Rechtsgeleerden tegen verbieden BDS-beweging

Verklaring  van juristen tegen maatregelen van sommige regeringen om de BDS-beweging voor Palestijnse mensenrechten te verbieden

BDS (boycotacties, desinvesteringen en sancties) is een wereldwijde, vreedzame beweging, geleid door de civiele maatschappij in Palestina, die druk op Israël wil uitoefenen om zijn verplichtingen onder het humanitair oorlogsrecht en mensenrechtenverdragen na te komen, zoals vastgelegd in veel VN-resoluties. BDS heeft vooral tot doel om de bezetting van Palestijnse en Syrische gebieden te beëindigen, om de systematische discriminatie tegen Palestijnen in de bezette Palestijnse gebieden en in Israël een halt toe te roepen en om de terugkeer van Palestijnse vluchtelingen mogelijk te maken.

Naar het voorbeeld van de anti-Apartheid beweging, die de civiele maatschappij tegen de apartheid in Zuid-Afrika gemobiliseerd heeft, is de BDS-beweging een invloedrijke en effectieve beweging geworden, die aandringt op maatregelen die Israël bewegen het internationaal recht na te leven en die andere staten en bedrijven overtuigt om aan Israëls schendingen van het internationaal recht geen enkele steun te verlenen.

De mobilisatie van de civiele maatschappij ten behoeve van mensenrechten, zoals de campagne tegen de apartheid in Zuid-Afrika en de burgerrechtenbeweging in de Verenigde Staten, is niet door buitenlandse regering belemmerd. Echter, de effectiviteit van BDS heeft niet alleen Israël, maar ook enkele andere staten, bewogen om maatregelen te nemen, teneinde de BDS-beweging te onderdrukken.

Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Canada en parlementen in enkele staten in de VS, hebben wetten aangenomen en maatregelen genomen, om het pleidooi voor BDS te onderdrukken, te verbieden en, in enkele gevallen, te criminaliseren. Dergelijke maatregelen beogen om individuen, bedrijven en private en publieke instellingen te straffen, die besluiten hebben genomen voor ethisch en juridisch verantwoord zakendoen, investeren en aanbesteden.

Andere staten, zoals Zweden, Nederland en Ierland, hebben het standpunt ingenomen dat, alhoewel ze een boycot van Israël niet steunen, het pleidooi voor BDS een rechtmatige uitoefening is van de vrijheid van meningsuiting, een diepgewortelde vrijheid verankerd in nationale wetgeving en internationale mensenrechtenverdragen. Gezaghebbende mensenrechtenorganisaties, zoals Amnesty International, de Internationale Federatie voor de Mensenrechten (FIDH) en Human Rights Watch, hebben eveneens het standpunt ingenomen dat individuen, verenigingen, publieke en private instellingen, lokale overheden en bedrijven het recht hebben om BDS te bepleiten en te praktiseren, in het kader van de uitoefening van het fundamentele recht van vrijheid van meningsuiting.

Staten en organisaties die BDS als een rechtmatige uitoefening van de vrijheid van meningsuiting beschouwen, hebben gelijk. Of men het eens is met de doelen en middelen van BDS, is niet relevant. De vraag is of er, om Israël te beschermen, een uitzondering gemaakt wordt op de vrijheid van meningsuiting, die een centrale en cruciale plaats inneemt onder de fundamentele mensenrechten. Staten die BDS onwettig verklaren, ondermijnen dit fundamentele mensenrecht en bedreigen de geloofwaardigheid van mensenrechten door een specifieke staat te vrijwaren van het pleidooi voor vreedzame maatregelen, die gericht zijn op de naleving van het internationaal recht.

Klik hier voor de tekst op de BDS website met alle ondertekende rechtsgeleerden 

Version en français (avec commentaire)