag ervaren. Meteen na aankomst op de luchthaven van Tel Aviv wordt zij door de immigratiedienst uit de groep geplukt, afgevoerd voor ondervraging en daarna zonder pardon in een cel gestopt. Haar ‘misdaad’? De weigering namen en telefoonnummers vrij te geven van contacten op de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook. Nogal logisch, maar waarna snel het einde volgt: foto’s en vingerafdrukken, zoals bij een ordinaire misdadiger, een nacht achter de tralies en de volgende ochtend weer het vliegtuig op richting Brussel. Nog net niet geboeid, maar inmiddels wel uitgeroepen tot ‘bedreiging voor de openbare orde en veiligheid’. Om het bijbels te houden: Jeezes... En ze mag de komende tien jaar het land niet meer in — bedoeld zijn Israël en de gebieden die het al een halve eeuw lang tegen alle internationale rechtsregels in bezet houdt. Voor haar belagers luidt het: opdracht volbracht. En voor hun politieke bazen hogerop: missie geslaagd. Ongewenste bezoekers — en dat zijn we omzeggens allemaal — zullen nu wel twee keer nadenken vooraleer ze nog eens het vliegtuig nemen naar Israël, zolang het niet is om aan de Middellandse Zee te gaan zonnen of een kibboets te bezoeken.

Radiostilte

Dit op zich eigenlijk ongelooflijke verhaal, met zijn haast vanzelfsprekende brutaliteit, roept tal van bedenkingen op. De eerste betreft de nagenoeg totale radiostilte die omtrent een dergelijk, toch wel ophefmakend incident in eigen land al die tijd heerste. Stellen we ons even voor dat dezelfde vrouw, met dezelfde achtergrond en bedoelingen, zou zijn opgepakt in, zeggen we, Ankara of Rabat... Het kot was te klein geweest. Maar hier, enig tandengeknars niet te na gesproken? Officiële verontwaardiging bv. aangaande een hulpverlener die zomaar achter de tralies wordt gedraaid? Met geen andere aanklacht dan zijn/haar reis op zich? Niks gezien of gehoord. Zelfs niet van — om maar een paar ‘verantwoordelijke personen’ te noemen — Vlaams minister-president Geert Bourgeois, altijd klaar voor een stichtend woord, zijn parlementsvoorzitter Jan Peumans, meevoelend man met doorgaans het hart op de tong, een paar passende Belgische vicepremiers misschien, zoals minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders, nooit te beroerd om zich ergens op de eerste rij te wrikken, of collega van Ontwikkelingssamenwerking Alexander de Croo, al evenmin cameraschuw maar in de regel wel kort op de bal spelend? Niet thuis. Brigitte niet belangrijk genoeg? Ook taal noch teken vanwege onze federale premier, Charles Michel, die zich in 2010 als minister van Ontwikkelingssamenwerking zelf nog de toegang tot Gaza ontzegd zag. Diplomatiek incident? We gaan toch niet moeilijk doen, hé? En al helemaal niet tegen Israël, deze onaantastbare natie. Ginder dan maar de ambassadeur op pad gestuurd, met tenminste wat prangende vragen? Of er hier een op het matje geroepen, voor een uitbrander uiteraard? Allemaal te ingewikkeld. Correctie: te gevaarlijk. Terwijl België en Vlaanderen — naast de Verenigde Naties, Europa en vele anderen — massaal investeren in de heropbouw van Palestina, ook letterlijk. Die dan ter plekke geregeld en vakkundig door Joods vuur aan flarden wordt geschoten, indien al niet doelgericht vernield. Tja, ’t zijn moeilijke tijden, nietwaar? Maar enig protest, ook tegen dat officieel vandalisme, nooit van gehoord.

De pers dan maar, althans de klassieke geschreven, gesproken en beeldmedia? De klassieke aanpak voor media die onpartijdigheid nastreven, of althans willen betonen, bestaat erin over een probleem twee tegengestelde meningen aan bod te laten komen. Lovenswaardig, ware het niet dat er vaak vals wordt gespeeld. En wel op verschillende manieren. In de keuze van de gesprekspartners bv. en/of met de bottom line, waarbij terecht de pers wordt geacht neutraal te blijven en geen standpunt in te nemen, toch zeker niet van een particulier of groepsbelang. Met die theorie zal iedereen akkoord gaan, maar in de praktijk... Dan bestaat de klassieke uitweg erin zich met een paar externe en duidelijk botsende quotes er vanaf te maken. ’We’ hebben dan ons huiswerk gemaakt en hoeven voorts niet tussenbeide te komen. Klopt zelfs tot op zekere hoogte, maar een blad dat zichzelf — en liefst ook zijn lezers — respecteert, zal ook wel eens een diepgravend verhaal of dossier brengen, waar dan wel kleur dient bekend of een standpunt ingenomen. Daar is niets oneerbaars aan. En ik weet het, deze problematiek is even ingewikkeld als eeuwig en quasi onoplosbaar. Maar er bestaat nog zoiets als intellectuele eerlijkheid. En die houdt in dat zelfs het eerste spel, dat van de ‘twee stemmen’, correct wordt gespeeld. Concreet: dat je dan twee ‘spreekbuizen’ zoekt van gelijke allure. Nog concreter: als één daarvan onmiskenbaar eigenbelang vertegenwoordigt, dan kan je ook die gerust aan het woord laten, maar wel op twee, elkaar aanvullende voorwaarden: 1. je situeert haar vooraf waar ze thuishoort, 2. je confronteert ze (of haar verklaringen) met je eigen bevindingen om uit te maken of die de toets van het ‘ongebonden onderzoek’ — om de onvermijdelijk beladen term ‘neutraliteit’ te ontwijken — doorstaan.

Ik besef dat hierover allicht nooit eensgezindheid zal bestaan: mogelijk (en hopelijk) wel over de theorie, niet over de praktische uitvoering. Maar waag toch een poging tot samenvatting in het dossier dat ons hier bezig houdt. Onder de slagschaduw van de Holocaust en de onmiskenbare druk van een wereldwijd georganiseerde en uiterst efficiënte Joodse lobby, houdt de hoofdstroom in onze westerse (Europese en Amerikaanse) samenleving het erbij dat het probleem van het Midden-Oosten gevoelig ligt (wegens de Joden), moeilijk is (wegens de Arabieren) en zelfs onoplosbaar (wegens onszelf). Echter, ingewikkeld of onuitlegbaar gelden al te dikwijls als alibi om beladen materie gewoon te omzeilen. Gelukkig ontwaren we op het publieke forum nog lovenswaardige pogingen, in woord en schrift, om tot een zinvolle analyse te komen. Waaruit steeds weer blijkt dat alle partijen water in de wijn zullen moeten doen, ook de zwakkere, zijnde het geketende volk. Slogans klinken dan misschien stoer, maar zoals gewoonlijk, ze helpen niemand vooruit. Eén- of tweestaten-oplossing? Ik zou het, eerlijk gezegd, niet (meer) weten. Maar, als geïnteresseerd toekijkend (en deels mee zich verantwoordelijk voelend) individu, stoort het mij mateloos wanneer vals wordt gespeeld. En dat precies gebeurt wanneer in dit dossier telkens weer die ene bron opduikt om zogezegd de Joodse kant van het verhaal te belichten: het propagandablad Joods Actueel, met thuishaven Antwerpen, een schoolvoorbeeld van hoe het niet moet. Tenzij natuurlijk dit door een organisatie aan de andere kant van de scheidingslijn in evenwicht wordt gehouden. Maar we vragen een moslimextremist toch ook niet om zijn mening in deze materie? Het kot zou enz. Daarentegen bestaan, in Vlaanderen en daarbuiten, wel degelijk verenigingen die zich in dit kluwen wagen uit humanitaire en/of gewoon menselijke overwegingen en die gewoon Palestijngezind zijn. Mag het? J-A daarentegen is onmiskenbaar een strijdblad, dat over dit conflict afstandelijk wil noch kan oordelen. Dat is zijn goed recht, maar houdt tevens in dat het niet kan dienen als spreekbuis voor ‘de’ Joodse stem. Er bestaan god-zij-dank ook nog andere strekkingen in de Joodse publieke opinie. Ook in Israël zelf, met o.m. een weliswaar onder brede publieke verwijten kreunende Joodse vredesbeweging en een organisatie van militairen die na hun dienst aan het front, waar dat zich ook moge bevinden, hun frustraties kwijt willen en misdaden aanklagen. Maar of we die hier te horen krijgen?

Groeiend verzet

Misschien is het niet overbodig in deze context een paar uitgangspunten opnieuw helder te formuleren. Die hoeven niet eens zo ingewikkeld te zijn. Daarom: ja, het Joodse volk heeft het in de loop van zijn geschiedenis zwaar te verduren gekregen, dat zal geen zinnig mens ontkennen. Over oorzaken en gevolgen wordt tot op heden gedebatteerd, maar of het daarom een ‘uitverkoren’ volk moet heten? Uitverkoren door wie? Ik zou het niet weten. Dit is in elk geval een begrip waar ik geen plaats voor weet. En naar ik aanneem, velen met mij. En al helemaal niet wanneer dit als vrijgeleide moet dienen om nadien eender waar en wanneer en tegenover eender wie zomaar zijn wetten te stellen. De Holocaust als vrijbrief? No way. Ik kan trouwens nog veel minder begrijpen waarom een volk dat zelf zoveel heeft geleden, nu van de herwonnen vrijheid wil profiteren om een ander volk, dat hier toevallig in de weg loopt of woont, op zijn beurt het leven onmogelijk te maken. Want dat is ten gronde wat in de bezette gebieden gebeurt: een sluipende volkenmoord, minder spectaculair dan wat een land verder een Arabische dictator zijn eigen mensen aandoet, maar daarom niet minder verwerpelijk. Wel handiger toegedekt door een gewiekste propaganda. Op dat vlak hebben Israël en zijn verdedigers wereldwijd van niemand iets te leren. Maar gelijk kopen ze er niet mee. Integendeel, wanneer de ballon door de gure realiteit van een onmenselijke — zijn er andere? — bezetting wordt doorprikt.

Volkeren deporteren is intussen niet meer van deze tijd. Sinds de dagen van Stalin worden ze enkel nog gebombardeerd, desnoods door hun eigen regering en met bomvaten, zowat de meest primitieve maar tegelijk onmenselijke her-uitvinding in jaren. Los van de eeuwenoude en uitzichtloze ‘rechtendiscussie’ over wie de grond in het gewezen Brits Mandaatgebied nu eigenlijk toebehoort, blijft het essentiële feit dat in Palestina én Israël Palestijnen wonen. Vroeger en nu nog. Daar hebben Joden vanuit de hele wereld zich de voorbije anderhalve eeuw (opnieuw) tussen gewrongen. Het probleem is er, het kan niet ontkend en moet dus opgelost worden, hoe lang het ook moge duren. Maar dat zal NIET gebeuren door het uitzichtloze dovemansgesprek — correctie: de grote show — die nu al decennia lang door opeenvolgende Israëlische regeringen wordt opgevoerd, alsof de rest van de toekijkende wereld idioten zijn. Er is gewoon GEEN vredesgesprek met Palestina. Vrede, echte vrede, komt er enkel door mekaar te willen (er)kennen en te praten. En door water in de wijn te doen — hoe Bijbels! ­— in ieders wijn. Niet door te schieten, te martelen of te bombarderen.

In deze uitzichtloze toestand blijft natuurlijk het verzet bestaan én het radicaliseert. Geen wonder dat, in de context van vandaag en met het gruwelbeeld van Islamitische Staat vlakbij, op de duur ook hier moslimextremistische invloeden gaan doorsijpelen. Nieuwe munitie dus om het plaatselijk verzet te criminaliseren. Dat gebeurde eind vorige eeuw al met de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie van wijlen Yasser Arafat (PLO), die nadien werd opgevolgd door alleen nog radicalere organisaties (eerst Fatah, nu Hamas), die dan gewoon ‘terroristen’ heten. Simpel, toch? De bezetter creëert zijn eigen verzet, om dat vervolgens als crapuul te kunnen brandmerken. Nochtans, verzet hoort bij bezetting, of niet? Kijk, in 1918 en ’45 hebben ze hier bij ons de Duitsers ook niet vriendelijk gevraagd weer huiswaarts te reizen. Ze werden buiten geschoten. Met hulp van derden weliswaar, maar toch. Hoe men de zaken ook draait of keert, en welke schijnvertoningen hier ook worden opgevoerd, over de grond van de zaak kan geen misverstand bestaan. De Joodse staat schendt zowel het burgerlijk als het oorlogsrecht: door het ontzeggen van elementaire rechten aan burgers, opsluiting zonder beschuldiging of advocaten, kinderen in de gevangenis, moedwillige en grootschalige vernieling van eigendommen, diefstal van land en water... Een land dat alle internationale rechtsregels zo brutaal aan zijn laars lapt, heet geen democratie. Israël pikt brutaalweg andermans gebied in: wederrechtelijk, hoe kan het anders? Voor zover daarvoor een uitleg wordt gegeven, gaat die terug tot vòòr onze tijdrekening: het zogenaamde Beloofde Land. Beloofd door wie? Aan wie? Waar halen de Joden — wie anders? — de pretentie om een gebied, dat ze claimen op basis van gegevens van bijna 3000 jaar geleden, zomaar — lees: met totale veronachtzaming van (de rechten van) de bestaande bevolking — in te pikken? De burgers die — tot spijt van wie ’t benijdt — daar wonen, wordt hun elementaire rechten ontzegd. Loslopend wild blijkbaar, terwijl stoffelijke zowel als onstoffelijke bijstand van buitenlandse hulporganisaties in één brede beweging mee voor de bijl gaat.

Geen enkel land ter wereld zou zich zoiets kunnen veroorloven, zonder internationaal te worden uitgespuwd. Israël dus wel. Dit is geen democratie, zoals Brigitte Herremans terecht aanvoert — eindelijk een verantwoordelijke die luidop durft zeggen waar het op staat. Dit is ook geen rechtsstaat, dit is een schurkenstaat (naar een uitvinding van Ronald Reagan in 1985). Een die evenwel welkom blijft op zowel Eurosong als het Europees kampioenschap voetbal... Op basis van welke argumenten, dat blijft tot op heden een goed bewaard geheim. Ook daar weer, niemand die vragen stelt, vervelende of andere. En neen, we mogen dat niet zeggen, want dan zijn we antisemieten. Over de truc met dit verwijt — waarmee elke kritiek op de Joodse staat vakkundig wordt weggezet als onethisch en discriminerend — kunnen we kort zijn. Naast ‘vredesproces in het Midden-Oosten’ (cf. supra) is dit zowat de meest misbruikte term in het hele Israël-verhaal. Daarbij worden gemakshalve maar ook doelbewust antisemitisme en antizionisme op één hoop gegooid. We hebben het hier te lande bovendien doorlopend over ‘racisme en antisemitisme’. Als een soort eeneiige tweeling. Rijst de vraag: is het tweede dan een overtreffende trap van het eerste? Of iets van een andere orde misschien? Ik zou denken: racisme is racisme, punt. En, het mag niet, volgens het aloude adagium ‘iedereen gelijk voor de wet’, weer punt. En, nu we toch even scherpstellen op terminologie, dan is er nog het aloude ‘Joods karakter van de staat Israël’. Dat moet dus bewaard blijven, althans volgens de verdedigers van dat gegeven. Tja, en wat is het verschil met destijds ‘Duitsland als Arische staat’? 

En verder in dezelfde lijn: in eigen land en aansluitend bij de terreurdreiging, uitgaande van Islamitische Staat de voorbije maanden, is nu ook het ‘opiniedelict’ weer komen bovendrijven. We mogen niet aanzetten tot haat en geweld, maar hoever reikt het (alsnog onuitgesproken) verbod, zo dat er al komt? Men mag hopen dat dit niet gebeurt. Gedachten, zelfs de meest onzinnige, zijn vrij. Ze verbieden heeft geen enkele zin en werkt enkel contraproductief. Immers, ideeën laten zich niet dwingen en ze zijn daarmee de wereld niet uit. Ze blijven woekeren en zoeken desnoods een andere uitweg. Mits aanwezigheid van een passende voedingsbodem, vinden ze die ook. In 1995, bij de half-eeuw-herdenking van het einde van de Tweede Wereldoorlog en onder zware maar niet-publieke druk van de Joodse lobby, werd in het Belgisch Parlement de wet op het revisionisme goedgekeurd. Die maakt het ontkennen van de Holocaust strafbaar. Daar is sindsdien niet meer over gerept, bij mijn weten is die wet zelfs nooit in stelling gebracht. En dat is maar goed ook. Volstond het afschrikkingseffect? Mogelijk, maar laten we ons geen illusies maken. Opinies, hoe dwaas ook, moet je niet straffen en kun je niet uitroeien. De geest waait waar hij wil, hoorde ik een van mijn proffen vroeger debiteren. De man had gelijk. Een paar weken geleden bracht een lid van, ik dacht, het Vlaams Parlement de zaak opnieuw te berde. Details ontbreken, maar het is nu wel het moment om die onbruikbare wet weer op de schop te voeren. Men kan zich de zin- en oeverloze discussies gemakkelijk voorstellen. Dus, weg ermee.

Op de rooster

In een kranteninterview na haar terugkeer in eigen land, wordt mevrouw Herremans, door dezelfde ondervraagster als voorheen, opnieuw op de rooster gelegd. Onder de titel ‘Ik begrijp de angst van het Joodse volk perfect’ ditmaal (De Standaard 18-9) en opgejaagd met citaten uit het Joodse propagandablad Joods Actueel, moet ze blijkbaar door het stof. Met ‘respect voor het lijden van het Joodse volk’ als tegenargument. Natuurlijk moet dat begrip er zijn, maar nogmaals, wat is het verband? In de plaats van bijvoorbeeld een duizendste ‘excuseer’ maak ik me dan een dubbele bedenking: 1. we kunnen nog wel wat volkeren opnoemen die veel geleden hebben, en waarvan sommige het zelfs niet kunnen voortvertellen, maar vooral 2: of dat de Joden een vrijgeleide geeft om op hun beurt andere volken de duvel aan te doen? Overigens, zich wentelen in de slachtofferrol, je kunt het niet eeuwig volhouden. En mogen we dan als tegengif misschien putten uit onverdachte bron? Namelijk het standaardwerk ‘De Holocaust-Industrie’ (2000), waarin de Poolse Amerikaan Norman Finkelstein, tevens zoon van Auschwitz-overlevers uit Warschau, genadeloos het misbruik fileert dat in traditionele en behoudsgezinde Joodse kringen van dit drama wordt gemaakt, met als enig doel de eigen agenda op te dringen aan de internationale gemeenschap in het algemeen en de Arabieren in het bijzonder. Het heeft de gerenommeerde politicoloog en historicus dan ook zijn leerstoel gekost aan de universiteit van Chicago, zijn thuisbasis, en een inreisverbod opgeleverd in Israël, zijn ‘vaderland’.

Maar nog los daarvan, mogen we hier als uitgangspunt aannemen dat we met z’n allen verontwaardigd zijn over de manier waarop in dit geval een hulpverlener, lid van een onbesproken organisatie, tegen alle regels van wet en respect in en zonder zinnige reden, in hechtenis werd genomen als een ordinaire boef? Het is dan ook bijzonder storend dat, na decennia onrecht — met excuus voor de emotionele term — en Palestijnse rampspoed, nog altijd zo clichématig wordt bericht over dit gebied en de mensen die er thuishoren. Ook en zelfs in zelfverklaarde kwaliteitskranten, die pretenderen een open discussie niet uit de weg te gaan. Duidelijk onder druk van altijd weer diezelfde belangengroep, waarvoor elke reden goed is om het vuur weer op te poken, elke rede zoek en geen enkele reputatie veilig. Blijkbaar geldt nog steeds de stelregel, die ik zelf 50 jaar geleden meekreeg van de hoofdredacteur van een Antwerpse krant, terugkerend van mijn allereerste buitenlandreportage in wat toen nog als ‘Het Heilig Land’ werd opgevoerd. “Jongen, doe wat ge wilt, maar we willen genen ambras met de Joden”, luidde zijn welgemeende raad (citaat uit 1968, het jaar na de Zesdaagse Oorlog).

Tot slot nog even ter attentie van die mevrouw van DS. Waar Brigitte Herremans zich in een eerste interview beklaagt dat helpende ngo’s worden lastiggevallen, vraagt voornoemde zich — quasi-naïef of echt verwonderd? — nog net niet af of zij, Herremans, dit nu niet zelf gezocht heeft, om dan te eindigen met de bemerking ‘er is toch ook terreur?’. Vaag geformuleerd, maar duidelijk bedoeld: aan de kant van de Palestijnen uiteraard, die het lef hebben zich te verzetten — de Joodse staatsterreur blijft hier buiten beschouwing. Sorry, maar is dit nu om te lachen, te huilen of puur domheid? Kwaad opzet wil ik niet veronderstellen. Maar onder de zelf gekozen titel ‘Heksenjacht op ngo’s in Israël’ verwacht ik wel dat niet de klager onder vuur komt, maar de dader. Na haar gedwongen terugkeer wordt Herremans twee maand later opnieuw op de rooster gelegd. Door dezelfde dame van dezelfde krant, die ditmaal de botte bijl hanteert: met klachten over te veel ‘linksigheid’, omschrijvingen als ‘een wolf in schaapsvacht’ en meevoelen eist voor Israëli’s die in angst leven en het Joodse volk dat al zoveel heeft meegemaakt. En de Palestijnen? Eigen schuld dikke bult, zeker? Geen moment probeert de interviewster de openlijk door Joods Actueel aangereikte klachten ook maar enigszins te relativeren, zelfs niet te situeren. Maskeren die haar eigen bedenkingen? Dat ze dat dan eerlijk zegt. Voorts niet één kritische bedenking over het botte Israëlische optreden, duidelijk bedoeld om toekomstige ongewenste bezoekers van de Joodse staat af te schrikken, en liefst definitief. En van terreur als dooddoener gesproken, graag één vraag aan de schrijfster zelf: hoe zou u reageren als eender welke indringer in uw straat de wet kwam stellen? Hoe dan?  Wel, met uren durende controles bij een wegversperring — ook grensovergang genoemd — die elke verplaatsing nagenoeg onmogelijk maken, uw huis wordt platgewalst met een bulldozer en uw (al dan niet stenen gooiende) kinderen gaan achter de tralie.  Vaak geraffineerde vernederingen — erger nog dan lijfelijk geweld, want zij dienen om de wil te kraken en treffen de ziel — maken de miserie compleet. Dat hopeloze gevoel van machteloosheid, meer nog dan gewapend geweld, het maakt de mensen kapot. Radeloos en razend tegelijk.

Hey, maar wacht es even... Joods Actueel als aangever? Het kan niet dat die niet op de hoogte waren van deze ‘inleefreis’, van het soort dat ze in Israël zelf duidelijk niet lusten. Idem voor de ‘heksenjacht’ die Herremans in dezelfde krant, De Standaard dus, twee maand eerder aanklaagde. En net nu wordt ze opgepakt. En voor de volgende tien jaar kaltgestellt. Beleefd gezegd: ginds niet meer welkom. Bye bye inleefreizen. Het zal toch niet waar zijn, na de vertoning ongeveer terzelfdertijd, waarbij in onze hoofdstad, Youssef Kobo, van Arabische afkomst en adviseur op het kabinet van Brussels staatssecretaris voor Gelijke Kansen en Dierenwelzijn Bianca Debaets (CD&V), wordt wandelen gestuurd na een een-tweetje tussen Bart De Wever en het Joodse ‘strijdschrift’. Al was de context toen wel anders. En scherper: met moslim-elementen en het twistpunt van (on)verdoofd slachten van schapen tijdens de ramadan. Het blad zelf, J-A ditmaal, heeft intussen bloed geroken: Herremans — en bij uitbreiding allicht ook haar hele entourage — wordt verder vakkundig met de grond gelijkgemaakt. Riooljournalistiek van de onderste plank. We kunnen alleen maar hopen dat de dame zelf dit als een compliment beschouwt. Maar waar blijven voorts haar verdedigers, in media en politiek? De veelbekeken avondprogramma’s van de VRT bv., altijd op zoek naar pittige gasten. Maar dit is waarschijnlijk net iets té spannend. Trouwens, wat zitten we ons hier druk te maken? In een paginagroot interview met algemeen voorzitter Bogdan Vanden Berghe van 11.11.11, dit weekend (24-25/9) in alweer DS en met dezelfde MO-specialiste in aanslag, komt het onderwerp zelfs niet meer ter sprake. Door geen van beide gesprekspartners. Case closed? Of, zoals Professor Zonnebloem placht te zeggen: eind goed, al goed. Voor sommigen dan toch.

Werner Van de Walle

25-9-2016